Negroïde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
"Afrikaanse volkeren" uit de vierde editie van Meyers Konversations-Lexikon (1885-'90)

Negroïde is een antropologische beschrijving van een reeks van donkerhuidige Afrikaanse en Oceanische bevolkingen, die het grootste gedeelte van het Afrikaanse continent (Sub-Saharisch Afrika) en het Oceanische Melanesië bewonen. De indeling op basis van negroïde kenmerken is etnografisch van beperkte waarde, omdat het een verscheidenheid van verschillende mensen omvat.

Volgens de verouderde theorieën over het menselijk ras zijn lichamelijke kenmerken van negroïde mensen onder meer een ronde neus, kroeshaar en een donker-gepigmenteerde huid, vaak met een langwerpige schedel met ronde oogkassen en neusholten en uitstekende jukbeenderen.

Het negroïde ras behoorde volgens deze raciale wetenschap tot de drie grote rassen, naast het kaukasische en het mongoolse ras. De term is afgeleid van negro dat zwart betekent in het Spaans en Portugees, wat weer afgeleid is van het Latijnse niger.

Het doel van de term was het indelen van mensen op basis van fenomenologische kenmerken.[bron?]

De termen negroïde en neger worden betwist vanwege de verbintenis met racisme.[1] Vanwege negatieve connotaties wordt in Angelsaksisch onderzoek het woord africoid gebruikt, en af en toe congoloïde.[2] Toch wordt de term negroïde als classificatie nog steeds gebruikt in forensische antropologie. Voor donkere oceanische volkeren zoals de melanesische volkeren wordt ook de term melanoïde gebruikt.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]