Museum Kunst & Geschiedenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jubelparkmuseum

Het Museum Kunst & Geschiedenis in het Jubelpark in Brussel herbergt duizenden kunstwerken en historische objecten. Tot mei 2018 was dit museum bekend onder de naam Jubelparkmuseum. Het museum behoort tot de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste collecties van het museum zijn verzameld gedurende het bewind van de hertogen van Bourgondië en vervolgens de Habsburgse aartshertogen, en waren in verscheidene locaties in Brussel, hun hoofdstad, geplaatst. In 1847, verkreeg het sinds recent onafhankelijke Koninkrijk van België de kunstwerken. Toen werden de kunstwerken in de Hallepoort onder de naam Musée Royal d'Armures, d'Antiquités et d'Ethnologie (Koninklijk Museum voor Wapens, Oudheid en Volkenkunde) geplaatst. In 1889 was de Hallepoort te klein geworden en zijn de collecties verplaatst naar het Jubelpark (buiten de pantsers en wapens, die nog altijd in de Hallepoort zijn), dat voor 1880 een militaire trainingsfaciliteit was geweest.[1]

Gedurende het Interbellum zijn de collecties aanzienlijk gegroeid door Belgische wetenschappelijke expedities doorheen de wereld, met name in Apamea (Syrië), in Egypte door de Egyptoloog Jean Capart en op Paaseiland in 1936, of door opgravingen op archeologische sites doorheen België. Vele welgestelde Belgen hebben ook kunstwerken aan het museum gedoneerd. In het midden van de 20ste eeuw is een nieuwe westvleugel gebouwd voor de collecties van de Klassieke Oudheid.[1]

Het museum was oorspronkelijk het Jubelparkmuseum genoemd, maar veranderde de naam naar het Art & History Museum in 2018.[2]

Collectie[bewerken | brontekst bewerken]

In het Museum Kunst en Geschiedenis vindt men nationaal archeologisch materiaal, vondsten uit Egypte, het Nabije Oosten, Iran,Syrie,China, Zuidoost-Azië, Midden-Azië, Amerika en de klassieke Oudheid (Italië en het Romeinse imperium). Het museum bezit waarschijnlijk de belangrijkste collectie handgemaakte kant ter wereld.

Afdelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Het museum bevat volgende afdelingen:

  • Nationale archeologie
    • Prehistorie
    • Gallo-Romeins
    • Merovingers
  • Oudheid
    • Egypte: De Egyptische collectie omvat meer dan 11000 objecten en toont elke grote periode van de Egyptische geschiedenis. Onder de topstukken zijn de zogenaamde Dame van Brussel, een kalkstenen vrouwenbeeld (ca. 2700 v.Chr.), de kop van koning Mycerinus (ca. 2500 v.Chr.), verschillende mummies en een reliëfportret van koningin Teje, de echtgenote van Amenhotep III (ca. 1375 v.Chr.).
    • Griekse en Hellenistische Kunst: Het meest opvallende deel van de collectie is de verzameling Hellenistische mozaïeken uit Apamea (Syrië). Daarnaast bezit het museum een mooie collectie keramiek.
    • Nabije Oosten en Iran: De onlangs heropende afdeling bevat enkele schitterende stukken, zoals een reliëf uit de tijd van Naram-Sin, een beeldje uit Persepolis, grafbustes uit Palmyra, een hemelkaart uit Uruk en een kleitablet met daarop de tafels van vermenigvuldiging.
    • Rome en de Etrusken: Het topstuk is een schitterende maquette van het antieke Rome, maar er is ook een buitengewoon mooie galerij met Romeinse sculptuur.
  • Europese sierkunsten, waaronder de Collectie van Graaf Thierry de Looz-Corswarem
  • Niet-Europese beschavingen

Het bekendste voorwerp uit de collectie is een houten beeldje uit Latijns-Amerika dat Hergé inspireerde bij het album Kuifje en het Gebroken Oor.

Afgietselwerkplaats[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Afgietselwerkplaats voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Achter in het museum bevindt zich de afgietselwerkplaats die in de 19e eeuw opgericht is. Hier worden meer dan 4000 gietvormen bewaard van beeldhouwwerken die stammen uit de periode prehistorie tot de 18e eeuw.

Magasin Wolfers[bewerken | brontekst bewerken]

Philippe Wolfers, Cygne et Serpent (1899-1900)

In 1912 opende de juwelierszaak Wolfers Frères (Philippe Wolfers en Marcel Wolfers). 105 later (her-)opent het museum deze winkel aan de hand van een authentieke opstelling. Hiervoor werd door het museum een oppervlakte vrijgemaakt die quasi gelijk is met deze van de oorspronkelijke winkel en ruimte die Victor Horta had voorzien in het gebouw in de Arenbergstraat in Brussel. Op basis van een grondige historische studie worden de vitrines en toonbanken geplaatst zoals Horta ze had voorzien. Daarvoor werd de kleine, voorlopige opstelling van het meubilair in het museum ontmanteld en werden de opgeslagen interieurelementen uit de reserves gehaald. Ook de oorspronkelijke toegangsdeuren zullen worden geïntegreerd. Zo zullen de bezoekers de zaal betreden zoals vroeger het uitgelezen cliënteel de juwelierszaak binnen wandelde.

Het winkelinterieur wordt volgens de regels van de kunst gerestaureerd. Al het meubilair, gemaakt van Cubaans mahonie werd inmiddels gereinigd en de originele vernislaag werd hersteld. De fluweelbekleding van de binnenzijde van de toonkasten wordt opnieuw geweven naar het voorbeeld van de originele stof. Het patina van het bronsbeslag wordt opgefrist. Daardoor zal de oorspronkelijke kleurenharmonie zoals Victor Horta die bedacht had, opnieuw zichtbaar worden: een sublieme combinatie van donkerrood gepolitoerd mahonie, donkergroen fluweel en goudaccenten van het beslag, dat alles in harmonie met de mauve kleur van de muren. Door deze doorgedreven restauratie en wederopbouw zullen de bezoekers als het ware terechtkomen in de exclusieve Brusselse zaak van luxeobjecten.[3][4]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Cinquantenaire Museum van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.