Meristeem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dwarsdoorsnede van een stengel van Aristolochia macrophylla met fasciculair en interfasciculair cambium. (Bij de grote afbeelding is het mogelijk om er met de muis overheen te gaan waarbij dan de namen van de verschillende cellen getoond worden.

Meristeem is de groep van stamcellen, waarmee vaatplanten kunnen aangroeien. Er wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair meristeem. Meristeem is afkomstig van het Griekse woord merizein (μερίζειν), wat delen betekent, waarmee de essentiële functie wordt aangegeven.

Er zijn 3 typen meristematisch weefsel te onderscheiden:

  1. primair meristeem of apicaal meristematisch weefsel
  2. secundair meristeem of lateraal meristeem
  3. intercalair meristematisch weefsel

Primair meristeem[bewerken]

Daar waar aanvankelijk, na de bevruchting van de eicel, alle cellen meristematisch zijn, komt het al vlug tot celdifferentiatie. In dat stadium zijn de nieuw gevormde cellen niet meer in staat zichzelf nog te vermenigvuldigen. Om tot een volgroeid orgaan te komen, moeten er dus stamcellen aanwezig zijn, die de gewenste celvorm voortbrengen.

lengtedoorsnede: geheel rechts xyleem en midden en links van het midden floëem. Tussen het xyleem en het floëem zit het cambium bestaande uit één cellaag van brede cellen.

Bij planten bevindt het primaire meristeem zich aan de groeitoppen van stengel en wortel. Zij zorgen voor de lengtegroei van de plant, met name in de stengels en bladeren, en in de bloemen en de wortels.

Secundaire meristeem[bewerken]

Het secundaire meristeem bij planten bevindt zich in de cambiumlaag en dit is zowel bij kruidachtige als bij houtige planten het geval. Alleen zal bij kruidachtige planten de capaciteit tot nieuwe aangroei in de tijd beperkter zijn: de meeste kruidachtige planten hebben maar een beperkte levensduur, waarbij vorming van hout niet of nauwelijks voorkomt.

Intercalair meristeem[bewerken]

Het op andere plaatsen optredende meristeem heet intercalair meristeem. Dit komt bijvoorbeeld voor tussen de knopen bij grassen, die daar nog lengtegroei kunnen vertonen.

Levensvorm, groeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · luchtwortel · penwortel · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde ·secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · uitloper · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladkussen · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: androecium · androfoor · androgynofoor · anthofoor · anthere · anthotaxis · bijkelk · bloemstengel · bloeiwijze · bloemgestel · bloem · bloembodem · bloembekleedsel · bloemdek · bloemdekblad · bloemkroon · bloemstengel · bractee · calyx · carpel · caulis · connectivum · corolla · discus · epicalyx · filament · funiculus · gametofyt · gynoecium · gynofoor · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmhokje · hoogteblad · hypanthium · hypsofyl · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · kroon · kroonblad · macrospore · meeldraad · meeldraaddrager · microspore · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · ovulum · perianth · perigoon · petaal · placenta · pollenbuis · receptaculum · schijf · schutblad · sepaal · sporangium · spore · sporofyl · sporophyllum · sporofyt · stamper · stamperdrager · stempel · stengel · stigma · stijl · stylus · strobilus · tepaal · theca · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaadbeginsel · zaadknop · zaadknopkern · zaadknopkern · zaadlijst
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · embryo · endosperm · epigeaal · fanerocotylair · hypogeaal · integument · kieming · kiemopening · kiemwit · mierenbroodje · perisperm · pluimpje · scarificeren · schijnvrucht · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadhuid · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & anatomie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantkunde en deelgebieden
  algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
  archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
  beschrijvende plantkunde · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
  ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · Rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
  adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
  APG II-systeem · APG III-systeem · algen · botanische naam · botanische nomenclatuur · cladistiek · cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · taxonomie · type · varens · zaadplanten · zeewier
  abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische groep · Ellenberggetal · gradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding