Moerascipres
| Moerascipres | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Moerascipressen in herfsttooi nabij het dorp Soekko in de Russische kraj Krasnodar | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Taxodium distichum (L.) Rich. (1810) Basioniem Cupressus disticha L. (1753) | ||||||||||||||||
| Verspreidingsgebied | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| Moerascipres op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
De moerascipres (Taxodium distichum) is een bladverliezende naaldboom, die van nature voorkomt in het zuidoosten van Noord-Amerika. Hij maakt deel uit van de cipresfamilie (Cupressaceae). In de Benelux is hij vaak bij waterpartijen in parken en als straatboom te vinden.
De moerascipres vormt, samen met enkele andere soorten, de uitzondering op de regel dat naaldbomen hun naalden niet jaarlijks verliezen. De bekendste uitzondering wordt gevormd door de lariksen (Larix). Ook de op de moerascipres lijkende watercipres (Metasequoia glyptostroboides) verliest 's winters zijn naalden.
De boom kan op latere leeftijd ademwortels ontwikkelen. De gedachte is dat deze ademwortels de boom voorzien van extra lucht omdat de boom van nature vaak in het water staat.
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]
Grootte
[bewerken | brontekst bewerken]Moerascipressen kunnen tot 45 meter hoog worden. De stam wordt tot drie meter dik, bij uitzondering tot vijf meter.[1]
Silhouet
[bewerken | brontekst bewerken]Jonge bomen hebben een slanke piramidale vorm. De stam gaat met flauwe slingers omhoog. De top van de kroon is puntig tot afgerond en de takken spreiden zich horizontaal uit.
Stam en schors
[bewerken | brontekst bewerken]
De stam is roodbruin en spiraalsgewijs draaiend. De schors heeft de neiging af te schilferen en is vezelig. Naar beneden toe loopt de stam in een brede geplooide voet uit.
Takken
[bewerken | brontekst bewerken]De takken zijn roodbruin, afschilferend en in de top sterk opgaand. Op oude twijgen verschijnen veel nieuwe kortloten die met elkaar zachte pluimen vormen. Deze kortloten zijn 5–10 cm lang en 1-1,8 cm breed, helgroen. Ze vallen in het najaar in hun geheel af. Aan de einden van de oude twijgen worden nieuwe twijgen gevormd die gestaag doorgroeien tot eind september.
Knoppen
[bewerken | brontekst bewerken]De knoppen zijn zonder loep niet waarneembaar.
Naalden
[bewerken | brontekst bewerken]Aan de langloten groeien schubvormige naalden, radiaal spiraalvormig afstaand. In de herfst kleuren de naalden eerst geel of oranje en later donkerrood of bruin. Daarna vallen ze af.
Bloeiwijze en vrucht
[bewerken | brontekst bewerken]
De moerascipres is eenhuizig en bloeit in het voorjaar, als het eerste groen weer verschijnt. De mannelijke geslachtsorganen zijn katvormige, hangende trossen van 10–30 cm lang die laat in de herfst verschijnen. Ze worden geel en laten hun stuifmeel vrij in april. De vrouwelijke geslachtsorganen zijn 2 mm lange kleine groene kegeltjes, die aan de voet van de trossen met mannelijke geslachtsorganen zitten.[2]
De kegelvruchten zijn zittend, ovaalvormig, 2–3 cm lang, wratachtig, aanvankelijk groen, later bruin. Ze zijn vooral in de winter goed te zien, als de naalden gevallen zijn. De kegels hebben houtige schubben die goed aansluiten. Bij rijping vallen ze uiteen en laten de zaden los die tussen de schubben zitten. De zaden zijn 5–6 mm groot, lichtbruin.
Ademwortels
[bewerken | brontekst bewerken]
Moerascipressen kunnen ademwortels (pneumatoforen) maken. Dit zijn holle houten stompen rondom de boom die anderhalf tot twee meter hoog kunnen worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze stompen de wortels, die in natuurlijke omstandigheden vaak onder water staan, van lucht voorzien. In Nederlandse en Belgische parken ontwikkelen deze 'knietjes' zich meestal niet. Wel kan men vaak voelen dat de grond rond de boom zeer hard is: een stevige houten vloer van wortels.
Het wortelgestel is uitstekend ontwikkeld, waardoor de boom zelfs in de slapste bodem niet gauw omwaait.[3]
Voorkomen
[bewerken | brontekst bewerken]Voor de ijstijd, met name in het Plioceen, kwamen moerascipressen op het hele noordelijk halfrond voor en in het huidige België en Nederland domineerden ze de moerasbossen.[4] Nu komen ze van nature alleen nog voor in moerassen en op rivieroevers in het subtropische zuidoosten van de Verenigde Staten. Ze kunnen daar heel oud worden; volgens gegevens uit 2018 was de oudste levende moerascipres minstens 2624 jaar oud.[5] Zulke oude bomen hebben brede, onregelmatige kronen.
Variëteiten en cultivars
[bewerken | brontekst bewerken]Van de moerascipres worden drie variëteiten onderscheiden:[6]
- Taxodium distichum var. distichum
- Taxodium distichum var. imbricarium (Nutt.) Croom
- Taxodium distichum var. mexicanum (Carrière) Gordon & Glend.
Taxodium distichum var. imbricarium wordt door sommige botanici gezien als een aparte soort: Taxodium ascendens. Het verschil met Taxodium distichum var. distichum zit in de kortere bladeren die aan rechtopstaande scheuten zitten en in de ecologie, aangezien de soort grotendeels voorkomt in wetlandhabitats met weinig voedingsstoffen.
