Mustafa Kemal Atatürk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kemal Atatürk
Atatürk Kemal.jpg
Geboortedatum 1881
Geboorteplaats Vlag van Ottomaanse Rijk Thessaloniki, Ottomaanse Rijk
Sterfdatum 10 november 1938
Sterfplaats Vlag van Turkije Istanboel, Turkije
Politieke partij Cumhuriyet Halk Partisi
Handtekening Handtekening
Eerste president van Republiek Turkije
Periode 29 oktober 1923 - 10 november 1938
Premier Ali Fethi Okyar
İsmet İnönü
Celal Bayar
Voorganger -
Opvolger İsmet İnönü
Eerste premier van Republiek Turkije
Periode 3 mei 1920 - 24 januari 1921
President -
Voorganger -
Opvolger Fevzi Çakmak
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Kemal Atatürk[1] (geboren als Mustafa, tot 1934 Mustafa Kemal Pasja, na 1935 Kamâl Atatürk;[2] Thessaloniki, 1881[3]Istanboel, 10 november 1938) was een Turkse maarschalk, schrijver, politicus en grondlegger van de republiek Turkije, waarvan hij de eerste president was. Zijn leiderschap ondernam ingrijpende progressieve hervormingen, die Turkije moderniseerden tot een seculiere, industriële natie.[4][5][6] Idealiter een secularist en een nationalist, werden zijn beleid en theorieën bekend als Kemalisme. Vanwege zijn militaire en politieke prestaties, wordt Atatürk volgens studies beschouwd als een van de grootste leiders van de 20e eeuw.[7] De Turkse leider was een van de dragers van de Turkse Onafhankelijkheidsmedaille.

Ottomaanse periode[bewerken | brontekst bewerken]

Eerste jaren[bewerken | brontekst bewerken]

Mustafa werd geboren in een Turks gezin in Thessaloniki in Ottomaans Macedonië. Rondom de precieze geboortedatum van Atatürk bestaat onduidelijkheid, doordat daar in die tijd geen strikte burgerlijke stand bestond. Hij was de zoon van de douanebeambte Ali Rıza. Deze overleed toen Mustafa nog een kind was. Hij werd opgevoed door zijn moeder Zübeyde. Mustafa had meerdere broers en zussen, die allemaal in hun kindertijd zijn overleden, behalve een zus genaamd Makbule.

In zijn jeugd bezocht hij een religieuze school, maar verwisselde die later op eigen verzoek voor een openbare school. In 1893 begon hij aan de cadettenschool, waar hij van zijn wiskundeleraar de bijnaam Kemal ('de volmaakte') kreeg. Van 1896 tot 1899 volgde hij de militaire academie in de voormalige Ottomaanse stad Manastir (het tegenwoordige Bitola in Macedonië). In Manastir leert hij studiegenoot Ali Fethi Okyar kennen, met wie hij jarenlang bevriend zal zijn. Na afronding van zijn studie in Manastir studeert hij aan de Ottomaanse Militaire Academie in Istanbul en voltooit deze in 1902. Aansluitend gaat hij naar de Ottomaanse Militaire College, waar hij tot 1905 studeert. Op de Militaire Academie leert hij studiegenoten als Ali Fuat Cebesoy en Kâzım Karabekir kennen, die een belangrijke rol in zijn leven zullen spelen. In zijn tijd moesten Ottomaanse officieren Duits en Frans leren, waardoor hij net als alle andere studenten beter inzicht krijgt in de Franse geschiedenis en revolutie, alsmede in westerse denkbeelden. In zijn vrije tijd leest hij de boeken van Voltaire, Rousseau en Montesqieu.

Net als zijn studiegenoten ziet hij met lede ogen aan hoe het Ottomaanse Rijk steeds verder in verval raakt. Mustafa Kemal begint de cafés en de geheime genootschappen te bezoeken, waar wordt nagedacht over manieren om het autoritair bestuurde rijk te redden. Hij helpt mee bij de productie van een clandestien politiek blad. Na het behalen van zijn diploma in 1905, wordt Mustafa Kemal voor zijn politieke activiteiten gearresteerd en voor straf naar het front in Damascus (Ottomaans Syrië) gestuurd. In 1907 besluit hij zich aan te sluiten bij de Jonge Turken, een groep officieren en kadetten die ontevreden waren met de situatie in het Ottomaanse Rijk.

