Mimi Hamminck Schepel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mimi Hamminck Schepel
Maria Frederika Cornelia Hamminck Schepel.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Maria Frederika Cornelia Hamminck Schepel
Pseudoniem(en) Heloize
Geboren Venlo, 15 december 1839
Overleden Den Haag, 25 september 1930
Land Nederland
Werk
Jaren actief 1872-1907
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Maria (Mimi) Frederika Cornelia Hamminck Schepel (Venlo 15 december 1839 - 's-Gravenhage, 25 september 1930) was een vrijdenkster en schrijfster die gehuwd was met de schrijver Eduard Douwes Dekker.

Hamminck Schepel groeide op als oudste in een gezin van zeven kinderen. Door de militaire loopbaan van de vader verhuisde het gezin veel. Begin jaren '60 haalde zij meerdere onderwijsakten. Ze volgde catechisatie bij de 'moderne' predikant J.C. Zaalberg. Via Marie Anderson kwam Hamminck Schepel in aanraking met de Minnebrieven van Eduard Douwes Dekker (Multatuli). De daarop volgende briefwisseling leidde tot een relatie. Hamminck Schepel was als gouvernante werkzaam in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. Vanaf 1865 leefden ze afwisselend samen in Nederland en Duitsland. Nadat Hamminck Schepel uit de erfenis van haar overleden vader in 1869 een woning had gekocht in Den Haag kwamen Multatuli en diens vrouw Tine van Wijnbergen bij haar wonen als een soort ménage à trois. In 1870 keerde Hamminck Schepel met Multatuli terug naar Duitsland. Nadat Tine in september 1874 in Venetië was overleden, huwde Hamminck Schepel op 1 april 1875 in Rotterdam met Multatuli. Het huwelijk zou kinderloos blijven. Op 8 maart 1878 adopteerde zij de Duitse pleegzoon Eduard (Wouter) Bernhold, in de tijd dat Multatuli op lezingtournee in Nederland was. Na Multatuli's dood verkocht Hamminck Schepel het huis in Nieder-Ingelheim en keerde terug naar Nederland waar ze tot 1898 woonde bij Willem Paap aan Nassaukade in Amsterdam. Na te hebben gewoond in Scheveningen woonde Hamminck Schepel in Den Haag met haar huisgenote en verzorgster A.C. Everts. Ze werd aan het eind van haar leven benoemd tot erelid van de Vereeniging 'Het Multatuli-Museum'. Na een heupfractuur overleed zij in het Bronovo ziekenhuis in Den Haag aan een longontsteking.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1872 maakte Hamminck Schepel vertalingen. Onder het pseudoniem Heloize schreef ze later ook eigen werk, waaronder een bloemlezing uit Multatuli's werken. Ze stelde haar leven volledig in het teken van de verbreiding van de ideeën van Multatuli. Ze heeft evenwel ook veel weggelaten en voor altijd vernietigd. In 1890 stelde zij de eerste Woutertje Pieterse bloemlezing uit de Ideeën samen. Met hulp van Paap verscheen de uitgave van de Brieven van Multatuli. Verder hielp zij in deze tijd de Duitse Multatuli-volgeling Wilhelm Spohr bij zijn werk. Ook bezorgde zij veel uitgaven van Multatuli's werken en voorzag deze van voor- of nawoorden. Haar dagboekaantekeningen vormen bijna een schaduwdagboek van dat van Multatuli.[1] Het werd dan ook gebruikt om beweringen van Multatuli in brieven te verduidelijken. Onder de naam Heloïse of Heloïze publiceerde zij vertalingen van werk van Fanny Lewald, Leopold von Sacher Masoch, Elisa Lynn Linton en James Payn in Het Nieuws van de Dag en Het Vaderland. Tevens schreef zij verhalen voor Nederland en De Nederlandsche Spectator.

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Multatuli. Bloemlezing (Amsterdam 1876)
  • Brieven van Multatuli. Bydragen tot de kennis van zyn leven, 10 delen (Amsterdam 1890-1896) [tweede herziene uitgave, 10 delen (Amsterdam 1912)].
  • Multatuli en officiëele bescheiden, over Multatuli's tijd als ambtenaar (Amsterdam 1901).
  • Briefwisseling tusschen Multatuli en S.E.W. Roorda van Eysinga (Amsterdam 1907)

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Mina Kruseman - Mijn leven, 3 delen (Dordrecht 1877).
  • Marie Anderson - Uit Multatuli’s leven. Bijdrage tot de kennis van zijn karakter (Amsterdam z.j. [1902]) [geannoteerde reprint J. Kortenhorst red. (Utrecht 1981)].
  • J. Pée - Multatuli en de zijnen (Amsterdam 1937) 312-339.
  • A. Merens en Elisabeth Prins - Een uitgestorven tak van het Groningse predikantengeslacht Schepel, later Hamminck Schepel, De Nederlandsche Leeuw 71 (1954) 80-89.
  • René Vanrusselt - De correspondentie tussen Mimi en Wilhelm Spohr, Over Multatuli 13 (1984) 64-74.
  • A. Jongstra - De Multatulianen, 125 jaar Multatuli-verering en Multatuli-hulde (Amsterdam 1985).
  • Tristan Haan - Multatuli’s Legioen van Insulinde. Marie Anderson, Dek en de anderen (Amsterdam 1995).
  • Alexander Cohen - Brieven 1888-1961, Ronald Spoor ed. (Amsterdam 1997) [brieven aan M. Hammick Schepel 1900-1901].
  • Dik van der Meulen - Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker (Nijmegen 2002).
  • Jos van Waterschoot - ‘Multatuli-kroniek 2005, Over Multatuli 56 (2006) 58-59 [over de schenking van schaakpapieren uit collectie A. Rueb].