Menora

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Menorah7a.png

Een menora (Hebreeuws: מְנוֹרָה) of menoure (Nederlands-Jiddisch) is een zevenarmige kandelaar/lampenstandaard. Het was het oude symbool voor het Hebreeuwse volk en een van de oudste symbolen voor het Jodendom in het algemeen. Volgens sommige bijbelcommentatoren symboliseert de menora het brandende braambos dat Mozes zag op de berg Sinaï.[1] De traditionele menora heeft zeven armen. Tijdens het chanoekafeest gebruikt men een kandelaar met negen armen, de chanoekia.

Mozes moest van God volgens precieze voorschriften een zevenarmige kandelaar laten maken en plaatsen in de Tabernakel bij de Ark van het Verbond waarin de stenen platen met de Tien geboden lagen (Exodus 25). In de eerste tempel, gebouwd door koning Salomo, brandden tien menora's.

Symboliek[bewerken]

Het licht is een belangrijk symbool in het Jodendom. Op de eerste dag van de schepping riep God het licht tevoorschijn. Zonder licht is er geen leven. De Thora wordt vergeleken met het licht en de mitswot (geboden) met de lampen die het licht zichtbaar maken (Spreuken 6:23). Israël zal het licht der wereld zijn (Jesaja 60:3). Ook de ziel van de mens wordt voorgesteld als een lamp (Spreuken 20:27). In het Nieuwe Testament staat dat God zelf Licht is (1Joh 1:5), In de Openbaring is de zon van de vierde dag niet meer nodig omdat het Lam, dus Christus, het Licht is (Openb 21:23)

Na de verwoesting van de tweede tempel in 70 n.Chr. had de menora geen rituele betekenis meer in de tempeldienst. De menora uit de tempel werd als oorlogsbuit meegenomen in in Rome tentoongesteld in de Vredestempel. Wel kwam de Menora vaak voor als afbeelding in synagoges, op graftombes en op schilderijen. De vorm van de zevenarmige menora afkomstig uit de Joodse tempel op de triomfboog van Titus werd het voorbeeld voor de afbeelding van de menora als officieel symbool van de staat Israël.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]