In 1908 zette hij zich als sympathisant van de Jonge Turken af tegen sultan Abdülhamit II, toen die al te conservatieve hervormingen wilde doorvoeren. Deze officieren van het seculiere en nationalistische "Comité voor Eenheid en Vooruitgang", bijgenaamd de Jonge Turken pleegden een staatsgreep en maakten van het Ottomaanse rijk een constitutionele monarchie, waarbij Abdülhamit geen macht meer had. Na de mislukte countercoup in 1909 werd Abdülhamit definitief vervangen door sultan Mehmet V Reşat, die niet meer dan een marionet was onder de Jonge Turken.

In 1911 breekt de Italiaans-Turkse Oorlog uit, waarna Mustafa Kemal naar Ottomaans Libië wordt uitgezonden, waar hij in Tripoli onder het commando van Enver Pasja tegen de Italiaanse invasie vecht. Een jaar later in 1912 breekt de Balkanoorlog uit en Mustafa Kemal wordt teruggehaald naar Istanbul, waar hij wordt ingezet bij het terugveroveren van verloren gebied. Hierna wordt hij aangesteld als militair attaché in Sofia (Ottomaans Bulgarije) tot het begin van de Eerste wereldoorlog.

Eerste Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Cevat Pasja en Mustafa Kemal Bey op de dagelijkse Tasvîr-i Efkâr van 29 oktober 1915

Al voor de Eerste Wereldoorlog was het Ottomaanse rijk een bondgenootschap aangegaan met Duitsland. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, koos het Ottomaanse Rijk de kant van de Centrale Mogendheden waardoor het in oorlog raakte met de landen van de Entente.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Mustafa Kemal gestationeerd bij de Dardanellen. Mustafa Kemal had hierbij de leiding over de 19de divisie van het Vijfde leger van het Ottomaanse Rijk en diende van 25 april 1915 tot 9 januari 1916 onder de Duitse officier Otto Liman von Sanders, die de leiding had over het Vijfde leger. Mustafa Kemal speelde een belangrijke rol in het afslaan van de geallieerde invasie in de Slag om Gallipoli. Door zijn militaire successen werd hij tot kolonel gepromoveerd.[8] Het verhaal gaat, dat voor de geallieerde aanval op de Dardanellen begon, Mustafa Kemal zijn soldaten het bevel gaf door te gaan met de strijd tot de dood, zodat er voldoende tijd was voor hulptroepen om op het front te arriveren.

Na een kleine uitstap naar Edirne werd hij op 14 januari 1916 overgeplaatst naar het oostfront, waar op dat moment de oorlog in de Kaukasus aan de gang was. Hier kreeg hij de leiding over het 16de divisie van het Tweede leger, die het moest opnemen tegen het Russische leger. Op 1 april 1916 werd hij gepromoveerd tot brigadegeneraal. In de zomer van 1916 slaagde zijn leger erin de steden Muş en Bitlis terug te veroveren van de Russen. Maar toen de Russen in de herfst weer aanvielen, was zijn leger genoodzaakt zich weer uit de veroverde steden terug te trekken. Op 7 maart 1917 kreeg hij de gehele leiding over het Tweede leger toegewezen.

In juli 1917 werd hij aangesteld als commandant van het Zevende leger van de legergroep Bliksemschicht in Palestina, maar hij kon niet opschieten met maarschalk Erich von Falkenhayn onder wiens commando hij stond. Samen met İsmet İnönü rapporteerde hij daarover aan Talaat Pasja en deed een verzoek om een sterkere verdedigingslinie in het noorden van Syrië, geleid door Turken in plaats van Duitsers. Talaat Pasja weigerde echter het verzoek van Mustafa Kemal te voldoen. Daarop nam Mustafa Kemal begin oktober 1917 ontslag van zijn functie en keerde terug naar Istanbul. In Istanbul kreeg hij de taak prins (en latere sultan) Mehmet VI 'Vahideddin' te vergezellen bij een treinreis naar Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. In Duitsland bezocht Mustafa Kemal de Duitse linies van het westfront en concludeerde na een analyse dat de Centrale Mogendheden de oorlog spoedig zouden verliezen. Hij aarzelde niet om zijn mening kenbaar te maken aan keizer Wilhelm II en zijn generaals.

