Minoïsche uitbarsting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Satellietbeeld van Thera, 21 november 2000. In het westen en noordwesten zijn instromingsplaatsen van de zee goed zichtbaar
Verspreiding van de as van de uitbarsting

De Minoïsche uitbarsting is een enorme vulkaanuitbarsting die zich in de Minoïsche tijd op Thera heeft voorgedaan. Dendrochronologisch en ander onderzoek situeert deze gebeurtenis tussen 1650 en 1600 v.Chr.[1] De eruptie was met een vulkanische-explosiviteitsindex van 6 of 7 (dense-rock equivalent = 60 km³) een van de grootste vulkaangebeurtenissen op Aarde die ooit in de geschiedenis zijn vastgesteld.[2][3][4] Daarbij werd dusdanig veel lava uitgespuwd dat de oude stad Akrotiri onder 50 meter puimsteen verdween. De vulkaan, die het centrale deel van het eiland vormde, zakte toen ook in zee en veroorzaakte een tsunami van 28 meter die een enorme verwoesting op Kreta moet hebben veroorzaakt. Waarschijnlijk is deze ramp echter niet de hoofdoorzaak geweest van de ondergang van de Minoïsche beschaving. Het definitieve einde van die beschaving kwam namelijk pas zo'n tweehonderd jaar later, toen zij reeds aanmerkelijk verzwakt was en door de Myceners onder de voet werd gelopen.

Vergelijking met de uitbarsting van de Krakatau[bewerken]

De enige uitbarsting van dit formaat waarmee die van Thera vergelijkbaar is, was die van de Krakatau in 1883. Men hoorde de explosie tot op zo'n 5.000 km afstand. Stenen en puin vlogen meer dan 30 km hoog de lucht in en bedekten het tropisch woud op naburige eilanden volledig. Daarna bedekte het fijnstof het grootste deel van het aardoppervlak. In het toenmalige Batavia, 160 km verderop, was de hemel meerdere dagen volledig verduisterd. De aardkorst verdween, net als bij Thera, in de gapende afgrond onder de zeespiegel en er vormde zich een gat van zo'n 300 meter diepte, waar vervolgens de zee instroomde. Dit gebeuren veroorzaakte een tsunami die aan 36.000 mensen het leven kostte.

Verwoestingen[bewerken]

Door de uitbarsting werden de havens van Santorini en Kreta vernield, samen met de handelsvloot zelf, de ruggengraat van de Minoïsche economie. De cruciale aanlegplaats op Santorini die in dit systeem de draaischijf vormde, was daarna zo goed als helemaal van de kaart geveegd, en onbruikbaar geworden. Toch zijn er tekenen van pogingen tot heropleving, al ging het daarna in het algemeen bergafwaarts met de conjunctuur.[5]

Vulkanische kraters op Santorini

Volgens schattingen was de explosie van Santorini veel sterker dan die van de Krakatau. De dichtbevolkte noordkust van Kreta bevond zich op amper 140 km afstand van het epicentrum. Van het eiland Santorini, dat voorheen ongeveer een ronde schijf vormde met een 1200 m hoge centrale vulkaan, bleven amper nog twee randsikkels met brokken over. Op de noordkust van Kreta is de enige herinnering aan de zondvloed een laag puimsteen boven de ruïnes van Knossos. Ook in de ruïnes van Kato Zakros op de oostkust is puimsteen teruggevonden, al was het paleis daar door het vuur vernield.[6] Archeologen vonden tal van aarden en stenen vazen, faience, gereedschap en baren brons en kleitabletten in het paleis, maar geen spoor van edele metalen of zilver, noch resten van menselijke slachtoffers. Het lijkt erop dat de inwoners op Kreta de catastrofe hebben voelen aankomen en op voorhand met hun kostbaarste bezittingen gevlucht zijn. Lichte aardschokken gaan vaak aan de zwaardere vooraf en kunnen dan brand veroorzaken waar olielampjes en haarden branden. Na de ramp is vooral de oostkust van Kreta lange tijd onbewoond gebleven. Men houdt rekening met de hoofdrichting van de wind, die op deze plaats vooral giftig chloorgas aanvoerde vanuit de nasissende onderzeese vulkaanmond.

Datering[bewerken]

Over de juiste datering van de uitbarsting wordt hevig gedebatteerd. De datering is namelijk van groot belang voor de chronologie van het 2e millennium voor Christus, niet alleen in het Egeïsche gebied, maar ook voor Egypte en het Midden-Oosten. Er zijn een aantal verschillende bronnen van informatie, ieder met zijn sterke en zwakke punten, die bovendien niet altijd goed met elkaar in overeenstemming te brengen zijn.

