Evolutionaire mismatch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Mismatchtheorie)
Naar navigatie springen Jump to search
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Evolutionaire mismatch is een concept in de evolutionaire biologie en evolutionaire psychologie dat verwijst naar het feit dat evolutionair vervorven eigenschappen die ooit voordelig voor een organisme waren op een gegeven moment een nadelige uitwerking krijgen op het moment dat de omstandigheden of de omgeving relatief snel veranderen. De evolutionaire adaptatiesnelheid van de organismen houdt geen gelijke tred houdt met de snelheid van de veranderingen in de leefomgeving.

Organismen bezitten eigenschappen, waaronder gedrags-, emotionele, en biologische, die zijn doorgegeven van generatie op generatie, bewaard door natuurlijke selectie vanwege hun adaptieve functie in een bepaalde omgeving. Echter, de omgeving van de evolutieperiode kan heel anders zijn dan de huidige omgeving. Eigenschappen die toen in die omgeving adaptief waren kunnen dus nu ge"mismatcht" zijn aan de omgeving waarin de eigenschappen zich nu bevinden. Dit kan een aantal problemen opleveren voor het organisme.

Mismatch in menselijke evolutie[bewerken]

Mensen zijn geëvolueerd als jagers-verzamelaars in een lange periode van ruim 2,5 miljoen jaar waarin voedselbronnen nogal eens zeldzaam waren en samenwerking cruciaal was voor overleving. In de 10.000 jaar sinds de komst van de landbouw zijn de omgeving en levensstijl van de mens aanzienlijk veranderd. De erfenis van de geadapteerde eigenschappen uit de tijd van jagen en verzamelen, heeft geleid tot hedendaagse problemen zoals bijziendheid, dyslexie, borstkanker, diabetes en osteoporose, naast de vaak besproken toename van obesitas. Daarnaast kan mismatch ook aanleiding geven tot psychosociale problemen als postnatale depressie psychosen en werkstress. De evolutionaire psychologie gaat ervan uit dat de psychologische mechanismen die mensen ontwikkeld hebben om te overleven en zich voort te planten grotendeels gevormd zijn in de periode dat ze als jager-verzamelaars leefden. Als de omgeving ingrijpend verandert (zoals gedurende de landbouwrevolutie en later de industriele revolutie) dan kunnen dezelfde psychologische mechanismen leiden tot gedrag dat de evolutionaire belangen van de mens niet dient[1][2]

Obesitas[bewerken]

Een voorbeeld is de smaak van voedingsmiddelen met een hoog vet- en suikergehalte voor de mens. In de pleistoceen-tijd bevatte de voeding relatief weinig suikers en vetten. In de moderne westerse omgeving zijn dergelijke voedingsmiddelen relatief eenvoudig te verkrijgen. Deze overvloed, gecombineerd met de menselijke adaptatie om voorkeur te hebben daarvoor, kan leiden tot obesitas en diabetes.

Auto-immuunziekten[bewerken]

De rol van evolutionaire mismatch in de ziekte is onderzocht door een groep onderzoekers van de Duke University. Zij vermoeden dat mismatches, waaronder vitamine D-tekort door gebrek aan regelmatige blootstelling aan zonlicht, chronische stress, en met name de eliminatie van sleutelsoort organismen zoals helminthen uit het menselijk lichaam, worden verondersteld een rol in de ontwikkeling van auto-immuunziekten te hebben. Deze ziekten zijn zeldzaam in onontwikkelde landen, waar de leefomstandigheden nog aansluiten bij de biologische ervaringen van de mensheid.

Myopie[bewerken]

Myopie, of bijziendheid, is uitgegroeid tot een veel voorkomende aandoening in de moderne mens. Tot 80% van het aantal ontwikkelde mensen in de Aziatische bevolking lijdt aan bijziendheid, tegen 30% van sommige Europese nakomelingen. Sommige mensen vermoeden dat de mismatchhypothese de stijging van bijziendheid kan verklaren. In tijden van jagen en verzamelen zou een predispositie voor bijziendheid zwaar tegengeselecteerd worden, gezien het belang van een goed zicht in de verte. Echter, in de jagers-verzamelaarstijden kunnen levensstijl en omgeving ervoor hebben gezorgd dat de predispositie van de aandoening niet tot uiting kwam, waardoor de allelen die bijziendheid vatbaar maken voor natuurlijke selectie ontwijken. Uit onderzoek is gebleken dat de ontwikkeling van bijziendheid waarschijnlijk is gecorreleerd met jarenlange traditionele, moderne scholing, waar kinderen vaak vanaf een hele jonge leeftijd hun ogen inspannen. Omdat scholing vereist is in de moderne samenleving, ontwikkelt de predispositie van bijziendheid zich vaak tot de aandoening, terwijl dit niet het geval was tijdens jagers-verzamelaarstijden toen de ogen van kinderen zelden zo vaak ingespannen worden als vandaag. Hierdoor kan de stijging van myopie worden toegeschreven aan de mismatchhypothese.

Diabetes[bewerken]

De toename in de prevalentie van diabetes in de moderne tijd kan ook worden toegeschreven aan mismatchtheorie. Het menselijk dieet is in de afgelopen 10.000 jaar sinds de komst van de landbouw aanzienlijk veranderd. Waar de jagers-verzamelaars worstelden om voedingsmiddelen met een hoog suiker- en vetgehalte te vinden, bevat het moderne dieet meer suiker en vet.