In juli 1918 overleed Mehmet V Reşat en werd zijn broer Mehmet VI Vahideddin de nieuwe sultan. Mehmet VI stelde Mustafa Kemal op 7 augustus 1918 (voor de tweede keer) aan als bevelhebber van het Zevende Leger in Palestina, dat zich nabij Nablus bevond. Inmiddels had Otto Liman von Sanders begin 1918 het commando van het Ottomaanse leger in de Sinai en de Palestina Campagne overgenomen van Erich von Falkenhayn. In Palestina kreeg Mustafa Kemal te maken met de Arabische Opstand, welke georganiseerd was door Groot-Brittannië onder de lokale Arabieren. Toen Liman von Sanders de strijd verloor bij Megiddo, stond het Britse leger klaar om Mustafa Kemals leger aan te vallen. Vanwege een gebrek aan mankracht, was Mustafa Kemal genoodzaakt zich helemaal terug trekken naar Aleppo. Op 30 oktober 1918 verving hij Liman von Sanders als commandant van de legergroep Bliksemschicht. Daarna slaagde hij erin de opmars van het Britse leger tot een halt te brengen. Ondanks dit succes van Mustafa Kemal, zou het Ottomaanse rijk de Eerste wereldoorlog verliezen.

Bezettingsperiode[bewerken | brontekst bewerken]

Kemal Pasja in november 1918

Op 30 oktober 1918 werd het verdrag van Mudros ondertekend, waarmee de Ottomaanse capitulatie werd bevestigd. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Ottomaanse Rijk grotendeels bezet door de geallieerden. Het gehele Europese deel en een groot deel van Anatolië werden bezet door het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Italië, Frankrijk en Armenië. Ondanks de animositeit van Mustafa Kemal richting het Huis van Osman, ging hij in op het verzoek van de sultan om de door de geallieerden opgelegde demilitarisering van de Ottomaanse legers in goede banen te leiden als commandant van de legergroep Bliksemschicht. Samen met ongeveer vijftig andere officiers vormde hij nu de ruggengraat van de militaire vleugel van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang (İttihat ve Terakki Cemiyeti) (ook wel: Unionisten). Ondanks verzet van Mustafa Kemal werd in de lijn van het Mudrosverdrag op 7 november zijn legergroep door Grootvizier Izzet Pasja ontbonden, en was hij gedwongen terug te keren naar Istanbul. Op 13 november 1918 komt hij via Adana per trein aan in Istanbul en moest 3,5 uur wachten op Station Haydarpaşa vanwege 56 oorlogschepen van het bezettingsleger van de Geallieerden. Vandaar werd hij met de Kartal stoomboot naar de overzijde gebracht. Adjudant Mehmet Cevat Abbas Gürer vroeg toen wat er nu ging gebeuren, waarop Mustafa Kemal antwoordde: "Ze zullen gaan zoals ze gekomen zijn" (Geldikleri gibi giderler).[9]

Door Izzet Pasja kreeg hij een administratieve functie toegewezen bij het ministerie van Oorlog. Hij nam zijn intrek in het Pera Palace hotel, waar vele bevelhebbers van de Geallieerden ook hun intrek hadden. Later verhuisde hij naar het huis van zijn vriend Salih Fansa in Beyoğlu om vervolgens te verhuizen naar het triplex appartement van Madame Kasabyan in Şişli. Moeder Zübeyde Hanım en zus Makbule kwamen over van het huis in Akaratlar, te Beşiktaş en namen de bovenste verdieping in. Mustafa Kemal nam de middelste verdieping in en in de onderste verdieping sliep Adjudant Mehmet Cevat Abbas Gürer. In dit huis vonden vele vergaderingen met vrienden en gelijkgezinden plaats.

