Methylisothiazolinon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Methylisothiazolinon
Structuurformule en molecuulmodel
Structuurformule van methylisothiazolinon
Structuurformule van methylisothiazolinon
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
C4H5NOS
IUPAC-naam 2-methyl-1,2-thiazol-3-on
Molmassa 115,15 g/mol
SMILES
CN1C(=O)C=CS1
CAS-nummer 2682-20-4
EG-nummer 220-239-6
PubChem 39800
Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen
Corrosief Toxisch Milieugevaarlijk
Gevaar
H-zinnen H302 - H314 - H317 - H331 - H335 - H400
EUH-zinnen geen
P-zinnen P261 - P273 - P280 - P305+P351+P338 - P310
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Kleur wit-bruin
Dichtheid (bij 20°C) 1,39 g/cm³
Smeltpunt 39-42,8 °C
Goed oplosbaar in water
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Methylisothiazolinon is een organische verbinding uit de groep van isothiazolinonen. De stof komt voor als een witachtige tot bruine vaste stof, die zeer goed oplosbaar is in water.

Toepassingen[bewerken]

Methylisothiazolinon is een veel gebruikt biocide en desinfecterend middel. Het wordt als conserveermiddel tegen micro-organismen (schimmels en bacteriën) toegevoegd aan veel producten, onder meer schoonmaakmiddelen, verven, lakken, kleefstoffen, shampoos, hand- en bodylotions, zonnebrandcrème en andere cosmetische producten. Het wordt vaak in combinatie met methylchloorisothiazolinon gebruikt en deze combinatie wordt MIT (methylisothiazolinonen) genoemd.[1] Deze combinatie kan evenwel contactallergie veroorzaken; ze is trouwens opgenomen in de Europese standaardreeks.

Industriële toepassingen van methylisothiazolinon, ter bestrijding van algen, slijmvormende bacteriën en schimmels, vindt men onder meer in papier- en papierpulpfabrieken, proceswater- en koelwatersystemen en bij het boren naar aardolie.

Regelgeving[bewerken]

In de Europese Unie mag methylisothiazolinon als conserveermiddel in cosmetische producten aanwezig zijn met een maximale concentratie van 0,01% (100 ppm) in het eindproduct.[2] In dergelijke concentraties zou de stof geen risico voor de consument vormen.[3]

De stof mag in de Europese Unie sedert 24 oktober 2009 niet meer gebruikt worden als biocide (voor desinfectie en ontsmetting). Ze is niet opgenomen in de lijst van biociden die in de Europese Unie op de markt gebracht mogen worden.[4]