N-term

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
N-term.png

De N-term of normeringsterm is een variabele die in Nederland gebruikt wordt bij het berekenen van het cijfer bij centrale eindexamens in het middelbaar onderwijs. De commissie die zich bezighoudt met de centrale examens, die tegenwoordig College voor Toetsen en Examens (CvTE) heet,[1] ontwikkelde in 1998 een methode voor de normering waarin deze N-term van belang is. Deze methode kan voor alle vakken gebruikt worden.

Hoofdrelatie[bewerken]

De N-term komt voor in de zogenaamde hoofdrelatie voor de berekening van het cijfer uit het aantal score-punten:

met

C het cijfer voor het centraal examen
S de (zuivere) score
L de lengte van de scoreschaal, zoals vastgelegd in het correctievoorschrift: de maximaal te behalen score
N de normeringsterm. Deze ligt tussen de waarden 0,0 en 2,0 en wordt vastgesteld door het CvTE-bestuur in een normeringsbeslissing: (N ∈ {0,0; 0,1; ...1,9; 2,0}). Dat wil zeggen dat N de waarden van alle tienden tussen 0 en 2 kan aannemen.

Bij pilot-examens komt zelfs wel eens een n-term van meer dan 2 voor, zo was er bijvoorbeeld een n-term van 2,4 voor wiskunde B, vwo in 2016.

Uitgangspunten[bewerken]

De commissie die zich bezighoudt met de centrale examens heeft de uitgangspunten voor de omzetting in 2011 ge(her)formuleerd:[2]

  1. Elk gescoord punt draagt altijd bij tot een hoger examencijfer (afronding daargelaten);
  2. Een score van 0% correspondeert altijd met examencijfer 1,0;
  3. Een score van 100% correspondeert altijd met examencijfer 10,0;
  4. Over een zo breed mogelijk centraal interval van de scoreschaal is er (afronding daargelaten) sprake van een evenredige stijging van score- en cijferpunten die onafhankelijk is van de normering.

Als aanvulling op hoofdrelatie zijn vier zogenaamde grensrelaties geformuleerd die alleen in werking treden als de normeringsterm (N) anders is dan 1. Bij een normeringsterm groter dan 1 geldt het laagste cijfer uit de hoofdrelatie en grensrelaties 1 en 4. Bij een normeringsterm kleiner dan 1 geldt het hoogste cijfer uit de hoofdrelatie en grensrelaties 2 en 3. Deze formules zijn zodoende overeenkomstig de geldende praktijk.

Betekenis[bewerken]

Een examen dat makkelijk blijkt te zijn, krijgt in de normering een lage N-term (kleiner dan 1,0), bijvoorbeeld 0,5 of minimaal 0,0. Als een examen als moeilijk wordt beoordeeld, dan stelt het CvTE een hoge N-term (groter dan 1,0) vast, tot 'in principe' maximaal 2,0 . Een enkele keer zijn N-termen boven de 2,0 toegepast.
De N-term wordt berekend door alle cijfers die behaald zijn bij het desbetreffende vak te delen door het aantal leerlingen dat heeft deel genomen aan het vak. Als dit cijfer lager is dan verwacht dan wordt de N-term omhoog aangepast. Het tegenovergestelde geldt als het cijfer hoger is dan verwacht. Bij het tweede tijdvak geldt in het algemeen minimaal dezelfde N-term als bij het eerste tijdvak.

N-termen van voorgaande jaren[bewerken]