Mustafa Kemal werd benaderd door leden van de Karakol beweging. Deze organisatie was in het geheim na de Ottomaanse capitulatie opgericht door het Comité voor Eenheid en Vooruitgang en had als doel het organiseren van het verzet in het Anatolisch binnenland. Omdat veel van hun leden waren opgepakt door de geallieerden om te worden berecht bij de Malta-tribunalen, zochten ze naar iemand die het verzet in het binnenland kon leiden. De Karakol-leden vonden Mustafa Kemal een ideale kandidaat voor het leiderschap, wegens zijn goede reputatie binnen het Ottomaans leger. Toen Mustafa Kemal besloot deze taak op zich te nemen, was een gelegenheid om naar het binnenland te vertrekken snel gevonden. De regering van Damat Ferit Pasja maakte zich grote zorgen over het voortdurende geweld tussen verschillende etnische groepen in Oost-Anatolië het Zwarte zeegebied en zij wilde een militaire inspecteur instellen om de orde te herstellen en de bevolking te ontwapenen. Via connecties met minister Mehmet Ali Bey werd Mustafa Kemal tot militaire inspecteur benoemd en vertrok hij op 16 mei 1919 naar Samsun.

Turkse Onafhankelijkheidsoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Kemal Pasja inspecteert de troepen, 1922
1rightarrow blue.svg Zie ook: Turkse Onafhankelijkheidsoorlog

Op 19 mei 1919 kwam hij vanuit Istanboel per boot in Samsun aan, waar hij zijn eerste congres organiseerde, dat de aanzet vormde voor de latere Turkse Onafhankelijkheidsoorlog. Nadat de geallieerden achter zijn plannen kwamen, werd hij eind 1919 per direct door de sultan teruggeroepen. Hierop diende hij officieel zijn ontslag in bij het ministerie van Oorlog. Kâzım Karabekir, bevelhebber van de resterende Ottomaanse legers die gestationeerd stonden aan de oostgrens, liep samen met andere prominente figuren uit de Ottomaanse legers (zoals Fevzi Çakmak en İsmet İnönü) over naar de kant van Mustafa Kemal. Met dit leger, dat bestond uit de Anatolische bevolking en restanten van het Ottomaanse leger, kwam Mustafa Kemal in opstand tegen zowel de geallieerde bezetters als tegen de Ottomaanse sultan. Tussen 1919 en 1923 streden Kemals troepen tegen de Europese en sultangezinde troepen.

In 1920 accepteerde 'Vahideddin' het Verdrag van Sèvres, hetgeen door veel Turken als vernederend werd gezien. Kemals beweging kreeg hierdoor veel steun onder de Turkse bevolking. Op 23 april 1920 werd het nieuwe Turkse Parlement (de TBMM) opgericht, hetgeen Mehmets regime verder verzwakte. Veel parlementsleden uit het Ottomaanse kabinet liepen over naar de TBMM nadat de sultan hen, onder druk van de Britten, ontslagen had.

Toen een Grieks invasieleger door fouten van Turkse officieren nog slechts enkele kilometers verwijderd van de TBMM was (Slag om Kütahya-Eskişehir), kreeg Mustafa Kemal naast zijn functie van parlementsvoorzitter ook die van opperbevelheber van het leger. Onder zijn leiding werden de Grieken, hoewel in de meerderheid en beter uitgerust, tijdens de Slag om Sakarya verdreven tot ver achter de Sakarya. Deze veldslag leverde Mustafa Kemal een promotie tot veldmaarschalk op. Na een jaar van voorbereidingen begon hij in 1922 de Slag om Dumlupınar, waarbij de Grieken zich terug moesten trekken tot aan İzmir. Nadat ze ook daar verslagen werden, waren ze genoodzaakt om per boot terug te keren naar Griekenland.

Op 11 oktober 1923 werd in de stad Mudanya een wapenstilstand gesloten. Hierna begonnen in november de vredesbesprekingen in de stad Lausanne met de geallieerde landen.

Turkse republiek[bewerken | brontekst bewerken]

Hij bezoekt studenten in Adana
Hij spreekt tot een burger, 1931

Vestiging van de republiek[bewerken | brontekst bewerken]

Na het einde van de Turkse bevrijdingsoorlog werd in november 1922 het sultanaat officieel afgeschaft. Sultan Mehmet VI werd verbannen en Mustafa Kemal werd erkend als de nieuwe leider van Turkije. Na nieuwe vredesbesprekingen met de geallieerden volgde in 1923 het Verdrag van Lausanne, dat door veel Turken als meer acceptabel dan de eerdere Vrede van Sèvres werd gezien. Turkije werd een seculiere republiek met Mustafa Kemal als eerste president, waarbij İsmet İnönü benoemd werd tot de eerste premier. Onder zijn leiding werd er een politieke partij opgericht, de CHP (Cumhuriyet Halk Partisi, Republikeinse Volkspartij) (1923-1938), waarvan hij benoemd werd tot partijvoorzitter. Hij zorgde voor een nieuwe grondwet en maakte Ankara de nieuwe hoofdstad van Turkije. Zijn politieke ideeën worden het Kemalisme genoemd.

