Middeleeuws Latijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Middeleeuws Latijn is de vorm van het Latijn die in de middeleeuwen dienstdeed als lingua franca van Europese wetenschappers en intellectuelen, en als de liturgische taal van de Rooms-katholieke Kerk. Maar daarnaast werden er ook wetenschappelijke verhandelingen, poëzie en literair proza in geschreven, werd er recht in gesproken en administratie in gevoerd. Ondanks de kerkelijke achtergrond van veel van de auteurs, moet middeleeuws Latijn niet worden verward met Kerklatijn.

Er is geen consensus over de precieze grens waar het Laatlatijn (het Latijn gesproken in de nadagen van het Romeinse Rijk) eindigt en het middeleeuws Latijn begint. Sommige onderzoekers beginnen met de opkomst van het vroege Kerklatijn in het midden van de 4e eeuw, anderen rond het jaar 500.[1] Weer anderen laten het middeleeuws Latijn pas beginnen met de vervanging van het geschreven Laatlatijn door geschreven Romaanse talen, zo rond het jaar 900.

Voor het bestuderen van Latijnse teksten uit de Noordelijke Nederlanden is het Lexicon Latinitatis Nederlandicae Medii Aevi van groot belang.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Jan M. Ziolkowski, Towards a History of Medieval Latin Literature, red: F.A.C. Mantello, A.G. Rigg, edieval Latin: An Introduction and Bibliographical Guide, Washington, DC, 1996, blz. 505-536 (hier blz. 510-511)