Michaël Willemsen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michaël Willemsen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Religie Christendom
Geboortedatum 23 mei 1831
Geboorteplaats Venlo
Sterfdatum 7 juli 1904
Sterfplaats Sint Odiliënberg
Spiritueel ambt
Ambt Kapelaan van de Sint-Servaaskerk in Maastricht
Periode 1856-1878
Ander ambt Pastoor van de parochie van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus in Sint Odiliënberg
Periode 1878-1904
Opvolger Martinus Jaspar
Andere ambten schatbewaarder van de schatkamer van de Sint-Servaaskerk; kanunnik van het kapittel in Roermond
Portaal  Portaalicoon   Religie

Michaël Antonius Hubertus (Michaël) Willemsen (Venlo, 23 mei 1831Sint Odiliënberg, 7 juli 1904) was een Nederlands Rooms-katholiek geestelijke, historicus en publicist.

Levensloop[bewerken]

Willemsen was een zoon van de peperkoekbakker Antoon Jozef Willemsen en Maria Hebben. Hij bracht zijn jeugd door in Venlo en studeerde vervolgens aan het seminarie in Roermond. Op 26 augustus 1855 werd hij door bisschop Paredis tot priester gewijd. Vanaf 7 februari 1856 werkte hij als onderwijzer aan het Bisschoppelijk College in Roermond. Op 30 september 1856 werd hij benoemd tot kapelaan van de Sint-Servaaskerk in Maastricht.[1]

In Maastricht zette hij zich in voor het behoud van de kunstschatten in de schatkamer van de Sint-Servaaskerk, waarvan hij in 1862 custos (schatbewaarder) werd. Verder studeerde hij kunstgeschiedenis en paleografie met de Engelsman James Weale als mentor. Hij werd hierin gesteund door stadsarchivaris Guillaume Désiré Franquinet. Ook werd hij lid van het latere Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, waarvan Franquinet secretaris was. Voor het jaarboek van dit genootschap, de Publications, schreef Willemsen verschillende artikelen, onder meer over de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Tongeren, de abdij van Munsterbilzen en het archief van de Sint-Servaas. Op aanwijzing van bisschop Paredis verzorgde hij in 1867 een nieuwe uitgave van de officia propria.[2]

Willemsen deed veel voor de studie naar de kerkschatten in Maastricht, die bewaard worden in de schatkamer van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de schatkamer van de Sint-Servaaskerk. Dit onderzoek bestond uit het vaststellen van de authenticiteit van relikwieën en het bepalen van de kunstwaarde van reliekhouders. Hierin werd hij geholpen door de Akense kanunnik Franz Bock (en). Hun samenwerking leidde tot de publicatie van Die mittelalterlichen Kunst- und Reliquienschätze zu Maestricht, aufbewahrt in den ehemaligen Stiftskirchen des H. Servatius und Unser Lieber Frau (1872). Een jaar later verscheen een uitgebreidere Franstalige versie van dit boek en weer een jaar later een samenvatting in het Nederlands. Deze publicaties zorgden voor een ommekeer in de waardering van het Maastrichtse erfgoed, dat in de driekwart eeuw daaraan voorafgaand grote verliezen had geleden - voor een deel veroorzaakt door onwetendheid. Willemsen streefde tevens naar de herleving van de zevenjaarlijkse heiligdomsvaarten, die voorheen samenvielen met die van Aken, maar in Maastricht in onbruik waren geraakt. Deze wens ging in 1874 in vervulling.[2]

Johannes van der Drift: Kerk in Sint Odiliënberg voor restauratie (1858), Roerstreekmuseum, Sint Odiliënberg

In Maastricht maakte hij van dichtbij de restauratie van de Sint-Servaas mee door architect Pierre Cuypers. Dit kwam van pas toen hij op 8 februari 1878 tot pastoor in Sint Odiliënberg werd benoemd. De parochiekerk van Sint Odiliënberg, de romaanse kerk van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus, bevond zich in zeer slechte staat en diende dringend hersteld te worden. Volgens rector Joannes Leonardus Meulleners deed Willemsen eerst historisch onderzoek en nam hij daarna de restauratie ter hand.[3] De kerk was als gevolg van eeuwenlange verwaarlozing en noodherstellingen aanzienlijk kleiner geworden. Willemsen gebruikte dit gegeven als argument voor restauratie. ‘In die toestand konde zij voor eene parochie van 300 communicanten voldoende zijn, doch is zulks niet meer sedert dit getal tot 640 is aangegroeid’, schreef hij, en verder ‘dat deze vergrooting in de bouwtrant der kerk behoort te geschieden ten einde een gebouw dat (buiten de kerk van S. Servaas en O.L.V. te Maastricht) het oudste en merkwaardigste [bijzonderste] godsdienstige monument van Limburg is, niet van zijne kunst- en historische waarde te berooven’. Het uiteindelijke restauratieplan bestond uit twee torens, een priesterkoor met transept, een hoofdapsis, twee nevenapsidiolen en twee zijbeuken.[4] De restauratie werd uitgevoerd onder leiding van Pierre Cuypers.

Ook als pastoor in Sint-Odiliënberg was Willemsen nog steeds geïnteresseerd in de Sint-Servaas, getuige de publicatie in 1902 van Het heiligdom van St. Servaas te Maastricht.[5] In Sint Odiliënberg hield hij zich ook bezig met onderwijs. Hiervoor nodigde hij de kanunnikessen van het Heilige Graf uit zich opnieuw in Sint Odiliënberg te vestigen.[6] Willemsen stichtte een kleuterschool in de Mariakapel.[7] In 1896 gaf het kerkbestuur toestemming voor de bouw van een nieuwe school ten zuidwesten van de kerk, waar naast de kleuterschool ook een lagere school en een naaischool gevestigd werden. Op 27 november 1903 werd het vrouwenklooster van het Heilige Graf officieel zelfstandig met zuster Veronica als priorin en Willemsen als rector.[8]

Als waardering voor zijn werk werd Willemsen door het bisdom Roermond benoemd tot kanunnik van het Roermondse kathedrale kapittel.[9]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Auteur:Michaël Willemsen op Wikisource