Enkele auteurs beschouwen Taxodium mucronatum ook als een variëteit van de moerascipres (T. distichum var. mexicanum, Gordon), waarbij hij het geslacht beschouwde als slechts één soort omvattend.[7]
De eerste exemplaren van de moerascipres zijn in 1640 in Engeland ingevoerd. Inmiddels zijn een aantal cultivars in de handel. De bekendste is Taxodium distichum 'Nutans'.[8]
Toepassingen
[bewerken | brontekst bewerken]Het hout van de moerascipres is goed bestand tegen rotting. In Amerika wordt het gebruikt voor dakbedekking, dakgoten en doodskisten.[9]
Oude bomen
[bewerken | brontekst bewerken]
In Nederland
[bewerken | brontekst bewerken]- In Arboretum Trompenburg te Rotterdam staat een moerascipres uit 1870.
- In Park Sonsbeek te Arnhem stond een moerascipres uit circa 1835. De boom was 34 meter hoog en had een stamomtrek van vijf meter. De boom is in 2023 omgewaaid.[10][11]
- Tegenover de waterpoort Monnikendam in Amersfoort staat een moerascipres die geplant is in 1830.[12]
- In park Rams Woerthe in Steenwijk staan vier moerascipressen langs de rand van de vijver. Ze zijn ruim voorzien van ademwortels (pneumatoforen).
- Bij huis Landfort in Megchelen (Gelderland) staan meerdere moerascipressen; een ervan heeft ademwortels.
In België
[bewerken | brontekst bewerken]- Kasteel van Heule uit 1895 heeft een park met drie moerascipressen.
- In het kasteelpark van Marchienne te Harveng staat de grootste moerascipres van Europa.[13] In 1994 was hij 32 meter hoog en in 2007 had hij een stamomtrek van 860 cm op 150 cm hoogte.
- In het Engels Park vlak bij de Abdissenresidentie Herkenrode van de Abdij van Herkenrode staat een exemplaar met ademwortels en een omtrek van meer dan 266 cm.
- Op de geosite Goudberg in Hoegaarden werden in 1970 en in 1990 versteende resten gevonden van enkele moerascipressen. Deze zijn ongeveer 55 miljoen jaar oud.
- Op het dorpsplein van Lotenhulle werd na het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog een herdenkingsboom geplant, een moerascipres. In 2001 was de stamomtrek 327 centimeter.
- Moerascipres van Harveng
- Ademwortels van moerascipres in Engels Park Herkenrode Hasselt
- Een lang lot met enkele korte loten met de naalden in twee rijen
- Jonge ademwortel.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Toon van der Schans geeft een systematische opsomming van de verschillen tussen moeras- en watercipres.
- Bomengids.nl biedt een groot aantal foto's van de moerascipres; ook samen met de watercipres.
- Voetnoten
- ↑ Gegevens in deze paragraaf (onder meer) ontleend aan Boom 2000, p. 124
- ↑ Phillips, Roger (1979). Bomen van de gematigde streken. Het Spectrum, 203. ISBN 9789027429469.
- ↑ van der Stelt, Hans (1989). De Bomen in Artis en Hortus. Artis, 26f. ISBN 9063523017.
- ↑ Moerascipres. Geologie van Nederland. Gearchiveerd op 15 september 2024. Geraadpleegd op 15 september 2024.
- ↑ Trouet, Valerie (2020). Wat bomen ons vertellen. Lannoo, p. 53. ISBN 9789401466752.
- ↑ (en) Taxodium distichum. 'Plants of the World Online'. Geraadpleegd op 11 mei 2026.
- ↑ Taxodium in de Flora of North America
- ↑ Actuele voorraadlijst : Taxodium. Kwekerij Esveld. Gearchiveerd op 4 juni 2025. Geraadpleegd op 15 september 2024. “Op de website van kwekerij Esveld te Boskoop wordt een aantal cultivars opgesomd (sommige met foto).”
- ↑ Lever, Jan (2002). Bomengids van Amsterdam-Zuid: wandelend bomen leren kennen. Ginkgo, Amsterdam, p. 23. ISBN 9080700916.
- ↑ Oude bomen in Arnhem. Oude Bomen vanuit Zutphen bekeken (26 februari 2008). Gearchiveerd op 26 februari 2008. Geraadpleegd op 15 september 2024 – via web.archive.org.
- ↑ Bulletin Vrienden van Sonsbeek. vriendenvansonsbeek.nl. Vrienden van Sonsbeek, Zypendaal en Gulden Bodem (5 december 2024). Gearchiveerd op 4 mei 2025. Geraadpleegd op 26 april 2026.
- ↑ Berendse, Frank (2011). Natuur in Nederland. KNNV, Zeist. Gearchiveerd op 5 juli 2014. Geraadpleegd op 2 mei 2018.
- ↑ Dikke bomen in België. Monumental Trees. Gearchiveerd op 18 februari 2022. Geraadpleegd op 15 september 2024.
- Literatuur
- Boom, B.K. - Nederlandse dendrologie. 13e druk. Uitg. Veenman & Zonen, Ede 2000. ISBN 9027815526
- Phillips, R. – Bomen van de gematigde streken. Uitg. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1979 (2e druk 1980). ISBN 9027492379
- van der Stelt, H. – De bomen in Artis en Hortus. Uitg. Artis / Hortus Botanicus Plantage / De Oude Stad, Amsterdam 1989. ISBN 9063523017
- Lever, J. – Bomengids van Amsterdam-Zuid. Uitg. Ginkgo, Leiden 2002. ISBN 9080700916