Nationaal Landschap Drentsche Aa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Nationaal Landschap Drentsche Aa is een van de 20 Nationale landschappen in Nederland, die in 2005 door het ministerie van VROM zijn ingesteld. Het omvat het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa dat in 2002 is ingesteld als Nationaal Park. Het ligt grofweg in de driehoek Beilen, Borger en Haren. De huidige omvang is 31.823 ha.

Als belangrijkste kenmerken voor het gebied beschouwt men het kleinschalig landschap, de vrij meanderende beken en de samenhang van essen, bossen, heides en moderne ontginningen. Binnen en buiten het deel van het nationaal landschap dat tevens de status van Nationaal Park heeft krijgen het natuur- en cultuurlandschap ongeveer evenveel aandacht.

|

Drentsche Aa

Landschap[bewerken]

Het Nationale Landschap ligt in het stroomgebied van de Drentsche Aa. Deze beek is een van de weinige in Nederland waarvan de loop nauwelijks door de mens is beïnvloed, al zijn hier grote delen van het gebied ook onderworpen aan ruilverkaveling en ontwatering om de landbouw efficiënter te kunnen laten verlopen. Veel houtwallen zijn bewaard en enkele heidevelden, waaronder het voormalig militair oefenterrein Ballooërveld, bleven gespaard van ontginning als landbouwgrond of bebossing. Het gebied is rijk aan schlderachtige esdorpen met hun Saksische boerderijen. Het gebied geldt als het bet bewaarde terpenlandschap van West-Europa en in Nederland is het in 2002, samen met het Limburgse Geuldal, uitgeroepen tot mooiste landschap van Nederland. Binnen het gebied zijn verschillende archeologische monumenten, zoals grafheuvels, hunebedden en celtic fields. Tussen Anloo en Schipborg ligt het archeologische reservaat De Strubben-Kniphorstbosch. Daarnaast zijn er diverse bossen te vinden, waarvan de boswachterij Gieten-Borger het grootste is.

Gebruik[bewerken]

In het gebied werken vele boeren. Een aantal is verenigd in de agrarische natuurvereniging Meander die zich willen inzetten voor het landschap en het behoud van een economisch volwaardige landbouw in het Drentsche Aa gebied.

Daarnaast is het ook toeristisch van groot belang.

Toeristische bezienswaardigheden zijn onder meer:

  • het Boomkroonpad (boswachterij Gieten-Borger), een 125 meter lang op een hoogte van 7 m gelegen pad van bruggen tussen boomtoppen.
  • diverse hunebedden, zoals de zogenaamde tweeling: de hunebedden D17 en D18 bij Rolde.
  • het uitkijkpunt bij Schipborg bij het voormalig stuifzandduin de Kymmelsberg.
  • het nabijgelegen Kamp Westerbork, bij het dorp Hooghalen.

De belangrijkste dorpen in het gebied zijn Zuidlaren, Gieten, Eelde en Rolde.

Beheer en bestuur[bewerken]

Een groot deel van het gebied is in beheer bij Staatsbosbeheer. Door de minister van LNV is in 2003 het Overleg Orgaan geïnstalleerd voor het Beek- en Esdorpenlandschap. Onder het motto Behoud door ontwikkeling moet dit Overlegorgaan proberen de vele belangen in het Drentsche Aa-gebied integraal te behartigen. Een Beheers- en Ontwikkelingsplan is daarvoor de door alle betrokkenen aanvaarde basis.

Bronnen[bewerken]

  • Beheer-, Inrichtings- en Ontwikkelingsplan voor het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa (Assen 2002).
  • Klooster,W. ten, 'Het Stroomdal van de Drentse Aa', in: Van Rottum tot Reest. Natuurgebieden in Groningen en Drenthe (Assen 1999).
  • Modderkolk, F.,E. Stapelveld en H.W. de Vroome, 'Het Stroomdallandschap Drentsche A', Natuur en Landschap 20 (1966).
  • Schipper. P.C. en J.G. Streefkerk, Van Stroomdal naar droomdal - Integratie van hydrologisch en oecologisch onderzoek ten behoeve van het beheer in de Drentse A (Driebergen 1993).
  • Stroomdallandschap Drentsche A: Beschrijving en gedachtenplan met betrekking tot het beheer en agrarisch gebruik, de landschappelijke- en recreatieve ontwikkeling (Assen 1965).

Externe links[bewerken]