Hervormingsbeleid[bewerken | brontekst bewerken]

Hij voerde verregaande sociale en politieke hervormingen door om van Turkije een modern land te maken. Hij wou definitief afrekenen met de Ottomaanse erfenis van zijn land. Zijn grootste hervorming was de scheiding van religie en staat. In 1924 schafte hij de sharia-rechtbank en het kalifaat af. Hierop werd ook de gewezen kalief Abdülmecit II, een neef van Mehmet VI, gedwongen Turkije te verlaten. Vanuit islamitische landen werd geprotesteerd tegen deze actie van Mustafa Kemal, waarna zij verschillende congressen organiseerden (Cairo 1926, Mekka 1926, Jeruzalem 1931) om een nieuwe kalifaat te kiezen, maar zij kwamen niet tot een consensus.

Het burgerlijk wetboek werd overgenomen door Zwitsers burgerlijk wetboek en het strafrecht werd overgenomen door het Italiaanse strafrecht. Hij schafte polygamie af. Hij voerde een kledingcode in voor een moderne, westers georiënteerde kledingwijze. Hij liet het Arabische alfabet vervangen door het Latijnse. Om het analfabetisme in het land te bestrijden werden onder zijn leiding duizenden nieuwe scholen gebouwd, werd het basisonderwijs gratis en verplicht gemaakt. De belastingdruk voor de boeren werd verminderd.[10] In 1934 werd de achternamen-wet ingevoerd. Iedereen in het land moest voortaan een familieachternaam hebben. Het Turkse parlement gaf hem de achternaam Atatürk, wat 'Vader der Turken' betekent, als erkenning voor de rol die hij speelde bij de bouw van de moderne Turkse Republiek.[11]

Atatürk ondersteunde in toenemende mate grote door de overheid gesubsidieerde industriële complexen zoals de "Sümerbank" na de wereldwijde economische crisis. Hij ondersteunde de ontwikkeling van de nationale landbouw-, textiel-,[12][13][14] machine-, vliegtuig-[15][16][17] en automobielindustrie.[18] In 1935 ontwikkelde Turkije zich tot een industriële samenleving op basis van het West-Europese model van Atatürk.[19] De kloof tussen de doelstellingen van Atatürk en de resultaten van de sociaal-politieke structuur van het land is echter niet gedicht.[19]

Hij schafte het oude Ottomaans millet-systeem af en als alternatief propageerde hij een sterk nationalisme als middel tot verbondenheid van het volk. Volgens de Turkse wet was iedereen in het land voortaan een Turks burger. Zijn regering voerde een beleid van turkicisatie om een homogene en verenigde natie te creëren.[20][21][22] Onder Atatürk werden niet-Turkse minderheden onder druk gezet om in het openbaar Turks te spreken,[23] niet-Turkse toponiemen en achternamen van minderheden moesten worden gewijzigd in Turkse uitleveringen.[24][25]

Vrouwenrechten[bewerken | brontekst bewerken]

Turkse vrouwen ontvingen tijdens het presidentschap van Atatürk gelijke burgerrechten en politieke rechten voor veel westerse landen.[26] In het bijzonder kregen vrouwen bij lokale verkiezingen stemrecht bij wet nr. 1580 op 3 april 1930 en enkele jaren later, in 1934, volledig algemeen stemrecht, eerder dan de meeste andere landen ter wereld.[27]

De twaalfde internationale vrouwenconferentie werd op 18 april 1935 in Istanbul gehouden en Egyptische nationalistische feminist Huda Sha'arawi was de president en het lid van twaalf vrouwen. De conferentie koos Huda uit tot vice-president van de Internationale Vrouwenunie en beschouwde Atatürk als een rolmodel voor haar en zijn acties. Ze schreef in haar memoires:

