Michaël Slory

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michaël Slory
Michaël Slory bij de uitreiking van de Surinaamse Staatsprijs voor Literatuur in 1985
Michaël Slory bij de uitreiking van de Surinaamse Staatsprijs voor Literatuur in 1985
Algemene informatie
Volledige naam Michaël Arnoldus Slory
Pseudoniem(en) Asjantenoe Sangodare
Geboren Totness, 4 augustus 1935
Land Vlag van Suriname Suriname
Werk
Jaren actief 1961-heden
Genre sociale en politieke poëzie
Bekende werken Efu na Kodyo Efu na Amba Efu na Romeo Efu na Julia Amir nanga...
Uitgeverij Pegasus
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Michaël Arnoldus Slory (Totness (district Coronie in Suriname), 4 augustus 1935) geldt als een van de belangrijkste dichters in het Sranan.

Leven[bewerken]

Slory studeerde Spaans in Nederland en begon met drie bundels met overwegend politieke poëzie bij Uitgeverij Pegasus te Amsterdam: Sarka/ Bittere strijd (1961; onder het pseudoniem Asjantenoe Sangodare en met een inleiding van Theun de Vries), Brieven aan de Guerrilla (1968) en Brieven aan Ho Tsji Minh (1968). Hij keerde naar Suriname terug - Theun de Vries verklaarde hem voor gek toen hij daartoe besloot - en schreef vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranan, te beginnen met Fraga mi wortoe (1970), een titel die letterlijk betekent: Vlag, mijn woord, maar die Slory vertaalde met: Laat mijn woorden klinken. Een twintigtal uitgaven in het Sranan volgde. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet enkel die van Suriname, maar van geheel Latijns-Amerika en zelfs die van ver daarbuiten: Vietnam (1972).

Vorm[bewerken]

Hij heeft geëxperimenteerd met sonnetten en kwatrijnen, bijvoorbeeld in Firi Joesrefie (Voel jezelf, 1971) en in Pikin aksi e fala bigi bon (Een kleine bijl doet een grote boom vallen, 1980). Slory schrijft in 'diep' Sranan zonder leenwoorden en met veel odo's (spreekwoorden) en veel van de Coroniaanse taal. ln zijn bundels schrijft hij geregeld over de natuur en over de schoonheid van de zwarte vrouw, bijvoorbeeld in Nengre-oema (Negervrouw, 1971). Vooral voor zijn bijna klassieke liefdesgedichten in Efu na Kodyo Efu na Amba Efu na Romeo Efu na Julia Amir nanga ... (Of het nou Kodyo is Of Amha Of Romeo Of Julia Amir en..., 1984) ontving hij de Literatuurprijs van Suriname 1983-1985. Zijn werk wordt vaak moeilijk gevonden en misschien is het daarom dat de dichter - die nog vijf andere bekroningen kreeg - zich miskend voelt. Feit is dat grondige kennis van het Sranan doet inzien dat zijn schijnbaar zo vluchtige observaties een grote taalrijkdom bevatten.

In de jaren tachtig nam Slory afstand tot het Sranan en is hij in het Spaans en Nederlands gaan schrijven. Volledig in het Spaans (voor het eerst in de Surinaamse letteren) is Poemas contra la agonía (Gedichten tegen de angst/ doodsstrijd, 1988). Slory schreef in het Sranan ook enkele katernen met Kerst- en Paasgedichten, een bundel kinderverzen en ook korte prozastukken die voornamelijk verschenen in het dagblad De Ware Tijd. Zijn werk is buiten Suriname moeilijk verkrijgbaar, maar in 1991 verscheen een grote bloemlezing uit zijn werk, samengesteld door Michiel van Kempen: Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. John Albert Jansen maakte in 1996 voor de NPS een televisiefilm over Slory onder de titel En nu de droom over is....[1]

In 2010 vierde Slory zijn 75e verjaardag. Bij die gelegenheid maakte de kunstenaar Dhiradj Ramsamoedj in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren een portret van Slory, in de vorm van een groot formaat boek, vervaardigd uit verschillende materialen, met getekende portretten van Slory en enkele teksten van Slory's hand.


Slory is altijd onafhankelijk gebleven; ongehuwd en niet aan enige politieke partij verbonden.

