Ministerie van Defensie (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het ministerie van Defensie (vaak kortweg Defensie) is de publieksnaam voor wat nog steeds officieel het ministerie van Landsverdediging heet en is de federale overheidsdienst die verantwoordelijk is voor de bescherming van het grondgebied van België (en dat van bondgenoten) en voor de Belgische militairen.

Geschiedenis[bewerken | bron bewerken]

Het ministerie van Landsverdediging zag het levenslicht als het ministerie van Oorlog bij de oprichting van België in 1830 als een van de vijf oorspronkelijke ministeries. Albert Goblet d'Alviella was de eerste titularis.

Tot 4 februari 1920 droeg het de naam ministerie van Oorlog. Na deze datum werd de officiële benaming ministerie van Landsverdediging.

Begin 2002 werd het ministerie omgevormd tot een Federale Overheidsdienst.[bron?] De benaming is echter nog niet officieel gewijzigd. Het ministerie van Landsverdediging is het laatste Belgische ministerie dat nog niet officieel is omgevormd tot een Federale Overheidsdienst (FOD). Voormalig minister van Defensie Pieter De Crem had in zijn laatste politieke oriëntatienota in 2014 aangegeven om nog tijdens die legislatuur (dus in 2014) het laatste federale ministerie om te vormen tot de Federale Overheidsdienst Defensie.[1] Dit is nog steeds niet gerealiseerd.

Bestuurlijk[bewerken | bron bewerken]

De chef Defensie (Engels: Chief of Defence, CHOD) is het ambtelijk hoofd van het ministerie. In juli 2016 werd generaal Marc Compernol aangesteld.

Het ministerie is onderverdeeld in meerdere stafdepartementen. De Belgische Krijgsmacht valt onder het stafdepartement Operaties en Training. In januari 2002 zijn de vier strijdkrachten landmacht, luchtmacht, marine en de medische dienst omgevormd tot vier componenten:

Politiek[bewerken | bron bewerken]

Sedert oktober 2020 is Ludivine Dedonder (PS) minister van Defensie.

Zie ook[bewerken | bron bewerken]

Externe link[bewerken | bron bewerken]