"Na afloop van de conferentie in Istanbul kregen we een uitnodiging om de viering bij te wonen die werd gehouden door Mustafa Kemal Atatürk, de bevrijder van het moderne Turkije ... In de salon naast zijn kantoor stonden de uitgenodigde afgevaardigden in de vorm van een halve cirkel, en na een enkele ogenblikken ging de deur open en kwam Atatürk binnen, omgeven door een aura van majesteit en grootsheid, en een gevoel van prestige overheerste. Eervol, toen ik aan de beurt was, sprak ik rechtstreeks met hem zonder vertaling, en de scène was uniek voor een oosterse moslimvrouw die opkwam voor de Internationale Vrouwenautoriteit en een toespraak hield in de Turkse taal waarin hij bewondering en dankbaarheid uitdrukte aan de Egyptische vrouwen voor de bevrijding beweging die hij leidde in Turkije, en ik zei: dit is het ideaal om Oh, de oudere zus van de islamitische landen, te verlaten, hij moedigde alle landen van het Oosten aan om te proberen de rechten van vrouwen te bevrijden en te eisen, en ik zei: als de Turken beschouwden je als de waardigheid van hun vader en ze noemden je Atatürk, ik zeg dat dit niet genoeg is, maar je bent voor ons "Atasjarq" [Vader van het Oosten]. De betekenis ervan kwam niet van een vrouwelijk delegatiehoofd en bedankte me heel erg voor de grote invloed, en toen smeekte ik hem om ons een foto te presenteren van zijne excellentie voor publicatie in het tijdschrift L'Égyptienne."[28]

Buitenlandse relaties[bewerken | brontekst bewerken]

In het buitenlands beleid hanteerde Atatürk zijn motto: "Vrede in het land, vrede in de wereld".[29] Deelname aan oorlogen hadden het land alleen maar ellende gebracht en Atatürk wou dit niet meer. Daarom ging hij geen militaire operaties aan in het buitenland. Zo zag hij af van heroveren van Mosul. Atatürk wou zich allereerst concentreren op het moderniseren van Turkije. Buitenlandse issues zouden worden opgelost door vreedzame methoden tijdens zijn presidentschap. Ditzelfde beleid zou worden voortgezet door zijn opvolger İsmet İnönü en dit zou leiden tot het niet deelnemen van Turkije aan de Tweede Wereldoorlog.

In het vredesverdrag van Lausanne was er afgesproken dat er een bevolkingsuitwisseling tussen Turkije en Griekenland zou plaatsvinden. Deze overeenkomst trad op 1 mei 1923 in werking. In totaal werden zo'n twee miljoen mensen gedwongen te verhuizen, ongeveer 1,5 miljoen Grieken en 0,5 miljoen Turken. In de jaren daarna werkte Atatürk met Griekse premier Eleftherios Venizelos aan de verdere normalisatie van de relaties tussen Griekenland en Turkije. Atatürks inspanningen hieromtrent maakten dusdanig veel indruk op Eleftherios Venizelos, dat hij in 1934 Atatürk nomineerde voor de Nobelprijs voor de Vrede.[30]

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Hij stierf op 10 november 1938 op 57-jarige leeftijd in Dolmabahçepaleis.[31] De klok in de kamer waar Atatürk stierf werd vastgezet op 9:05 uur, de tijd van zijn overlijden. Atatürk stierf aan levercirrose, te wijten aan zijn jarenlange alcoholgebruik.

Na de dood van Atatürk was het land in rouw gedompeld. Zijn lichaam werd in een massale rouwstoet naar Ankara vervoerd en daar tijdelijk te ruste gelegd in het Volkenkundig Museum. Hij werd opgevolgd als president door zijn oude premier İsmet İnönü[32]. In 1953 werd een mausoleum gebouwd en geopend in Ankara, waar het graf van Atatürk naartoe werd verplaatst. Het iconisch mausoleum van Atatürk is omgeven door een park genaamd Barış Parkı (Vredespark) ter ere van zijn beroemde uitdrukking "Vrede thuis, vrede in de wereld".

