Natuurramp Noord-Korea 1995

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geplaatst:
14-11-2017

Genomineerd: Verbetering nodig   Verbetering gevraagd!

Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia vindt dat deze pagina in deze vorm niet binnen de Wikipedia-encyclopedie past.
De hiervoor opgegeven reden is: Gebeurtenissen komen op het jaaroverzicht op enwiki niet voor. Het hele artikel lijkt gebaseerd te zijn op één boek, waar zijn de overige bronnen die wel in het artikel gesuggereerd worden? Schrijfstijl leest niet helemaal neutraal, eerder wat aangedikt.

Help mee dit artikel te verbeteren, zodat het voldoet aan de conventies van Wikipedia. Na een evaluatieperiode van twee weken wordt beslist of dit artikel behouden kan worden of wordt verwijderd. U kunt hier de beoordelingslijst bekijken.

Indien u van mening bent dat het artikel dusdanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, vraag dan op de lijst (of aan de nominator) of dit sjabloon verwijderd mag worden. (/)

Noord-Korea werd in 1995 drie keer getroffen door een natuurramp. Het ging telkens om zware regenbuien waarbij het waterpeil zeven meter steeg. Het westelijk gebied van het land werd het hardst getroffen.

Gevolgen[bewerken]

Volgens officiële bronnen werden meer dan vijf miljoen mensen getroffen en vielen er 68 doden. Heel wat huizen werden onbewoonbaar en veel scholen waren verwoest. De natuurrampen hadden ook gevolgen voor de voedselproductie. In 1995 had Noord-Korea ongeveer 7.639 duizend ton graan nodig om de bevolking van voedsel te voorzien. De voedselproductie in 1995 bleek maar 5.665 duizend ton graan te bedragen. Dit betekent dat er een tekort aan graan was van ongeveer 25%.

Reacties[bewerken]

In eerste instantie zweeg Pyongyang over de natuurrampen, maar het probleem was te groot. Volgens de staatspers van Noord-Korea was Kim Jong-il zwaar in de weer om mensen te helpen. Critici trokken dit in twijfel want er bestaat tot op heden nog geen enkel bewijs dat Kim Jong-il ooit de getroffen gebieden heeft bezocht. Noord-Korea riep uiteindelijk de hulp in van internationale organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma.

Ook Zuid-Korea reageerde op de natuurramp. Volgens de toenmalige minister van Hereniging was Pyongyang aan het overdrijven over het voedseltekort. De minister vermoedde dat het extra voedsel zou gebruikt worden voor het leger. De Japanse krant Sankei Shimbun volgde deze stelling. Pyongyang was niet tevreden met de uitspraak van de minister en schreef het volgende over Zuid-Korea in The Pyongyang Times:

"De Zuid-Koreaanse autoriteiten moeten zich er goed van bewust zijn dat als zij hardnekkig de weg blijven volgen om de Inter-Koreaanse betrekkingen te schaden (...) zij duur zullen betalen voor het gezicht van de natie."

. Over de Japanse krant schreven ze:

"De Sankei Shinbun, een groep van achterbakse broodschrijvers, zullen de ondergang tegemoet gaan als zij in hun anti-Democratische Volksrepubliek houding blijven vasthouden."

Een onafhankelijk onderzoek door de UNDHA(United Nations Department of Humanitarian Affairs) trok deze theorie wel in twijfel. Volgens hen was de analyse die Pyongyang gemaakt had wel correct.