VWO
jaar 2018 2017 2016 2015 2014 2013
tijdvak 1e[3] 2e 1e[4] 2e 1e 2e 1e 2e[5] 1e 2e[6] 1e[7] 2e[8]
Nederlands 1,1 1,0 1,2 1,0 1,1 1,3 1,0 1,3 1,3 1,4 1,4 1,4
Fries 0,9 - 0,5 - 0,2 - 0,5 - 0,8 - 1,2 -
Latijn 1,1 1,3 1,7 1,7 1,1 1,2 1,6 1,6 0,3 0,7 0,0 0,0
Grieks 1,0 1,0 1,2 1,2 0,8 1,3 0,4 0,4 0,2 0,2 0,7 0,7
Frans 0,6 0,6 0,5 0,4 0,0 0,0 0,5 0,5 0,3 0,3 0,8 0,8
Duits 0,3 0,2 0,5 0,5 0,4 0,4 0,5 0,5 0,2 0,2 0,0 0,3
Engels 1,3 1,3 1,5 1,4 1,4 1,4 0,5 0,5 0,4 0,4 1,1 1,2
Spaans 1,4 1,4 1,6 1,6 0,7 0,8 0,0 0,2 0,8 0,8 0,5 0,5
Russisch 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 -
Turks 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 -
Arabisch 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 -
Geschiedenis 0,9 0,9 0,7 0,7 0,7 0,7 1,0 1,0 0,4 0,6 0,9 0,9
aardrijkskunde 1,0 1,1 1,0 1,0 0,9 0,9 0,6 0,6 1,1 1,1 0,9 0,9
Wiskunde A 0,6 0,6 0,6 0,6 0,9 0,8 0,8 0,8 1,1 1,1 1,2 1,2
Wiskunde B 0,9 1,8 1,5 1,5 2,0 2,0 1,4 1,5 1,0 1,0 0,8 0,9
Wiskunde C 0,6 0,5 0,7 0,7 1,0 1,0 0,7 0,7 1,4 1,4 1,0 1,0
Natuurkunde 1,3 1,0 0,9 1,0 1,7 1,7 - - - - - -
Natuurkunde (bezem) - - - - 1,5 - 0,9 0,9 0,4 1,1 1,0 1,1
Scheikunde 1,7 1,9 1,6 1,5 1,6 1,9 1,7 1,7 1,2 1,4 - -
Scheikunde (bezem) - - - - 2,0 - 1,7 1,7 1,2 1,4 1,7 1,7
Biologie 0,8 1,6 1,2 1,3 0,9 1,3 - - - - - -
Biologie (bezem) - - - - 1,4 - 1,1 1,2 0,7 0,7 1,0 1,5
Economie 0,9 0,9 1,2 1,0 0,6 0,6 0,8 1,3 0,9 0,9 1,8 1,8
Management & organisatie 1,3 1,1 0,9 0,9 0,2 0,5 0,2 0,3 1,5 1,5 1,2 1,2
Muziek 1,1 - 1,2 - 1,9 - 0,4 - 0,5 - 1,5 -
Tehatex CSE 1,1 - 1,6 - 1,3 - 1,0 - 1,0 - 1,0 -
Filosofie 1,1 1,1 0,8 0,8 1,0 1,0 0,9 0,9 1,1 1,1 0,9 0,9
Maatschappijwetenschappen 1,3 1,3 0,5 0,5 0,9 1,1 0,7 0,7 0,8 0,7 1,2 1,2
Kunst 0,6 0,6 0,8 0,8 0,5 0,5 0,8 0,8 0,6 0,6 0,8 0,8
HAVO
jaar 2018 2017 2016 2015 2014 2013
tijdvak 1e[9] 2e 1e 2e 1e 2e 1e 2e[5] 1e 2e[6] 1e[7] 2e[8]
Nederlands 0,7 1,1 1,6 1,6 0,9 1,0 1,1 1,1 1,2 1,3 1,1 1,1
Fries 0,2 - 0,0 - 0,0 - 0,0 - 0,0 - 0,5 -
Frans 0,4 0,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2 0,4 0,4 1,0 1,0
Duits 0,6 0,8 0,2 1,0 0,5 0,8 1,0 1,0 0,4 0,4 0,2 0,3
Engels 1,4 1,4 1,4 1,4 1,1 1,1 0,5 0,5 0,0 0,0 0,3 0,3
Spaans 1,9 1,9 1,3 1,3 1,2 1,2 1,0 1,0 1,5 1,5 1,3 1,3
Russisch 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 -
Turks 0,7 - 0,7 - 1,0 - 0,7 - 0,7 - 0,7 -
Arabisch 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 - 0,7 -
Geschiedenis 1,0 1,0 0,7 1,2 1,3 1,3 1,1 1,5 1,7 1,8 1,6 1,6
Aardrijkskunde 1,6 1,6 1,1 1,1 1,0 1,0 1,0 1,1 1,3 1,4 1,2 1,2
Wiskunde A 1,2 1,2 1,5 1,5 1,0 1,0 1,0 1,0 1,1 1,1 0,5 0,5
Wiskunde A (bezem) - - 1,1 1,2 - - - - - - - -
