Mortuarium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baarhuis in Ouderkerk aan de IJssel, zie ook Lijst van rijksmonumenten in Ouderkerk aan den IJssel
Lijkenhuisje in Bambrugge, gerestaureerd in 2012

Een mortuarium, funerarium of vroeger een lijkenhuis of baarhuis, is een plaats waar het lichaam van een overledene gedurende enkele dagen kan worden bewaard en/of opgebaard tot aan de begrafenis of crematie.

Geschiedenis[bewerken]

Begraafplaatsen en kerkhoven hadden vaak een "baarhuis", waar de overledenen werden opgebaard. Pas na 36 uur kon men met zekerheid zeggen dat de dood was ingetreden: ook werden hier de lijkbaren opgeslagen. Hiernaast bestonden er "lijkenhuisjes" voor overledenen die slachtoffer geworden waren van besmettelijke ziektes. Deze werden apart opgebaard om verdere besmetting te voorkomen. In de Nederlandse Wet op de Besmettelijke Ziekten van 1872 werd bepaald dat iedere begraafplaats een dergelijk huis moest hebben.

Heden[bewerken]

Tegenwoordig is ieder mortuarium uitgerust met een koelruimte. Hierdoor wordt het ontbindingsproces vertraagd, wat van belang is voor eventuele obductie, donatie of opbaring. In de zorginstellingen is het over het algemeen de bedoeling om een overledene binnen 3 uur na overlijden te koelen. Uiteraard pas nadat de arts de schouw heeft gedaan.

De meeste ziekenhuizen beschikken over een eigen mortuarium. Dit komt doordat ziekenhuizen locaties zijn waar regelmatig mensen komen te overlijden.

Veel baarhuisjes werden later gebruikt als opslag voor tuingereedschap voor het onderhoud van de begraafplaats. Een aantal baarhuisjes is aangewezen als rijksmonument.

Zie ook[bewerken]