Misotheïsme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Misotheïsme (letterlijk: "haat voor God" of "haat voor goden") is een godsdienstfilosofie die sterk verwant is aan antitheïsme, maar in plaats van het zien van religie als schadelijk voor mensen en de samenleving, wordt God zelf als kwaadaardig beschouwd. Misotheïsme is iets anders dan dystheïsme, waarin God als niet-goed en niet-kwaad wordt gezien en het tegenovergestelde van eutheïsme, waarin God als goed wordt beschouwd. Men hoeft geen theïst te zijn om misotheïst te zijn. Zo kunnen ook atheïsten de figuur God als slecht zien, deze worden atheïstische misotheïsten genoemd.

In diverse polytheïstische godsdiensten worden kwade goden, godheden, demonen en geesten aanbeden uit angst dat deze slechte dingen gaan doen wanneer ze niet aanbeden worden.

Maltheïsme is een vorm van misotheïsme die gebaseerd is op de uitspraak "Als de god zoals hij in de Bijbel is beschreven zou bestaan, zou hij ongeschikt zijn om te aanbidden door zijn slechte morele standaard." van Tim Maroney. Hierin wordt God als een moreel slecht individu voorgesteld.

Het concept van de deus deceptor (bedriegende god) dat door René Descartes werd gebruikt in zijn Meditationes Meditationes de prima philosophia,in qua Dei existentia et animae immortalitas demonstratur wordt wel als misotheïstisch getypeerd. Deze interpretatie was voor de Utrechtse hoogleraar theologie Gisbertus Voetius en diens collega's Jacobus Trigland en Jacobus Revius van de Universiteit Leiden reden om de filosofie van Descartes te bestrijden.