Monosporangiaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Monosporangiaat worden de planten genoemd, waarbij slechts één sporangium wordt gevormd aan het uiteinde van de onvertakte sporofyt. De sporofyt heeft zo een eindige groei. Dit is het geval bij de levermossen en de mossen, en de hauwmossen, die een ongesteeld sporangium hebben. Het idee dat de monosporangiate planten (de mossen in wijdere zin) één zustergroep vormen van de polysporangiate (de Vaatplanten of Tracheophyta) is nu verlaten.

De vaatplanten zijn polysporangiaat en kunnen meer sporangia vormen per sporofyt. De sporofyt is vertakt, bij de varens veelal dichotoom, waarbij de takken ook ongelijk van grootte kunnen zijn (anisotoom).