Nederlandse spelling van dieren- en plantennamen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlandse dieren- en plantennamen zijn geen eigennamen maar soortnamen, en worden daarom in de regel niet met een hoofdletter geschreven. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om de naam van een familie (paardachtigen, leliefamilie), een geslacht (tulp) of een soort (ezel, bostulp). Nog enkele voorbeelden zijn: ijsvogel, huismus, makreel, parelmoervlinder, sint-bernard(shond), els, satansboleet en madeliefje.

Uitgezonderd zijn de soortnamen die van aardrijkskundige eigennamen zijn afgeleid, zoals Amerikaanse dwergstern, Vlaamse gaai, Duitse herder(shond) en Libanese ceder. Deze krijgen wél een hoofdletter, omdat Amerikaans, Vlaams, Duits en Libanees afleidingen van aardrijkskundige eigennamen zijn. Ook bij de fruitnaam schone van Boskoop blijft de hoofdletter staan, omdat Boskoop nog altijd het karakter van een aardrijkskundige eigennaam heeft.

Soortnamen die naar een eigennaam genoemd zijn, krijgen daarentegen een kleine letter: przewalskipaard, cox, reine-claude. We schrijven ook geen hoofdletters bij soortnamen die door een of meer bijvoeglijke naamwoorden worden voorafgegaan zoals zwarte zwaan, rode wolf, vale gier, wilde eend, blauwe vinvis, blauwe knoop, gele lis, rode beuk, tamme kastanje, ruwe groene russula.

Wetenschappelijke namen[bewerken]

In de wetenschappelijke benamingen krijgt de geslachtsnaam bij conventie een hoofdletter en de soortnaam een kleine letter. Bovendien wordt de gehele naam cursief geschreven. Voorbeelden: Equus asinus, Tulipa sylvestris.

Praktijk[bewerken]

In de praktijk worden in veel (wetenschappelijke) publicaties over planten en dieren alle namen van soorten met beginhoofdletters geschreven. Dit om verwarring te voorkomen tussen gebruikte bijvoeglijke naamwoorden en de werkelijke soortnaam. Daarbij is het goed om te weten dat er soortnamen bestaan als middelste bonte specht en kleinst waterhoen. In dergelijke publicaties schrijft men dan "Middelste Bonte Specht" en "Kleinst Waterhoen".

Bron[bewerken]