Werken[bewerken]

  • Wakadron. Poëma gi Loemoemba. [Looptrom. Gedichten voor Loemoemba] 1961
  • Sarka [Bittere strijd]. Amsterdam, Pegasus, 1961 [onder pseudoniem 'Asjantenoe Sangodare'][2]
  • Brieven aan de guerrilla. Amsterdam, Pegasus, 1968
  • Brieven aan Ho Tsji Minh. Amsterdam, Pegasus, 1969
  • Fraga mi wortoe. powema. [(Laat mijn woorden klinken] Paramaribo, drukkerij Atlas, 1970
  • Bonifoto. [Stad van Boni]. Paramaribo, Atlas, 1971
  • Firi joesrefie. [Voel jezelf] 1971
  • Nengre-oema [Negervrouw] 1971
  • Vietnam 1972
  • Lobisingi. [poewema]. [Liefdesliederen] Paramaribo, 1972
  • Memre den dé.[poewema]. [Herdenk de dagen] Paramaribo, 1973
  • Mi kondre sani [De dingen van mijn land] 1975
  • Fri-kontren-sma. [Onafhankelijke mensen] Paramaribo, 1975
  • Wi e pusu a konfri go na fesi. [Wij stoten de bevrijding voorwaarts] 1975
  • A no mena, a no boboi, ma... [Het is geen vertroetelen, het is geen wiegen, maar...] 1979
  • Kownubri de na en onigodo [De kolibri is bij zijn honingraat] 1979
  • Wan njun dé broko. [Een nieuwe dag is aangebroken] 1979
  • Pikin aksi e fala bigi bon. [Een kleine bijl doet een grote boom vallen] Paramaribo, 1980
  • Konten konten fu esrede nanga fu tamara. [Toekomst toekomst van gisteren en van morgen] Paramaribo, 1981
  • Den prékiwroko fu wan kamoru. [Het gepredik van een lummel] 1982
  • Fresko, leri mi den tra odo [Durf mij de andere spreekwoorden te leren]. 1984
  • Efu na Kodyo Efu na Amba Efu na Romeo Efu na Julia Amir... nanga... [Of het nou Kodyo is Of Amba Of Romeo Of Julia Liefde... en...] 1985
  • A no tru san mi e si drape? A no tru? [Is het niet waar wat ik daar zie? Is het niet waar?] 1986
  • Poemas contra la agonía [Gedichten tegen de angst/doodsstrijd] Paramaribo, Instituto Venezolano parea la Cultura y la Cooperaciōn, 1988 [Spaans]
  • La rueda hacia el día. [Het wiel tegen de dag] 1989 [Spaans]
  • Een andere weg. 1991
  • Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. Bloemlezing. Amsterdam, In de Knipscheer, 1991 (Nederlands-Sranantongo+Spaans)[3]
  • Las chispas que tantean 1994 (Spaans)
  • En nu voorgoed voor vriendschap. Paramaribo, Handelsdrukkerij J.J. Buitenweg, 1996.
  • In de straten en in de bladeren. Gedichten. Paramaribo, 2000
  • Waar wordt de lucht gemolken? Paramaribo, VACO [boekhandel], 2003
  • Torent een man hoog met zijn poëzie. Haarlem, In de Knipscheer, 2012 [4]

Over Michaël Slory[bewerken]

  • Michiel van Kempen, `Al die jaren hebben ze me als werkezel voor het Sranantongo gebruikt.' In: De Gids, 155 (1992), no. 5, mei, pp. 365-372.
  • Een portret in beeld en tekst van Slory is opgenomen in: Michel Szulc-Krzyzanowski (fotografie) & Michiel van Kempen (tekst), Woorden die diep wortelen. Tien vertellers en schrijvers uit Suriname. Amsterdam: Voetnoot, 1992, pp. 123-151.
  • Michiel van Kempen, 'Michaël Slory.' In: Kritisch Lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur, no. 55, november 1994. (met uitvoerige primaire en secundaire bibliografie)
  • Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel II, pp. 779-788, 1195.
  • John Albert Jansen, Portret van Michaël Slory VPRO radio, serie Passage Passanten 1991 (cassette).
  • John Albert Jansen, En nu de droom over is... VARA documentaire over Michaël Slory 1996.

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]