Archeologische informatie[bewerken]

De archeologie werkt gewoonlijk op basis van de faraonische chronologie van Egypte. Archeologie is niet in staat om absoluut te dateren, maar wel om lokale gegevens (vaak aardewerk, maar ook andere zaken) over grotere gebieden aan elkaar te relateren. De archeologie kwam zo op een datum van rond de 1550 v.Chr., met een aanzienlijke foutenmarge. Vroegere dateringen zouden aanzienlijke problemen in de hele datering van het oostelijke Middellandse Zeegebied leiden.

Koolstofdatering[bewerken]

Er zijn meerdere pogingen gedaan de uitbarsting met C14 te dateren, onder andere aan de hand van een stuk hout dat bedolven werd tijdens de uitbarsting. Het voordeel van deze methode is dat de gegevens direct aan de uitbarsting te relateren zijn. Er is echter ook een nadeel: hoe nauwkeurig de hoeveelheid C14 ook bepaald kan worden, deze meting moet daarna geijkt worden omdat de productie van het isotoop in de atmosfeer niet altijd constant geweest is. De uitbarsting vond plaats in een tijd dat die ijkkromme vrij vlak verloopt wat tot aanzienlijke onzekerheidsmarges in het eindresultaat leidt. De beste bekende datum is tussen 1627-1600 v.Chr.

Dendrochronologie[bewerken]

Dendrochronologie heeft tot nadeel dat de gemeten groeiringen de atmosferische en klimatologische omstandigheden ter plekke van de boom weerspiegelen. Er hangt geen kaartje aan dat die iets met Santorini te maken hebben. Toch is er uit een veelheid van plaatsen wel duidelijk dat er in het jaar 1628 v.Chr. iets bijzonders gebeurd is waardoor bomen in hun groei gestoord werden. Dat geldt voor de stoppelden (Pinus aristata) uit Californië, maar ook voor eiken uit Ierland, Engeland, en Duitsland en andere bomen in Zweden.[7]

Grote vulkaanuitbarstingen zijn de grote verdachten van dit soort gebeurtenissen. Een grote meteorietinslag zou ook kunnen, maar die zijn aanzienljik zeldzamer. De grootte van de uitbarsting van Thera is zeker voldoende om het gemeten effect te verklaren, maar dat bewijst nog niet dat Thera de boosdoener was.

IJslagen[bewerken]

Op Groenland liggen ijslagen gevormd uit de daar jaarlijks vallende sneeuw, waarin in de 17e eeuw v.Chr. een zure laag te herkennen valt. Een dergelijke laag kan alleen maar verklaard worden door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid zwavel in de atmosfeer, zoals veroorzaakt wordt door een grote vulkaanuitbarsting. De datering is niet zo precies als bij dendrochronologie. Men houdt 1645 ±20 v.Chr. aan voor deze gebeurtenis. Er is twijfel uitgesproken dat Thera dit veroorzaakt kan hebben, omdat deze vulkaan niet genoeg zwavel uitgestoten zou hebben.[8] Anderen hebben dat later weer tegengesproken. Net als bij dendrochronologie is een directe identificatie van de bron van de uitstoot niet mogelijk.

Hydrogeologist Philip La Moreaux bevestigde in 1995 dat de eruptie significante klimatologische veranderingen teweegbracht in het oostelijke gedeelte van de Middellandse Zeeregio, de Egeïsche Zee en in een groot deel van het noordelijk halfrond.[9] Een jaar later werd dit echter stellig weersproken door de vulkanoloog David Pyle.[10]

Venustablet[bewerken]

In een heranalyse van het Venustablet van Ammisaduqa is gebleken dat er een aantal observaties gedaan zijn van het verdwijnen en weer verschijnen van de planeet Venus die zo'n 40 dagen afwijken van wat men zou verwachten. Een mogelijke verklaring is dat dit door atmosferische vertroebeling kwam, zoals die veroorzaakt wordt door een vulkaanuitbarsting. De nieuwe analyse gaf aan dat deze uitbarsting dan tussen oktober 1628 v.Chr. en mei 1627 v.Chr. plaatsgevonden zou hebben[11], wat erg goed overeenkomt met de dendrochronologische datum. Ook hier is de bron van de uitstoot niet te bepalen. Bovendien is het altijd mogelijk dat er fouten in het tablet zitten.

