Nederlands Volksherstel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nederlands Volksherstel
Ondersteuning vanuit Haarlem voor Venray en Nijmegen (1945)
Geschiedenis
Opgericht 1944
Opgeheven 1948
Structuur
Werkgebied Nederland
Doel "De bevordering van de geestelijke en lichamelijke wederopheffing van het door het oorlogsgebeuren in nood verkeerend deel van het Nederlandsche Volk"
Portaal  Portaalicoon   Tweede_Wereldoorlog
Bioscoopjournaal uit 1945. Promotiefimpje voor de collecte van het Volksherstel dat tot doel had getroffenen van de bezetting, repatrianten van de Duitse tewerkstelling en teruggekeerde Joden van de noodzakelijke levensbehoeften te voorzien.

De stichting Nederlands Volksherstel (NVH; 1944-1948) was een overkoepelende hulpverleningsorganisatie die zich richtte op de "bevordering van de geestelijke en lichamelijke wederopheffing" van Nederlanders die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog in nood verkeerden.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Collecte Nederlands Volksherstel in Delft en optocht met praalwagens, 30 juni 1945, gefilmd door Willem de Lange. (Coll. SA Delft)

In november 1944 liet het College van Vertrouwensmannen per telegram aan de Nederlandse regering in Londen weten dat er een algemene hulpverleningsorganisatie was samengesteld. De organisatie kreeg de naam Nederlands Volksherstel en werd op 9 juli 1945 formeel opgericht. Het samenwerkingsverband bestond uit diverse sociaal-charitatieve organisaties en verzetsorganisaties, waaronder het Nederlandse Rode Kruis, de Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar kind, het Interkerkelijk Overleg, het Nationaal Fonds voor Bijzondere Noden, het Christelijk Nationaal Vakverbond, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en het Nationaal Steun Fonds. Er werden lokale en provinciale afdelingen van Volksherstel opgericht.[1]

Een paardenkar met opgehaalde meubelen (foto door Menno Huizinga)

Aan het hoofd van de stichting stond een Bestuursraad, met prinses Juliana als voorzitter.[2] De bestuursraad werd verder gevormd door de voorzitter van de Raad van Beheer en vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties. Het feitelijk bestuur lag bij de Raad van Beheer, die bestond uit minstens zeven leden vanuit de Bestuursraad. Eerste voorzitter was mr. Emile Menten, regeringscommissaris voor Nederlands Volksherstel.

Doel

Doelstelling van de organisatie was "De bevordering van de geestelijke en lichamelijke wederopheffing van het door het oorlogsgebeuren in nood verkeerend deel van het Nederlandsche Volk". Een gezond gezinsleven werd van belang geacht als basis voor herstel in sociaal en economisch opzicht.[3] Volksherstel wilde dit bereiken door onder meer de samenwerking tussen de deelnemende organisaties te bevorderen, advies te geven aan deze organisaties, geld en goederen in te zamelen en initiatieven te ontplooien of te steunen die bijdroegen aan het doel. Volksherstel miste echter gezag, er was bovendien een gebrek aan financiën (overheidssteun) en een goede organisatiestructuur. Mede door conflicterende belangen kon de organisatie slechts een bescheiden coördinerende taak vervullen.

Opheffing

In oktober 1947 werd besloten de stichting te liquideren. In maart 1948 vond in Utrecht de laatste vergadering plaats, waarbij het woord werd gevoerd door onder anderen Martina Tjeenk Willink, secretaris-generaal van de bestuursraad, en prinses Juliana het voorzitterschap bekleedde. De activa van de stichting werden overgedragen aan de Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werk, die ook min of meer de rol van Volksherstel overnam.

Deelnemende organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Neij, R. en Hueting, E.V. (1988) Nederlands Volksherstel 1944-1947: een omstreden hulporganisatie in herrijzend Nederland. Culemborg: Lemma. ISBN 90-5189-012-5.