Monisme (filosofie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een monisme is een filosofisch standpunt dat zegt dat er slechts één van iets is. Het begrip is vooral in gebruik in de ontologie. Het woord monisme is afgeleid van het Griekse woord μονος (monos) dat één betekent. De term werd geïntroduceerd door Christian Wolff (1679—1754).

Betekenis[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn verschillende soorten monistische visies.

[1]Substantieel en attributief monisme[bewerken | brontekst bewerken]

Om te beginnen kunnen we substantieel monisme onderscheiden van attributief monisme.

Bij substantieel monisme zeggen we dat er slechts één zijnde is. Een voorbeeld van substantieel monisme is Parmenides' το εον (het zijnde). Voor Parmenides is de wereld een ondeelbaar en onveranderlijk iets, alle veranderingen die we waarnemen zijn schijn.

Bij attributief monisme zeggen we dat er slechts één soort zijnde is. Een voorbeeld van attributief monisme is het atomisme. Volgens het atomisme bestaat de hele wereld uit atomen, kleine ondeelbare stukjes materie.

Fysisch en psychisch monisme[bewerken | brontekst bewerken]

Twee bekende vormen van attributief monisme zijn het fysisch monisme en het psychisch monisme.

Het fysisch monisme brengt alles terug tot materie. Dit wordt ook wel materialisme genoemd. Er wordt in het bijzonder ontkend dat "geest" apart van de materie zou bestaan. Het atomisme was de eerste vorm van fysisch monisme.

Hiertegenover staat het psychisch monisme. Hierbij wordt juist de materiële wereld ontkend, en wordt er gesteld dat heel onze werkelijkheid zich slechts in onze geest afspeelt. Dit wordt ook wel idealisme genoemd. Aanhanger daarvan was bijvoorbeeld bisschop Berkeley.

Neutraal monisme[bewerken | brontekst bewerken]

Een middenweg tussen fysisch en psychisch monisme is het neutraal monisme. Een neutraal monist zegt dat alle verschijnselen weliswaar van één type zijn, maar een aan ons nog onbekend type, dat fundamenteler is dan dat van lichaam of geest. Lichaam en geest zouden dan de uiterlijke manifestaties hiervan zijn. Een metafoor hiervoor is een televisietoestel, dat zowel geluid als beeld voortbrengt, maar zelf geen van twee is.

Spinoza's filosofie, bijvoorbeeld zijn Deus sive natura, is een voorbeeld van (substantieel) neutraal monisme.[2][3][4] Alles is weliswaar één, maar het heeft oneindig veel aspecten. Wij kennen er daar maar een paar van (materie, geest), maar de wereld kan zich in principe op ontelbaar veel manieren aan ons manifesteren.

Ook Leibniz' monadologie kan worden opgevat als een neutraal monisme.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • P. Edwards, Encyclopedia of Philosophy, MacMillan 1973.
  • P.J. Zwart, Het wezen van het zijn (aard en opbouw van de natuur vanuit wetenschappelijk en filosofisch perspectief), Aula Paperback 169, 1988.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Leopold Stubenberg. "Neutral Monism and the Dual Aspect Theory". Stanford Encyclopedia of Philosophy.
  2. Baruch Spinoza. Baruch Spinoza. Ethica, hoofdstuk 2. Multilingual publication of Spinoza's Ethics
  3. Sam-Yel Park " A Study of the Mind-Body Theory in Spinoza, blz. 131-1a . Glasgow Theses Service