Chinese optekeningen[bewerken]

Rond de periode van de middels C14-datering vastgestelde eruptietijd zijn er ook uit China aanwijzingen voor een belangrijke klimatologische gebeurtenis op het noordelijke halfrond, waaronder een mislukte oogst. Een vulkanische winter na een eruptie in de late 17e eeuw v.Chr. wordt door sommige onderzoekers als oorzaak gezien van de Chinese optekeningen in negatieve zin, die tot de instorting van de Xia-dynastie leidden. Volgens de Bamboe-annalen vonden de val van deze dynastie en de opkomst van de Shang-dynastie rond 1618 v.Chr. plaats en gingen deze vergezeld van "gele mist, een vale zon, dan drie zonnen, vorst in juli, hongersnood en het kwijnen van alle vijf de graangewassen".[12]

Noten[bewerken]

  1. Hardy DA, "Thera and the Aegean World III", Volume III—Chronology (Proceedings of the Third International Congress, Hardy DA, editor), 1989. Geraadpleegd op 2008.
  2. Oppenheimer, Clive (2003). Climatic, environmental and human consequences of the largest known historic eruption: Tambora volcano (Indonesia) 1815. Progress in Physical Geography 27 (2): 230–259 . DOI:10.1191/0309133303pp379ra.
  3. McCoy, FW, & Dunn, SE (2002). "Modelling the Climatic Effects of the LBA Eruption of Thera: New Calculations of Tephra Volumes May Suggest a Significantly Larger Eruption than Previously Reported". Chapman Conference on Volcanism and the Earth's Atmosphere. Thera, Greece: American Geographical Union. http://www.agu.org/meetings/cc02babstracts/McCoy.pdf. Retrieved 2007-05-29.
  4. Sigurdsson H, Carey, S, Alexandri M, Vougioukalakis G, Croff K, Roman C, Sakellariou D, Anagnostou C, Rousakis G, Ioakim C, Gogou A, Ballas D, Misaridis T, & Nomikou P (2006). Marine Investigations of Greece's Santorini Volcanic Field. Eos 87 (34): 337–348 . DOI:10.1029/2006EO340001.
  5. Les Grands Tournants de l'Histoire - I Les Mondes Antiques, pp. 35-38
  6. Les Grands Tournants de l'Histoire - I Les Mondes Antiques, p. 37
  7. Grudd, H, Briffa, KR, Gunnarson, BE, & Linderholm, HW (15 december 2000). Swedish tree rings provide new evidence in support of a major, widespread environmental disruption in 1628 BC. Geophysical Research Letters 27 (18): 2957–2960 . DOI:10.1029/1999GL010852.
  8. M.G.L. Baillie A slice through time, 1995 ISBN 0 7134 7654 0
  9. LaMoreaux, PE (1995). Worldwide environmental impacts from the eruption of Thera. Environmental Geology 26 (3): 172–181 . DOI:10.1007/BF00768739.
  10. Pyle, DM (1997). The global impact of the Minoan eruption of Santorini, Greece. Environmental Geology 30 (1/2): 59–61 . DOI:10.1007/s002540050132.
  11. Teije de Jong, Victoria Foertmeyer A New Look at the Venus Observations of Ammisaduqa: Traces of the Santorini Eruption in the Atmosphere of Babylon? (2010) - Jaarbericht "Ex oriente lux" 42
  12. Foster, KP, Ritner, RK, and Foster, BR (1996). Texts, Storms, and the Thera Eruption. Journal of Near Eastern Studies 55 (1): 1–14 . DOI:10.1086/373781.

Literatuur[bewerken]

  • Bonet, Melchior Christian, S.G.F. Brandon, Les Grands Tournants de l'Histoire - I Les Mondes Antiques, Librairie Jules Tallandier, Parijs, 1970
  • Bietak, M (2004). Review—'A Test of Time' by S.W. Manning (1999). Bibliotheca Orientalis 61: 199–222 . Geraadpleegd op 2008-04-21.
  • Callender, G, The Minoans and the Mycenaeans: Aegean Society in the Bronze Age, Oxford University Press, 1999. ISBN 0-19-551028-3.
  • Forsyth, PY, Thera in the Bronze Age, Peter Lang Publishing, 1997. ISBN 0-8204-4889-3.
  • Friedrich, WL, Fire in the Sea, the Santorini Volcano: Natural History and the Legend of Atlantis, Cambridge University Press, 1999. ISBN 0-521-65290-1.
  • Warren PM, Timelines: Studies in Honour of Manfred Bietak (Orientalia Lovaniensia Analecta 149), Peeters, Louvain-la-Neuve, Belgium, 2006, “The date of the Thera eruption”, p. 2: 305–321. ISBN 90-429-1730-X.

Externe links[bewerken]