Nagedachtenis[bewerken | brontekst bewerken]

Bezoekers van het Anıtkabir te Ankara bidden voor Atatürk

In Turkije staan in bijna elke stad standbeelden en bustes van Atatürk. Portretten van hem hangen in alle overheidsgebouwen. Vele plaatsnamen in Turkije zijn naar hem genoemd. Ook bij verschillende landen over de hele wereld zijn er straten naar hem genoemd. Elk jaar op zijn sterfdag loeien in Turkije de sirenes en wordt er een minuut stilte gehouden voor Atatürk. Officieel wordt Atatürk elk jaar op 19 mei herdacht. Die dag wordt tevens het Jeugd- en sportfeest gehouden. Veel sportfestiviteiten worden dan georganiseerd door scholen in het land. Op belangrijke feestdagen komt de Turkse regering samen op het mausoleum van Atatürk en plaatsen een krans op zijn graf. Wanneer buitenlandse leiders een officieel bezoek aan Turkije brengen, bezoeken ze ten eerste het graf van Atatürk, voordat ze de premier of president te spreken krijgen.

In 1981, het eeuwfeest van Atatürk's geboorte, werd zijn herinnering geëerd door de VN en UNESCO, die het het Atatürk-jaar in de wereld noemden en de resolutie over het Atatürk Centennial aannamen, waarin hij werd beschreven als "de leider van de eerste strijd tegen het kolonialisme en imperialisme" en een "opmerkelijke promotor van het gevoel van begrip tussen volkeren en duurzame vrede tussen de naties van de wereld en dat hij zijn hele leven werkte aan de ontwikkeling van harmonie en samenwerking tussen volkeren zonder onderscheid".[33][34]

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Als leider van de nationale beweging 1919-1923 werd hij door de geallieerden en de nationaal bekende Istanbulse journalist Ali Kemal beschreven als "overvaller", Lord Balfour noemde hem in dit verband de "verschrikkelijkste van alle verschrikkelijke Turken" (most terrible of all the terrible Turks).[35] Dat hij Turkije veranderde in een seculiere staat leidde behalve tot instemming ook tot kritische geluiden. Zo was de conservatieve islamitische geestelijkheid het helemaal niet eens met de scheiding tussen religie en staat. Atatürks 'wereldse', op het Westen stoelende, leefwijze oogstte eveneens kritiek. Hij was een liefhebber van wijn, raki en andere alcoholische dranken, hetgeen volgens velen niet in overeenstemming met de islam is.

Hij wordt ook bekritiseerd vanwege zijn autoritarisme.[36][37] Ook het uitgesproken Turkse nationalisme dat hij – evenals de nationaal-liberale Jonge Turken – voorstond en waarvan niet-Turkse bevolkingsgroepen in Klein-Azië en Anatolië zoals Grieken, Koerden, Assyriërs, Arameeërs en Armeniërs het slachtoffer werden, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Vele minderheden zijn als gevolg van zijn nationalistische ideologie onderdrukt. Dit Turks nationalisme en het streven naar een homogene culturele staat Turkije – zoals door Atatürk voorgestaan – zou ook na zijn regering slepende conflicten veroorzaken.[38][39][40][41] De Koerden werden behandeld als tweederangsburgers; werden "bergturken" genoemd;[42] aan hen werd verboden het Koerdisch te spreken; en ze mochten zichzelf niet Koerdisch noemen.[43][44] In het Verdrag van Lausanne werden de Armeniërs, Grieken, Joden en later ook Bulgaren erkend als etnische minderheden in Turkije, echter zowel de Arameeërs als de Koerden werden niet erkend en beschouwd als Turken. Vervolgens moesten de niet-erkende minderheden op bevel van Atatürk verplicht een Turkse achternaam aannemen.[45]

Belangrijke maatschappelijke hervormingen[bewerken | brontekst bewerken]

Let op: sommige hervormingen van Atatürk kunnen door voorstanders als positief gezien worden en door tegenstanders als negatief

