Moord op Stijn Saelens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Stijn Saelens (26 december 197731 januari 2012) was een Belgische projectontwikkelaar, die op 34-jarige leeftijd werd vermoord. De zaak kreeg media-aandacht, onder andere vanwege de rijke West-Vlaamse achtergrond van zowel slachtoffer als hoofdverdachte, en men sprak van de Kasteelmoord omdat Saelens met zijn vrouw en vier kinderen te Wingene het kasteel Carpentier bewoonde. Onder meer de schoonvader, André Gyselbrecht, en de schoonbroer van Saelens, Peter Gyselbrecht, alsook een oude vriend van de schoonvader, Pierre Serry, werden opgepakt.

Verdwijning[bewerken]

Saelens' echtgenote vond op 31 januari 2012 in de inkomhal van het kasteel een kogelhuls en een bloedspoor, dat liep tot aan de oprit van het kasteel. Saelens zelf was nergens te bespeuren.

Saelens' schoonvader en schoonbroer werden opgepakt voor ondervraging. Het parket hield de twee verdachten niet aan, maar beroofde hen met een uitzonderlijke procedure voor 48 uur van hun vrijheid. Op 2 februari werden ze weer vrij gelaten. Ondertussen bleef de Cel Vermiste Personen van de federale politie samen met de civiele bescherming zoeken naar de vermiste Stijn Saelens op en rond het kasteeldomein.

Op 3 februari werd Pierre Serry in Beauraing opgepakt. Op hetzelfde moment werden in Wallonië ook vier Tsjetsjenen gearresteerd. Het Brugse parket dacht dat de Tsjetsjenen ingehuurd werden voor de moord, met Serry als tussenpersoon. Ook zij werden bij gebrek aan bewijzen de volgende dag weer vrijgelaten.

Op 15 februari werden Stijn Saelens' schoonvader, zijn schoonbroer, Pierre Serry en drie Tsjetsjenen opnieuw opgepakt. De volgende dag werden de Tsjetsjenen vrijgelaten, maar de drie andere verdachten werden aangehouden op verdenking van moord.

Moord en moordonderzoek[bewerken]

Het lichaam van Saelens werd op 17 februari 2012 teruggevonden in het bos van Maria-Aalter in de buurt van een chalet van Pierre Serry.[1] De put waarin Saelens begraven lag was al twee weken voor de moord gegraven met de hulp van een neef van Serry. Uit de autopsie van het lichaam bleek dat Saelens omgekomen was door een kogel in de rechterlong.[2]

Op 20 februari mochten de raadslieden van de verdachten het dossier inkijken. Een dag later besliste de Brugse raadkamer dat de drie verdachten aangehouden bleven. Ze tekenden allen beroep aan tegen deze beslissing. Op 24 februari stelde weduwe Elisabeth Gyselbrecht zich burgerlijke partij in het dossier door een klacht in te dienen bij onderzoeksrechter Gevaert tegen onbekenden. Hierdoor kon ze het strafdossier inkijken. Saelens zelf werd in de week van 20 februari in alle discretie begraven in het Kortrijkse. Na de plechtigheid werd zijn lichaam bijgezet in de familiegrafkelder.[3]

Op 5 maart bekende schoonvader André Gyselbrecht dat hij Stijn Saelens "een lesje wou leren". Hij gaf toe opdracht te hebben gegeven zijn schoonzoon te laten 'afranselen' en 'enkele dagen te gijzelen'.[4] Een paar dagen eerder was er in de cel van Pierre Serry een brief gevonden waarin hij zijn aandeel in de zaak bevestigde.[5]

Op 2 mei 2017 bekende de schoonvader van Saelens dat hij opdracht had gegeven aan Serry om Saelens te vermoorden. Hij deed dit met een eigen betoog, waarin hij probeerde te duiden dat de vermoedelijke incest, waarvoor hij klacht had ingediend, voor hem zware feiten waren en dat hij er alles wilde aan doen om dat verder te vermijden.[6]

Huurmoordenaar[bewerken]

Op 26 januari 2013 werd de moordenaar van Stijn Saelens geïdentificeerd aan de hand van DNA-materiaal. Het bleek om de Eindhovenaar Ron(ald) van Bommel te gaan, een Nederlandse crimineel, die in mei 2012 overleed aan pancreaskanker. De Brugse procureur Jean-Marie Berkvens werd geciteerd met een verklaring dat hij (Van Bommel) niet alleen was, want het dode lichaam kan hij moeilijk alleen versleept hebben. Derhalve werd verder gezocht naar een tweede dader.[7]

Nabij de plaats van de moord werd eveneens het signaal van een mobiele telefoon opgepikt. Het nummer kon gelinkt worden aan Van Bommel en werd vanaf november 2011 geregeld gebruikt om naar Serry te bellen. Het telefoonverkeer tussen Serry en Van Bommel stopte op 31 januari 2012, de dag van de moord.[8]

Nieuwe aanhouding en wraking[bewerken]

Op 19 februari 2013 werd dokter Gyselbrecht opnieuw gearresteerd. Zijn advocaat vond dat dit op onvoldoende gronden was gebeurd en beschuldigde de onderzoeksrechter van vooringenomenheid. Hij diende een verzoek tot wraking in.

Onderzoeksrechter Paul Gevaert wachtte niet op een uitspraak van het Hof van Beroep en trok zich uit het onderzoek terug. Hij werd opgevolgd door onderzoeksrechter Koen Wittouck. Voor het eerst op donderdag 9 maart 2017, meer dan vijf jaar na de feiten, ging uiteindelijk het proces van start voor de correctionele rechtbank in Brugge. De inleidende zitting verliep zeer woelig. Tijdens een tussenzitting besliste de rechtbank dat het proces niet achter gesloten deuren zou gebeuren. De voorzitter beperkte ook het aantal getuigen tot elf personen, nl. onderzoeksrechter Koen Wittouck, case officer David Roelant, wetsdokter Geert van Parys, wapendeskundige Erik De Durpel, Johan Maertens (therapeut van Stijn Saelens en van Elisabeth en Andre Gyselbrecht), kinderpsychologe An Verstuyf, Eric Verhenne en Sven Bertels van de politie, Hanneke Vandewalle (huisarts in de praktijk van Gyselbrecht), de moeder van Roy Larmit en als laatste S. Ramautarsing (die Larmit vergezelde toen die het geld ophaalde bij Evert De Clercq).[9]

Nieuwe verdachte en nieuwe aanhouding[bewerken]

Op 25 juni 2015 werd André Gyselbrecht opnieuw aangehouden, nadat de nieuwe verdachte Roy Larmit, de chauffeur van Van Bommel, had bekend dat Van Bommel de opdracht had gekregen een man met een incestverleden te vermoorden.[10] Op 30 juni verscheen Gyselbrecht voor de raadkamer in Brugge. Die nam alle elementen uit het aanhoudingsbevel van de onderzoeksrechter over en besliste dat hij in voorlopige hechtenis bleef.

Externe link[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Faroek OZGUNES, De kasteelmoord - kroniek van een aangekondigde dood - Met de bekentenissen van André Gyselbrecht, Van Halewyck, 2017.