Nederlandsche Etsclub

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Nederlandsche Etsclub (1885-1896) was een Nederlandse vereniging van grafische kunstenaars, die in navolging van de Haagse Etsclub (1848-1860) en de Société des Aquafortistes (1862) in Frankrijk in 1885 werd opgericht. Doel van de vereniging was de etstechniek opnieuw onder de aandacht te brengen. Ze deed dat door middel van het uitbrengen van jaarlijkse grafiekmappen.

Oprichting[bewerken]

Voorzitter van de vereniging was Anton Derkinderen (1859-1925). De drijvende krachten achter De Nederlandsche Etsclub waren Jan Veth (1864-1925) als secretaris en Willem Witsen (1860-1923) als vice-voorzitter en pennigmeester. Het buitenhuis van de familie Witsen, de Ewijkshoeve in Baarn, was een belangrijke ontmoetingsplaats voor kunstenaars en vrienden. Nadat Witsen vijf jaar bij professor Allebé aan de Rijksacademie had geschilderd en in oktober 1881 naar Antwerpen was verhuisd, maakte hij daar kennis met de Belgische variant van de Société d’aquafortistes in Fankfrijk.

Portefeuilles en tentoonstellingen[bewerken]

Spotprent waarin de Nederlandsche Etsclub ten grave wordt gedrage (gepubliceerd als bijvoegsel van 'De Kroniek' van 19 januari 1896).

Het belangrijkste resultaat van De Nederlandse Etsclub was de jaarlijkse uitgave van een portefeuille met etsen, gemiddeld zo’n twaalf in aantal. De portefeuilles van De Nederlandse Etsclub bevatten uitsluitend werk van leden. De eerste portefeuille verscheen in 1886, de negende en laatste in 1895; in 1894 was er geen verschenen. In totaal bevatten deze portefeuilles samen precies 100 bladen. In totaal hebben 28 verschillende grafici aan de mappen werk bijgedragen, maar deze bijdrages waren niet allemaal gelijk in aantal. Het merendeel is gemaakt door een kleine groep, waarvan de belangrijkste kunstenaars zijn: Marius Bauer, Hendrik Haverman, Barbara Elisabeth van Houten, Eduard Karsen, Floris Verster, Jan Veth, Willem Witsen, Phillipe Zilcken en Willem de Zwart.

De uitgave van een portefeuille werd meestal gevolgd door een tentoonstelling, afwisselend in Amsterdam en Den Haag. Op deze tentoonstellingen werd ook aandacht besteed aan het werk van niet-leden, onder wie vele vooraanstaande Engelse, Duitse en Franse grafici. Het werk van Odilon Redon was er te zien, evenals dat van Edgar Degas, Félicien Rops, Camille Pissarro, James McNeill Whistler en vele anderen.

De Etsclub hief zichzelf op op 13 januari 1896.

Literatuur[bewerken]

  • Jeroen Giltay: De Nederlandse Etsclub (1885-1896) in Nederlandse Kunsthistorisch Jaarboek 1976 - Deel 27, Uitg. Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1977 (ISBN 90 228 4430 7)
  • Ad van der Blom, Tekenen dat het gedrukt staat. 500 jaar grafiek in Nederland, Uitgeverij Kosmos, 1978 (ISBN 90 215 0682 3), pagina's 120 e.v.
  • Ad van der Blom, Buiten, Uitgave van De Haagse Etsclub, 1984, pag. 4 e.v.
  • Simon Koene, Met de angel van een wesp, Grafiek Nu 7 (Inleiding), Kempen Publishers, 1996 (ISBN 90 742 7190 1), pagina 13 e.v.
  • Simon Koene, Met de angel van een wesp, over de geschiedenis van de etskunst (deel 4), Maandblad voor de beeldende vakken, jaargang 116, nummer 3, maart 2000, pagina 23 e.v.
  • Drs. Ina Versteeg: De Haagse Etsclub. Fascinatie voor de etskunst, Uitgeverij Van Soeren & Co, Amsterdam, 2002 (ISBN 90 6881 106 1), pagina's 19 t/m 25.
  • Jaap Versteegh: De invloed van de Nederlandsche Etsclub in Rondom Tachtig, Uitgeverij Pygmalion, Maarssen 2011 (ISBN/EAN: 978-90-809694-2-1)