Modus (filosofie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een modus is in de filosofie de hoedanigheid, toestand of wijziging van iets. De ontologische status van modi is niet onomstreden. Hoewel er vrijwel algemene consensus over bestaat dat modi verschillen van secundaire eigenschappen, is er geen exacte definitie van het begrip. Door verschillende filosofen is het in verschillende systemen en contexten dan ook op verschillende wijzen gebruikt.

Analytische filosofie[bewerken]

Een gangbaar voorbeeld in de analytische filosofie is een plooi in een tapijt. De meeste filosofen zijn het er over eens dat geplooidheid in dit geval geen eigenschap is, maar een tijdelijke hoedanigheid. Voorbeelden van eigenschappen daarentegen zijn kleur, vorm, et cetera.

Geschiedenis[bewerken]

Het begrip verwierf relevantie bij de aanvang van de moderne filosofie en werd onder meer gebruikt door Descartes. Een significante functie kreeg het bij Spinoza, die alle ideeën beschouwt als modificaties van het attribuut denken en alle dingen als modificaties van het attribuut uitgebreidheid. Alle attributen drukken het wezen van één en dezelfde substantie uit. De idee van bijvoorbeeld een boek en het corresponderende fysieke boek zijn feitelijk hetzelfde, maar worden als verschillende modi in verschillende attributen uitgedrukt.

Logica[bewerken]

In de syllogistiek wordt de term modus ook gebruikt om bepaalde (geldige of ongeldige) redeneervormen aan te duiden, bijvoorbeeld: