Moord op Marietje Kessels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Moord op Marietje Kessels
Maria "Marietje" Kessels voor 1900
Plaats Heilig Hartkerk, Noordhoek te Tilburg, Nederland
Coördinaten 51° 34′ NB, 5° 5′ OL
Datum 22 augustus 1900
Tijd na 10:30 uur
Aanslagtype moord
Doden 1
Verdachte(n) Gasparus Mutsaers (vrijgesproken), Johan van Isterdaal, George van Zinnicq Bergmann
Slachtoffer(s) Maria Catharina Wilhelmina (Marietje) Kessels
Moord op Marietje Kessels (Noord-Brabant)
Moord op Marietje Kessels

De moord op Marietje Kessels in de Noordhoekse kerk te Tilburg is een misdrijf dat plaatsvond op 22 augustus 1900. De zaak veroorzaakte landelijke opschudding, maar werd nooit opgelost. Meer dan honderd jaar na dato verschijnen over deze lustmoord nog altijd publicaties. Essentie van de zaak is dat een onvolledig onderzoek heeft plaatsgehad, waardoor verdenkingen in de richting van de kerkelijke ambtsdragers zijn blijven voortbestaan.

Verkracht en vermoord[bewerken | brontekst bewerken]

De op 2 maart 1889 geboren Maria Catharina Wilhelmina (Marietje) Kessels was het derde kind van Maria Philomena Crijns en Mathieu Kessels, eigenaar van de Koninklijke Nederlandse Fabriek van Muziekinstrumenten in de voormalige Industriestraat te Tilburg.

Zij was woensdag 22 augustus 1900 om ongeveer half elf op weg om een brief te posten en ging naar haar pianoleraar, Gerard Schellekens, om een les af te zeggen. Vanuit het tegenover de Heilig Hartkerk gelegen café De Zwarte Ruiter zag Maria Panhuijsen dat Marietjes aandacht werd getrokken door een man in het zijportaal van de kerk.[1]

Toen ze niet thuiskwam zette de familie een zoektocht op touw. Ze had haar pianoleraar niet bezocht, en toen ook bleek dat de brief niet op de plaats van bestemming was aangekomen,[2] stelde de politie een groot onderzoek in. Dit werd geleid door commissaris Caarls. De politie doorzocht de woonwagens van kermislieden die ten tijde van de verdwijning Tilburg bezochten. Met behulp van het personeel van de fabriek van Kessels werd de omgeving doorzocht. Twee dagen na de verdwijning werd Marietjes lichaam gevonden op het gewelf van de kerk. Ze was verkracht en gewurgd.

Op 27 augustus 1900 werd de overlijdensakte van Maria Catharina Wilhelmina Kessels getekend. De volgende dag werd ze begraven.

Onderzoek en vrijspraak[bewerken | brontekst bewerken]

Bij het onderzoek concentreerde de politie zich op twee verdachten: de schilder Gasparus Mutsaers, die in de kerk werkzaam was, en koster Johan van Isterdaal. De koster werd na de vondst van het lichaam direct aangehouden. Mutsaers werd gevangengenomen toen hij vertelde dat hij enkele kleren en een kerkboekje van Marietje in zijn bezit had. Hij beweerde dat hij die van de koster had aangenomen. Mutsaers werd daarna als de hoofdverdachte gezien. Hij wijzigde zijn verklaringen een aantal keer, waardoor hij zichzelf tegensprak. Tegen het alibi van de koster spraken diverse getuigenverklaringen. Hij was ook degene die van alle ruimtes in de kerk een sleutel had.

Oud-postbode Jongbloets had omstreeks 11 uur in de kerk gehuil gehoord. Hij zag daarna de koster, die hem intimiderend aankeek, van het koor komen. Beïnvloed door derden trok Jongbloets in de rechtszaak de stelligheid van zijn identificatie terug.[3] Volgens andere getuigen zou de koster rond 12 uur de deur van de kerk op slot hebben gedaan, wat zeer ongebruikelijk was. Bovendien had hij om 12 uur het Angelus niet geluid.

Pastoor George van Zinnicq Bergmann leidde volgens het proces-verbaal om 6 uur 's morgens de vroegmis. Om half 8 deed de pastoor het catechismusonderwijs voor 70 communicanten, waaronder Marietje. Twee kapelaans deden de andere missen in de morgen. Daarna bleven de kapelaans en hij, volgens zijn verklaring, op hun kamers.[4] Of de pastoor als verdachte kon worden aangemerkt is niet onderzocht.

Alleen tegen Mutsaers werd een aanklacht ingediend, maar hij werd in de rechtszaak én in hoger beroep vrijgesproken. Tegen andere potentiële verdachten, pastoor George van Zinnicq Bergmann en de kapelaans, werd geen nader onderzoek ingesteld. Het was in die tijd onbespreekbaar geestelijken als verdachten te beschouwen.[5] Vooral in socialistische en antiklerikale kring deden spoedig geruchten en spotliedjes de ronde waarin de pastoor als schuldige werd aangewezen.

Speculaties over de dader[bewerken | brontekst bewerken]

De moord op Marietje Kessels is blijven fascineren. In 1984 vond publicist Ed Schilders in het Bredase advocatenkantoor Pels Rijcken, het originele strafdossier terug, met persoonlijke aantekeningen van de verdediger van Mutsaers, de protestant Frans Pels Rijcken, alsmede afschriften van de verhoren en getuigenissen. Schilders wijdde daarop in 1988 een boek aan de moordzaak, getiteld: Moordhoek - De moord op Marietje Kessels in een katholieke kerk. In zijn reconstructie van de moord kwam de pastoor als dader bovendrijven, zij het onbewezen.

