Mucopolysacharidose I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Mucopolysacharidose I
Coderingen
ICD-10 E76.0
ICD-9 277.5
OMIM 607014 607015607016
DiseasesDB 6067
MedlinePlus 001204 001246
eMedicine ped/1031
MeSH D008059
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Mucopolysacharidose I (MPS I) is een lysosomale stapelingsziekte die wordt veroorzaakt door een verminderde activiteit van het enzym α-L-iduronidase. De ernstigste vorm, de ziekte van Hurler (MPS I-H), is het bekendst. Een groot deel van de patiënten heeft echter een vorm met een langzamere progressie (ziekte van Hurler-Scheie, MPS I-HS, of ziekte van Scheie, MPS I-S) met geringe of afwezige mentale retardatie, geringe hepatosplenomegalie en minder grove gelaatstrekken, maar vooral stijve gewrichten. Hierdoor is het stellen van de juiste diagnose bij deze patiënten moeilijk. Aangezien MPS I autosomaal recessief overerft, is het aannemelijk dat eventuele broers en zussen ook zijn aangedaan.

Klinisch beeld[bewerken | brontekst bewerken]

Vroege en late symptomen die kunnen optreden bij MPS I

MPS I is een multisysteemziekte. In vrijwel elk orgaan is stapeling te vinden met de daarbij behorende problemen. Er kunnen grote verschillen gevonden worden tussen patiënten. Hieronder staat een aantal symptomen die kunnen optreden. Bij aanwezigheid van een of meer van deze symptomen zou MPS I in de differentiaaldiagnose opgenomen moeten worden.

Vroege symptomen[bewerken | brontekst bewerken]

Late symptomen[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de meeste patiënten met MPS I-HS (syndroom van Hurler-Scheie) of MPS I-S (syndroom van Scheie) beginnen de eerste klachten al op de kinderleeftijd. Meestal zijn steeds stijver wordende gewrichten en achterblijvende groei merkbaar. Dit wordt op latere leeftijd gevolgd door visusklachten (problemen met scherp zien), hartklepinsufficiëntie (lekkende hartklep), darmproblemen, nachtelijke apneu (ademhalingsonderbreking) en restrictieve longfunctiestoornis. MPS I gaat gepaard met een sterk verhoogde morbiditeit en mortaliteit.

Diagnose[bewerken | brontekst bewerken]

Bij verdenking op deze aandoening wordt een bepaling gedaan van glycosaminoglycanen (GAGs) in de urine. Een nadeel is een kans op vals-negatieve uitslagen. Een sterk verhoogde concentratie GAGs of een sterke klinische verdenking zijn redenen om via enzymdiagnostiek in bloed of huidcellen de activiteit van α-L-iduronidase te bepalen.

Andere aandoeningen die uitgesloten dienen te worden:

Behandeling[bewerken | brontekst bewerken]

Stamceltransplantatie[bewerken | brontekst bewerken]

Voor MPS I-H (Hurler) en in bepaalde gevallen ook MPS I-HS (Hurler-Scheie) is stamceltransplantatie met onverwant navelstrengbloed een mogelijke optie. Ondanks de rapportage van veelbelovende resultaten wordt het succes van deze behandeling beperkt door hoge percentages donorafstoting graft-failure en sterfte.

Enzymvervangingstherapie[bewerken | brontekst bewerken]

MPS I, en dan met name de varianten die niet direct voor stamceltransplantatie in aanmerking komen, is lang een onbehandelbare ziekte geweest waarvoor alleen ondersteunende maatregelen mogelijk waren. Sinds 2003 is een zogenaamde 'enzymvervangingstherapie' (enzyme replacement therapy, ERT) beschikbaar. Het idee achter deze therapie is de ziekte te behandelen door het intraveneus toedienen van het enzym dat de patiënten zelf niet of in onvoldoende mate aanmaken. Dit enzym wordt geproduceerd in bioreactoren waarin een productiecellijn wordt gekweekt die met behulp van recombinant-DNA-technologie speciaal voor dit doeleinde is ontwikkeld.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]