Mohamed Oufkir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mohamed Oufkir (Arabisch: ‏محمد أوفقير‎) (Aïn Chaïr, Meknès-Tafilalet, 1920 - Rabat, 16 augustus 1972) was een Marokkaanse generaal en minister.

Hij was vleugeladjudant van koning Mohammed V van Marokko. Onder koning Hassan II was hij directeur van de veiligheidsdienst, minister van Binnenlandse Zaken (1967-1971) en minister van Defensie (1971-1972). Hij onderdrukte protesten door politioneel en militair optreden. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de verdwijning van Mehdi Ben Barka, een linkse antikolonialist. Hij werd voor diens dood bij verstek veroordeeld door een Franse rechtbank tot levenslange gevangenisstraf.

In 1972 probeerde hij een coup te plegen door op het vliegtuig van Hassan te laten schieten. De koning overleefde deze aanslag echter. Volgens officiële berichtgevingen zou Oufkir hierop zelfmoord hebben gepleegd. Er zijn echter ook beweringen dat de koning Oufkir eigenhandig zou hebben doodgeschoten.

Het gezin Oufkir werd naar een verlaten gevangenis in de Sahara verbannen. In 1991 na 19 jaar gevangenschap werd het gezin vrijgelaten als gevolg van Amerikaanse en Europese druk die op het regime werd uitgeoefend. Vijf jaar later vluchtte het gezin, ondanks strenge politiebewaking, naar Frankrijk.

Dochter Malika Oufkir schreef een boek over haar gevangenschap: De Gevangene (La prisonnière). In 2006 verscheen haar boek In Vrijheid, waarin zij vertelt over het opbouwen van haar nieuwe leven en alle moeilijkheden die ze hierin tegenkomt. Momenteel woont ze met haar man en kinderen afwisselend in de Verenigde Staten en Marrakesh.

Echtgenote en moeder Fatéma Oufkir schreef eveneens een boek (Les jardins du roi. Hassan II et moi, 2000; Nederlandse vertaling 2001: Geketend door een koning) over de gevangenschap in de 'Tuinen van de koning'.