Muntteken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het rechter teken is sinds 1815 het muntteken van het munthuis van Utrecht. Sinds 1830 staat dit teken op alle in Utrecht geslagen munten.

Een muntteken (Engels: mintmark, Frans: différent d'atelier, Duits: Beizeichen) is het teken (merk, afzender) dat door het munthuis wordt afgegeven op de munt.

Nederlandse munten kregen voor het eerst een muntteken in 1795, het zogenaamde burchtje.

Vanaf 1796 kregen de in Enkhuizen en Utrecht geslagen munten respectievelijk een ster en het wapen van Utrecht als muntteken.

Toen vanaf 1816 een muntteken verplicht werd kwam op de in Brussel geslagen munten een B te staan en op de in Utrecht geslagen munten een mercuriusstaf (caduceus).

In de periode 1940-1945, gedurende de Duitse bezetting, droegen de zinken munten die toen in Nederland geslagen zijn wel een muntteken, maar niet het muntmeesterteken. Bij alle munten staat het muntteken rechts op de voorzijde van de munt.

In de Verenigde Staten werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse regering een voorraad munten geslagen met het doel deze na de bevrijding snel in omloop te kunnen brengen. Op deze munten stond geen Nederlands muntteken, maar een letter D, P of S, voor respectievelijk Denver, Philadelphia en San Francisco welke aangeeft waar de munt geslagen is.

Door de wijziging van de Muntwet van 1 januari 2020 is het niet langer verplicht om het muntteken op alle Nederlandse munten aan te brengen. De Koninklijke Nederlandse Munt koos ervoor dit teken in 2020 enkel nog op munten die voor verzamelaars geproduceerd werden en op penningen te slaan.[1] In 2021 is het bedrijf opnieuw begonnen met het teken op alle munten te slaan.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]