Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Narcistische persoonlijkheidsstoornis
Coderingen
ICD-10 F60.8
DSM-IV 301.81
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS) is een persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door een overdreven gevoel van eigenwaarde, een sterke behoefte aan bewondering en een laag inlevingsvermogen. De stoornis kan worden gezien als de pathologische vorm van narcisme. Omdat de persoon geen ziektebesef heeft zal hij geen behandeling zoeken en wordt dan niet gediagnosticeerd. Het kan dus enkel een ruwe schatting zijn: 0,7-1% van de bevolking aan lijdt aan NPS. De aandoening komt in meerderheid voor bij mannen (50-75% volgens het DSM-IV).

Kenmerken[bewerken]

Het is voor artsen en hulpverleners moeilijk te bepalen waar de grens tussen narcisme en de narcistische persoonlijkheidsstoornis ligt. De grens wordt bepaald door in hoeverre er ziekte-inzicht mogelijk is. Bij onvoldoende zelfbesef is behandeling onmogelijk en is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis.

Personen die lijden aan een NPS kunnen in eerste instantie overkomen als charmant en sociaal. Tevens kunnen ze zich interessant voordoen en zodoende kunnen ze op normale wijze relaties aangaan. Maar na verloop van tijd blijkt hun egocentrisme doorgaans een ernstig obstakel. Niet zelden eisen ze een voorkeursbehandeling. Als ze die niet krijgen, voelen ze zich snel gekrenkt of ondergewaardeerd. Hierdoor zijn ze gevoelig voor een depressie. Anderzijds kan hun kwetsbaarheid ook tot woedeaanvallen leiden.

Narcisme sluit empathie uit omdat de persoon teveel aandacht nodig heeft en die aandacht ten koste van zijn naasten afdwingt. De stoornis heeft een negatieve invloed op de personen in hun directe omgeving. Leven met iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis is daarom zwaar[bron?]. Iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis is in overdreven mate op zoek naar aandacht, waardering en lof. Die aandacht houdt een broos zelfbeeld in stand en is van levensbelang voor de persoon. Om die aandacht af te dwingen, kwetst de persoon de mensen die het dichtst bij staan, zoals partner en kinderen.[1] Ernstige lijders zijn niet in staat met anderen samen te leven, zij zijn te destructief en niet aanspreekbaar op hun gedrag. Deze personen zijn gedoemd tot steeds eenzamer worden terwijl ze niet kunnen begrijpen dat eigen gedrag de oorzaak is. Hun te positieve zelfbeeld is niet te rijmen met (ernstige) fouten hebben.

De basis van NPS wordt in de jeugd of vroege volwassenheid gelegd. Vaak wordt de oorzaak gelegd bij misbruik of trauma's in de vroege jeugd, mogelijk veroorzaakt door de ouders, andere invloedrijke volwassenen of leeftijdsgenoten.[bron?] In dit kader kan NPS worden gezien als een verdedigingsmechanisme dat op gevoelens van minderwaardigheid is gebaseerd.

Narcisme als persoonlijkheidsstoornis is te zien als een autismespectrum stoornis omdat de belevingswereld sterk op eigen beleving leunt en het te hoge zelfbeeld ten koste van naasten is.

Literatuurverwijzing[bewerken]