Ook in de familie Kessels gaat men er volgens overlevering van uit dat de pastoor de dader was. In oktober 2011 bracht de nicht van Marietje, Godelieve Kessels, een boek uit genaamd De moord op Marietje Kessels. Zij wijst naar de pastoor op basis van gesprekken met haar vader Mathieu, de jongere broer van Marietje Kessels. Hij was vier jaar oud toen zijn zusje werd omgebracht, maar heeft op latere leeftijd met zijn ouders over de zaak gesproken. Vader Kessels zou onder druk van pauselijke vertegenwoordigers - die de ouders van Marietje in 1908 zouden hebben bezocht - gedwongen zijn om de pastoor niet te beschuldigen. Zij zouden hebben bevestigd dat Van Zinnicq Bergmann de moordenaar was, maar als vader Kessels dat naar buiten zou brengen dan zou mét de pastoor de hele katholieke kerk terechtstaan "en dat kon toch niet de wil van de familie zijn?", aldus de auteur. Bovendien zou vader Kessels bang zijn geweest de klandizie van de katholieke fanfarekorpsen in Zuid-Nederland en België te verliezen.[6][7]

In 1999 werd bij toeval het strafdossier van het toenmalige openbaar ministerie met betrekking tot het hoger beroep aangetroffen in de kelder van een advocatenkantoor.[8] Liselotte van Leest deed vanaf 2019 uitgebreid onderzoek naar de moordzaak. Zij gebruikte hierbij het in 2020 gedigitaliseerde strafdossier van justitie en tal van andere documenten. Het archief van het bisdom Den Bosch bleek geschoond van elk materiaal omtrent de zaak. In 2022 publiceerde Van Leest het boek De zaak - Marietje Kessels, waarin alle hiaten in het politieonderzoek van destijds op een rijtje worden gezet. Betreurenswaardig vindt zij vooral dat het onderzoek naar meineed door koster Van Isterdaal destijds achterwege is gebleven. Veel getuigenverklaringen gingen in tegen zijn alibi. In haar reconstructie is sprake van mogelijk twee daders en ook twee verschillende locaties; een van de verkrachting en een van de moord. De moord vond plaats in de paniek van ontdekt te worden door kerkbezoek. De pastoor en de koster hadden een hechte, persoonlijke relatie. Over hun mogelijk beider betrokkenheid bij de 'lustmoord' zouden ze blijvend zwijgen, de koster zelfs zestig jaar lang. Volgens Van Leest was er 'op de achtergrond iemand sturend van invloed' op het politieonderzoek en het proces tegen Mutsaers.

Hoe het ook zij, toen pastoor van Zinnicq Bergmann in november 1910 overleed toonde het muziekkorps van Kessels hem de laatste eer in de begrafenisstoet.[9]


Graf en bidprentje[bewerken | brontekst bewerken]

Het grafmonument van Marietje Kessels

Marietje ligt begraven op de begraafplaats van de Heikese kerk, aan de Bredaseweg in Tilburg. Het nummer van haar graf is A11/45. Talloze Tilburgers hebben destijds aan het grafmonument van Marietje Kessels meebetaald. De vormgeving van het grafmonument, alsmede zijn teksten, vertonen een duidelijke rooms-katholieke signatuur. Het werd gemaakt door de lokale steenhouwer Victor Barette. Bijzonder is dat enkele hoofdrolspelers in dit drama binnen een straal van tien meter van Marietjes graf zijn begraven: haar ouders, pastoor van Zinnicq Bergmann en politiecommissaris Caarls.

Het bidprentje dat na Marietjes dood werd uitgegeven begint met de volgende dichtregels:

Paatje, Moetje, bitter weent gij,
Om uw Kind, zoo wreed ontrukt,
O, als ’t jonge bloempje is zij,
Pas ontloken afgeplukt.

Wetenswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Het Marietje Kessels Project (MKP), een weerbaarheidstraining voor basisschoolleerlingen, startte in de jaren negentig in Tilburg en is landelijk uitgerold.[10]
  • In 1996 werd in Tilburg een toneelvoorstelling uitgevoerd over de moordzaak, met daarbij een bloemlezing van teksten met betrekking tot 'de gruweldaad'.
  • In 2000 schreef rechtsgeleerde Afshin Ellian Voor Marietje, een gedicht ter herinnering aan de moord op Marietje Kessels.[11]
  • In 2001 werd het Marietje Kessels Monument onthuld in De Elzenhof, een door omwonenden beheerde kloosterspeeltuin bij het Ursulinenklooster waar Marietje schoolging. Het kustwerk van Guido Geelen is een hedendaagse waarschuwing tegen seksueel geweld.[12]
  • In 2010 werden in het archief van het Nederlands Forensisch Instituut foto's teruggevonden van het levenloze lichaam van Marietje Kessels. De foto's werden gemaakt door de Bredase fotograaf Emile van Waegeningh.[13]
  • In 2017 ging in Tilburg een musicalversie van de moordzaak in première.[14]
  • In 2019 werd een Marietje Kesselswandeling geopend in de tuin van woonzorgcentrum Het Laar.[15]
  • In 2020 digitaliseerde het Brabants Historisch Informatie Centrum het procesdossier van de rechtszaak tegen August Mutsaers.[16]

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Ed Schilders - Moordhoek - De moord op Marietje Kessels in een katholieke kerk; Drukkerij Gianotten, Tilburg, 1988. Laatste herdruk in 2013.
  • Godelieve Kessels - De moord op Marietje Kessels; Nieuwland, Utrecht, 2011.
  • Liselotte van Leest - De zaak-Marietje Kessels; Uitgeverij Volt, 2022

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]