  • Hij schafte het sultanaat af en voerde de republiek in.
  • De economische voorrechten die aan buitenlanders werden gegeven, werden afgeschaft en hun productievoertuigen en spoorwegen werden genationaliseerd.
  • De Turkse Staatsspoorwegen, de Turkish Airlines, de Algemene Directie van Mineraal Onderzoek en Exploratie, de Hıfzıssıhha Enstitüsü, de Türkkuşu, de Sümerbank, de Etibank, de Turkse Onderwijsvereniging, de Turkse Historische Vereniging, de Turkse Taalvereniging en vele andere instellingen werden opgericht.
  • Het onderwijs kwam onder controle van de Turkse regering. Seculier en wetenschappelijk onderwijs was essentieel. Scholen van buitenlanders werden onder staatstoezicht genomen.
  • De zware belastingen die de dorpelingen moeten betalen, zijn verlaagd.
  • De islamitische kalender werd veranderd naar de gregoriaanse kalender.
  • Hij schafte de sharia af en voerde de scheiding tussen religie en staat in.
  • Hij verbood polygamie.
  • Turks theater werd ondersteund. Voor het eerst werden Turkse opera's opgevoerd.
  • Hij ondersteunde de ontwikkeling van schilder- en beeldhouwkunst.
  • De Arabische cijfers werden veranderd naar Europese cijfers (1, 2, 3,...).
  • Hij veranderde het Arabische schrift waarmee het Turks werd geschreven naar het Latijns schrift.
  • Er werd onderwijsmobilisatie opgestart om de mensen geletterd te maken.
  • Turkse vrouwen kregen gelijke burgerrechten en politieke rechten. Vrouwen kregen stemrecht in 1930. Bij de Turkse parlementsverkiezing van 1935 werden 18 vrouwen verkozen tot het parlement.
  • Het dragen van moderne westerse kleren werd aangemoedigd. Voor vrouwen werd het dragen van een hoofddoek nadrukkelijk afgeraden maar niet verboden.
  • Vrouwen werden aangemoedigd om in "mannenberoepen" te werken. Atatürk gaf zelf het voorbeeld door zijn geadopteerde dochters de kans te geven om te studeren. Een dochter werd piloot, een ander werd een historicus.
  • De Volkshuizen (Halkevleri) werden opgericht om de mensen te verlichten en de invloed van de conservatieve kringen te verminderen. Er werden gratis cursussen aangeboden over de onderwerpen literatuur, drama, muziek, schone kunsten, spreken en schrijven, evenals handwerk en maatwerk. Mensen en volksliederen werden onderzocht. De Volkshuizen hadden ook bibliotheken en leeszalen.
  • Er werd een Turkicisatiebeleid gevoerd, waarbij werd getracht een homogene en verenigde natie te creëren. Niet-Turkse minderheden werden onder druk gezet om Turks in het openbaar te spreken, niet-Turkse toponiemen en achternamen van minderheden moesten worden gewijzigd in Turkse vertolkingen.
  • Hij gaf de islamitische geleerde Muhammed Hamdi Yazır de opdracht om de Koran in het Turks te vertalen. Deze gepubliceerde vertaling wordt beschouwd als een van de beste Koranvertalingen in het Turks.
  • Er werd besloten om bepaalde delen van de islamitische eredienst in het Turks te maken, in het Turks te prediken (khutbah) en de azan in het Turks te reciteren. Tegenwoordig zijn er alleen predikingen in het Turks.
  • Voor het eerst werden op radio's religieuze uitzendingen in de Turkse taal gemaakt.
  • De Hagia Sophia werd omgebouwd van een moskee tot een museum.

Privéleven[bewerken | brontekst bewerken]

Mustafa Kemal Atatürk was tussen 1923 en 1925 gehuwd met Latife Uşşaki. Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort. Na zijn huwelijk adopteerde hij zeven dochters en een zoon: Sabiha (Gökçen), Rukiye, Zehra, Afet (İnan), Fikriye, Ülkü (Adatepe), Nebile en Mustafa. Sabiha Gökçen was de eerste luchtvaartpionier van Turkije en 's werelds eerste vrouwelijke gevechtspiloot.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • De (voormalige) belangrijkste luchthaven in Turkije is naar hem vernoemd: Atatürk Airport (Turks: İstanbul Atatürk Havalimanı). Luchthaven Istanboel Sabiha Gökçen, de tweede belangrijkste luchthaven, is vernoemd naar de eerste vrouwelijke piloot van Turkije, die ook een geadopteerde dochter van Atatürk is.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Mustafa Kemal Atatürk op Wikimedia Commons.