Milovan Đilas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Milovan Djilas (Servisch: Милован Ђилас) (Polja, 12 juni 1911- Belgrado, 20 april 1995), was een Joegoslavisch communistisch politicus.

Djilas was afkomstig uit Montenegro. In 1932 sloot hij zich als student aan de Universiteit van Belgrado aan bij de Joegoslavische Communistische Partij. Van 1933 tot 1936 zat hij als politiek gevangene in de gevangenis van Belgrado. Na zijn vrijlating werd hij in 1938 lid van het Centraal Comité van de communistische partij en in 1940 werd hij lid van het Politbureau.

In 1941 werd hij één van de naaste medewerkers van Josip Broz Tito, de secretaris-generaal van de Joegoslavische Communistische Partij. Djilas hielp Tito bij het opzetten van het beroemde Partizanen Leger dat tegen de Duitsers en haar bondgenoten streed. In 1944 werd Djilas naar Moskou gevlogen voor een geheime ontmoeting met de Sovjet-leider Jozef Stalin.

In april en mei 1945 werd geheel Joegoslavië door de partizanen bevrijd. In 1946 werd na de verkiezingsoverwinning van de communisten de Federale Volksrepubliek Joegoslavië opgericht. Tito werd premier en Djilas vicepremier. Spoedig nadien brak er een conflict uit tussen Tito en Stalin en Djilas werd aan het hoofd van en Joegoslavische delegatie naar Moskou gezonden voor onderhandelingen, die echter op niets uitliepen. Nadien kwam het tot een breuk tussen Tito en Stalin, waarna Joegoslavië een eigen - meer neutrale - koers begon te varen, los van Moskou. In 1953 werd Djilas vicepresident van Joegoslavië en voorzitter van het parlement.

Djilas en Tito ontwikkelden de theorie van "positieve neutraliteit" ten opzichte van het Westen. Het keiharde stalinisme in Joegoslavië werd door Tito deels beëindigd. Djilas begon in de loop der jaren te streven naar uitgebreide hervormingen. Djilas stond naast economische, ook politieke hervormingen. In de vroege jaren '50 werd het arbeiderszelfbestuur in fabrieken ingevoerd, één van de kenmerken van het titoïsme. In december 1953 pleitte hij in diverse kranten voor meer democratie in Joegoslavië en de invoering van een twee-partijenstelsel, waarin naast de communistische partij, ook een sociaaldemocratische partij zou moeten bestaan.

Djilas' zienswijze werd hem niet door Josip Broz Tito in dank afgenomen en op 17 januari 1954 werd Djilas uit al zijn partij- en staatsfuncties gezet. In zijn boek De Nieuwe Klasse: Een Analyse van het Communistische Systeem wees Djilas op het ontstaan van een geprivilegeerde bureaucratische klasse binnen de communistische wereld. Na het verschijnen van dit boek - dat direct daarop in Joegoslavië werd verboden -, belandde Djilas om zijn denkbeelden in de gevangenis. Later werd hij onder huisarrest gesteld.

In de jaren '60 belandde Djilas weer achter de tralies toen zijn boek Gesprekken met Stalin verscheen. In de jaren '80 kwam Djilas definitief vrij. Sedertdien had hij kritiek op het groeiende nationalisme in Joegoslavië.