Mozes Salomon Asser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mozes Salomon Asser (Amsterdam, 7 augustus 1754 – aldaar, 4 november 1826) was een Joods-Nederlandse cacaohandelaar en later procureur in Amsterdam. Als lid van Felix Libertate ijverde hij voor de emancipatie van de Joodse gemeenschap in Amsterdam en in Nederland. Met Joannes van der Linden en Arnoldus van Gennep was hij medeauteur van het ontwerp-Wetboek van Koophandel dat in 1809 aan koning Lodewijk Napoleon werd aangeboden.[1] Het duurde tot 1838 voordat het wet werd.

Zijn vader Salomon, lid van de familie Asser, was een diamantklover en later handelaar in koffie en zijn zoon werkte korte tijd voor de VOC. In 1787 vestigde hij zich als procureur. Al snel ontwikkelde de autodidact zich tot een juridisch specialist waar men moeilijk om heen kon. Toen een groep verlichte joden zich in 1798 afscheidde van de Oude Hoogduitse Gemeente omdat de bestuurders niet wilden toestaan dat de Verklaring van de rechten van de Mens en de Burger door Dr. Hartog de Hartog Lémon in de synagoge werd voorgelezen sloot Asser zich aan bij de nieuw ontstane gemeente Adath Jessurun.

Op 30 mei 1806 riep Keizer Napoleon I een Algemene Joodse Vergadering bijeen waarin de vorming van een nieuw Sanhedrin, het Grand Sanhedrin werd voorbereid. Mozes Salomon Asser, Juda Littwak en Hartog de Hartog Lémon vertrokken naar Parijs om daar te ontdekken dat zij slecht waarnemers waren en dat alleen de vertegenwoordigers van de Hoogduitse gemeente het woord kregen tijdens debatten. De afgevaardigden van Adath Jessurun mochten op de slotbijeenkomst van 9 maart 1807 wèl het woord voeren.

In 1808 werkte een driemanschap aan het Wetboek van Koophandel. Daaraan bestond dringende behoefte omdat tot dat moment in elke stad plaatselijke ordennanties het kader voor het geldende handels- en zeerecht vormden.

Asser bewoonde Singel 548, in de 17e eeuw bewoond door Johan Huydecoper van Maarsseveen.

Hij was de eerste jurist in een familie van vooraanstaande juristen. Twee achterkleinzoons zijn in het bijzonder verantwoordelijk voor de naamsbekendheid van de familie:

Literatuur[bewerken]

  • 275 jaar Nauta-Dutilh. (z.j.) E. Voorneman, E. Kurpershoek en K. Mulder. In vogelvlucht langs de voorlopers en hun vestigingen, p. 18-19.
Bronnen, noten en/of referenties