Wiskunde B 1,2 1,7 1,8 1,8 1,5 1,6 1,2 1,6 1,4 1,4 0,8 1,1
Wiskunde B (bezem) - - 2,0 - - - - - - - - -
Natuurkunde 0,6 0,5 1,2 1,1 1,2 1,5 1,2 1,2 1,3 1,3 1,3 1,4
Natuurkunde (bezem) - - - - - - 1,4 - - - - -
Scheikunde 1,0 1,4 1,2 1,4 1,7 1,7 1,8 1,8 1,4 1,4 1,5 1,8
Scheikunde (bezem) - - - - - - 1,3 - - - - -
Biologie 0,9 0,9 0,9 0,8 1,0 1,0 0,7 1,7 0,8 0,9 1,3 1,2
Biologie (bezem) - - - - - - 1,2 - - - - -
Economie 1,3 1,5 1,6 1,6 1,4 1,3 1,8 1,8 1,1 1,1 1,5 1,5
Management & organisatie 0,8 0,8 0,3 0,2 0,8 0,8 0,5 0,5 0,6 0,8 1,7 1,7
Muziek 1,1 - 1,1 - 1,4 - 0,9 - 0,9 - 1,1 -
Tehatex CSE 0,9 0,9 0,8 0,8 1,8 1,7 1,4 1,4 1,4 1,4 1,5 1,5
Filosofie 1,5 1,5 1,4 1,4 1,4 1,4 1,6 1,6 1,8 1,8 1,0 1,0
Maatschappijwetenschappen 1,3 1,3 1,0 1,0 0,7 0,7 1,3 1,3 1,7 1,7 1,4 1,5
Kunst 1,3 1,3 0,8 0,8 1,0 1,0 1,4 1,4 1,3 1,3 1,2 1,2
VMBO tl + gl
jaar 2018 2017 2016 2015 2014 2013
tijdvak 1e[10] 2e 1e 2e 1e 2e 1e 2e 1e 2e 1e 2e
Nederlands 0,3 0,3 0,3 0,9 0,9 0,2 0,2 0,4 0,4 0,2 0,2
Fries 0,0 0,0 0,0 - 0,0 n.n.b. 0,2 n.n.b. 0,7 n.n.b.
Frans 0,9 1,2 1,2 0,8 1,0 1,4 1,4 1,6 1,6 0,7 0,7
Duits 0,8 1,0 1,0 1,3 1,3 1,4 1,5 0,0 0,0 0,2 0,2
Engels 0,9 1,4 1,4 0,5 0,7 0,6 0,6 1,1 1,1 0,3 0,4
Spaans 1,1 1,8 1,8 1,7 1,7 1,7 1,7 1,3 1,3
Turks 0,5 0,5 - 0,5 - 0,5
Arabisch 1,0 1,0 - 1,0 - 1,0
Geschiedenis 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 1,5 1,2 1,2
Aardrijkskunde 1,2 0,7 0,7 1,3 1,3 0,8 0,9 0,8 0,8
Wiskunde 1,0 0,8 1,0 0,7 0,7 1,0 1,1 0,6 0,8
Nask 1 0,9 1,2 1,2 1,3 1,2 1,4 1,0 0,5 0,6
Nask 2 1,8 1,4 1,4 1,2 1,2 0,9 0,8 0,2 0,6
Biologie 0,7 0,8 0,8 0,9 1,1 0,7 0,2 0,5 0,5
Economie 0,7 0,5 0,7 0,9 1,1 1,1 1,4 0,8 0,8
Maatschappijleer 2 1,5 1,5 1,5 1,6 1,6 1,4 1,3 1,3 1,3
Beeldende vakken 2 0,6 0,5 0,5 1,0 - 0,7 0,9 1,1 1,1
Muziek 0,5 0,9 - 1,8 - 0,9
Drama 0,2 0,9 - 1,0 - 0,7
Dans 0,5 0,7 - 1,5 - 0,5
CPE tekenen 0,0 0,0 - 0,0 - 0,0
CPE handenarbeid 0,0
CPE textiel werkvormen 0,0
CPE audio visuele vormgeving 0,0
VMBO KB
jaar 2018 2016 2015 2014 2013
tijdvak 1e[11] 2e 1e 2e 1e 2e 1e 2e 1e 2e
Nederlands 0,3 1,1 n.n.b. 0,1 0,1 1,2 0,8 0,8
Frans 0,9 0,9 n.n.b. - - - - - -
Duits 0,8 1,5 n.n.b. 1,4 1,5 1,3 1,5 1,5
Engels 0,9 0,4 n.n.b. 0,1 0,1 0,6 0,9 0,9
Spaans 1,1 1,2 n.n.b. 2,1 2,1 2,1 0,7 -
Arabisch 1,0 1,0 n.n.b. 1,0 - 0,7
Turks 0,5 0,7 n.n.b. 0,7 - 1,0
Geschiedenis 0,9 1,4 n.n.b. 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4
aardrijkskunde 1,2 2,3 n.n.b. 1,5 1,9 1,7 1,3 1,3
Wiskunde 1,0 0,5 n.n.b. 1,0 1,0 0,9 1,2 1,3
Nask 1 0,9 1,7 n.n.b. 1,3 1,3 1,8 0,9 0,9
Biologie 0,7 0,6 n.n.b. 0,5 0,5 0,3 0,3 0,3
Economie 0,7 1,2 n.n.b. 1,1 1,0 1,1 1,1 1,1
Maatschappijleer 2 1,5 1,7 n.n.b. 1,5 1,5 0,9 1,3 1,3