De evolutionaire geschiedenis van de mens heeft gekozen voor een verlangen naar voedsel met hoge suiker- en vetgehaltes omdat deze voedingsmiddelen hoog in calorieën zijn en voor een jager-verzamelaar de nodige energie leveren. Omdat dergelijke voedingsmiddelen schaars waren, zijn oude menselijke lichamen ontworpen om de meeste van de ingenomen suikers in de bloedbaan te houden om zo een gemakkelijke stroming van suikers uit de bloedstroom naar de hersenen te handhaven. In jagers-verzamelaarstijden kan een defect in de insulinereceptor zelfs adaptief zijn geweest. Met een niet-functionerende insulinereceptor zou het glucosetransport van een cel niet werken en zouden suikers worden achtergelaten in de bloedbaan in plaats van een cel binnendringen. Een aanleg voor diabetes kan dus een selectief voordeel zijn geweest tijdens de jagers-verzamelaarstijden. 

Echter, in de omgeving van de moderne mens zijn suikers en vetten makkelijk te verkrijgen. De evolutionaire geschiedenis die heeft geleid tot de aanleg voor niet-werkende insulinereceptoren, is nu niet adaptief en leidt tot de ontwikkeling van diabetes. De mismatchhypothese via een verandering in dieet en beschikbaarheid van vet en suiker kan mogelijk de toename van diabetes in de moderne samenleving deels verklaren.

Hygiëne[bewerken]

In aanvulling op de veranderingen in de voeding, kunnen ook veranderingen in de hygiëne verantwoordelijk zijn voor de toename van diabetes. Doordat de moderne mens hygiënischer leeft en de beschikking heeft over antibiotica, is de samenstelling van de menselijke darmbiomen veranderd, die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de vertering van ons voedsel. Onderzoek heeft aangetoond dat bij muizen die zijn behandeld met antimicrobiële stoffen die veel van de darmbiomen elimineren, een vetrijk dieet veel waarschijnlijker leidt tot zwaarlijvigheid en de ontwikkeling van diabetes dan bij onbehandelde muizen met hetzelfde dieet. De combinatie van veranderingen in dieet en hygiëne kan aldus verantwoordelijk zijn voor de toename van de prevalentie van diabetes in moderne menselijke populaties, en dit resultaat kan worden toegelicht aan de mismatchhypothese.

Osteoporose[bewerken]

Een andere menselijke aandoening die kan worden verklaard door de mismatchtheorie is de stijging van osteoporose bij de moderne mens. In ontwikkelde samenlevingen zijn veel mensen, vooral vrouwen, opmerkelijk gevoelig voor osteoporose tijdens veroudering. Fossiel bewijsmateriaal wijst erop dat dit niet altijd zo geweest is. Op de beenderen van bejaarde jagers-verzamelaars is namelijk geen bewijs van osteoporose te zien is. Evolutionaire biologen vermoeden dat de toename van osteoporose bij de moderne westerse bevolking te wijten is aan onze sedentaire levensstijl. Vrouwen in samenlevingen van jagers-verzamelaars waren fysiek actief, zowel vanaf een jonge leeftijd als in hun late volwassen leven. Deze constante fysieke activiteit heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat de piekbotmassa van jagers-verzamelaars aanzienlijk hoger was dan in de hedendaagse mens. Het patroon van de afbraak van botmassa tijdens veroudering is ogenschijnlijk hetzelfde voor jagers-verzamelaars en de moderne mens. Een hogere piekbotmassa, die geassocieerd wordt met meer fysieke activiteit, kan er dus voor gezorgd hebben dat jagers-verzamelaars in staat waren om een neiging tot ontwikkeling van osteoporose tijdens veroudering te voorkomen.

Pilgebruik[bewerken]

Door pilgebruik kan ook mismatch ontstaan. Onderzoek laat zien dat vrouwen aan de pil een andere partnervoorkeur hebben dan wanneer ze niet aan de pil zijn. Vrouwen niet aan de pil prefereren een meer mannelijke partner. Als vrouwen die aan de pil waren toen ze hun partner leerden kennen met de pil stoppen (om bijvoorbeeld kinderen te krijgen) zijn ze minder tevreden over hun seksuele relatie. Het slikken van de pil leidt ertoe dat de geëvolueerde seksuele voorkeuren op het verkeerde been worden gezet.

Postnatale depressie[bewerken]

Door een combinatie van voeding, te weinig zonlicht, en het ontbreken van een hecht sociaal netwerk wordt de kans op een postnatale depressie waarschijnlijk verhoogd onder vrouwen in moderne, Westerse samenlevingen. Een eigenschap die in de voorouderlijke omgeving als plezierig werd ervaren (moederschap) wordt door de afwezigheid van de juiste fysieke en sociale prikkels als last ervaren. Dit is mismatch.

Burnout als Mismatch[bewerken]

In vroegere samenlevingen was er geen strikte scheiding tussen werk en privé en planning voor de toekomst speelde een kleine rol. Als men stress ervoer dan was dat vaak tijdelijk en in reactie op een onmiddellijke bedreiging. Men zocht in dat geval steun bij naasten zoals familie. In bepaalde moderne werksituaties hebben mensen last van stress en die stress is langdurig en uitputtend. In bepaalde beroepen moeten mensen empathisch gedrag vertonen naar genetische vreemden en dat is uitputtend. Door de mismatch van het moderne werk kan vervreemding ontstaan en stress die uitputtend is en leidt tot burn-out verschijnselen.