Micha (zoon van Jimla)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michaja's profetie. Houtsnede door Johann Christoph Weigel, 1695.

Micha of Michaja (Hebreeuws: מיכיהו; Wie is gelijk Jahweh?), de zoon van Jimla, is een profeet uit de Bijbel.[1]

Micha was een profeet van Jahweh in de tijd van de regering van koning Achab en diende in Israël.[2] Achab wilde Ramoth-Gilead veroveren, dat in handen was gevallen van de Syriërs. Hij nodigt koning Josafat, de koning van Juda uit om hem in de strijd te vergezellen. Alvorens toe te stemmen wilde Josafat de raad van God inwinnen. Achab riep 400 profeten bijeen en vroeg hun of hij ten strijde moest trekken. Al de profeten adviseerden hem dat te doen en beweerden dat God hem de overwinning zou geven. Josafat zag in dat deze profeten in de gunst wilden komen van Achab en vroeg of dit álle profeten waren, waarop Achab Micha noemde, maar hij verzekerde Josafat dat Micha enkel onheil profeteerde. Toch wordt Micha gehaald en werd te verstaan gegeven om Achab een gunstig antwoord te geven. Micha deed dit in eerste instantie, maar Achab drong aan om de waarheid te horen. Micha zei vervolgens:

"Ik zag Israël verspreid over de berghellingen, als een kudde schapen die geen herder heeft..."[3]

Micha vervolgde door Achab te vertellen over een visioen die hij had gezien:

19 ..."Daarom, hoor het woord van de HEERE: Ik zag de HEERE op Zijn troon zitten, en heel het hemelse leger stond bij Hem, aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerzijde.
20 En de HEERE zei: Wie zal Achab misleiden, zodat hij zal optrekken en bij Ramoth in Gilead zal vallen in de strijd? De een nu zei dit, en de ander zei dat.
21 Toen trad er een geest naar voren en ging voor het aangezicht van de HEERE staan. Hij zei: Ík zal hem misleiden. En de HEERE zei tegen hem: Waarmee?
22 Hij zei: Ik zal eropuit gaan en een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten. En Hij zei: U mag misleiden, en u zult er ook toe in staat zijn. Vertrek en doe het zo.
23 Welnu, zie, de HEERE heeft een leugengeest in de mond van al deze profeten van u gegeven, en de HEERE heeft onheil over u uitgesproken."[4]

Dit visioen toonde de profeten van Achab dat ze voor de gek gehouden waren. Een van deze profeten, Sidkia (Zedekia), sloeg Micha op de wang en vroeg hem waarom Micha dit dan wél wist. Micha antwoordde:

..."Zie, u zult het zien, op de dag waarop u van kamer naar kamer gaat om u te verbergen."[5]

Micha werd op bevel van Achab gevangengezet en gaf de bewaker de instructies om Micha op water en brood te zetten totdat Achab terug zou keren. Micha zei Achab:

..."Als u echt in vrede terugkeert, heeft de HEERE niet door mij gesproken!..."[6]

Achab kwam niet meer terug, hij stierf door een verdwaalde pijl.[7]