Nicolaïkerk (Utrecht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nicolaïkerk
Het westwerk van de Nicolaïkerk vanuit het zuidwesten
Het westwerk van de Nicolaïkerk vanuit het zuidwesten
Plaats Utrecht
Denominatie Protestants
Gebouwd in 12e eeuw
Uitbreiding(en) 15e eeuw
Restauratie(s) 1978
Gewijd aan Nicolaas van Myra
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  36380
Architectuur
Stijlperiode Romaans, Gotisch
Klokkentoren 1586, ca. 40 m
Interieur
Orgel Marcussen 1953, 1956
Afbeeldingen
Het interieur van de Nicolaïkerk naar het oosten
Het interieur van de Nicolaïkerk naar het oosten
Het interieur van de Nicolaïkerk naar het westen
Het interieur van de Nicolaïkerk naar het westen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Nicolaïkerk is een kerk in de Nederlandse stad Utrecht. In de volksmond heet de kerk ook wel de Nicolaaskerk of de Klaaskerk. Zij is in gebruik bij de Protestantse Kerk in Nederland.

Geschiedenis[bewerken]

De kerk werd gebouwd in het begin van de twaalfde eeuw als de tweede parochiekerk van Utrecht (de eerste was de Buurkerk, later volgden nog de Jacobikerk en de Geertekerk). De patroonheilige was Sint-Nicolaas, wat erop wijst dat dit onder andere de kerk van vissers en schippers was. De parochie besloeg een groot gebied dat zelfs de dorpen De Bilt en Vechten omvatte.

Van de oorspronkelijke romaanse kerk resteert aan de buitenzijde alleen nog het tweetorenfront. Dit gedeelte van de kerk is bijzonder omdat een parochiekerk normaal gesproken nooit twee torens kreeg: dat was voorbehouden aan kathedralen, klooster- en kapittelkerken. Een afdoende verklaring voor de afwijking is nog niet geleverd. In de vijftiende eeuw werd de kerk ingrijpend verbouwd tot een gotische hallenkerk. Delen van het interieur hebben echter nog een aanwijsbare Romaanse oorsprong.

In 1529 werd de Nicolaïkerk kloosterkerk; nadat de karmelieten gedwongen waren hun kerk en klooster (respectievelijk de huidige Sint-Catharinakathedraal en het Catharijneconvent) af te staan aan de johannieterorde kregen ze de Nicolaïkerk toegewezen. In 1566 werd de kerk getroffen door de Beeldenstorm. In 1579 werd de kerk overgenomen door de protestanten. In 1586 werd de zuidelijke toren verhoogd ten behoeve van een carillon (hoogte sindsdien ca. 40 meter). Een storm in 1674 liet een torenspits instorten.

Sinds de restauratie van de kerk in 1978 hebben als voorgangers van de Nicolaïkerk gediend: Wim Tieman, Dick Kronemeijer, Jos de Heer, Pieter Oussoren en Ruth Peetoom. De huidige voorganger is Ds. Dirk Neven.

Orgels en klokken[bewerken]

De Nicolaïkerk is mogelijk de eerste kerk waar een orgel werd geplaatst in Nederland. Al in 1120 wordt namelijk melding gemaakt van een portatief, al wordt de zekerheid van deze vermelding door sommigen betwist. Zeker is wel dat de kerk reeds in 1430 een 'oud' orgel bezat. In de Koorkerk in Middelburg bevindt zich het Peter Gerritsz-orgel uit 1477-1479, afkomstig uit de Nicolaïkerk. Het geldt als een van de belangrijkste bewaard gebleven orgels uit de Middeleeuwen.

In 1732 werd de tien jaar oude Pieter Hellendaal organist van de Nicolaïkerk. De kerk bezit tegenwoordig een tweetal orgels van de Deense orgelbouwer Marcussen. Het hoofdorgel (1956) geldt als het voorbeeld voor de naoorlogse orgelbouw in Nederland. Het Sweelinckorgel (1953) is eigendom van de NCRV en staat sinds december 2000 in de Nicolaïkerk. Het koororgel is van de Utrechtse orgelbouwer van Vulpen. Jaarlijks wordt er in de kerk onder de naam Nicolaiconcerten een bloeiende serie concerten georganiseerd door de Stichting Culturele Evenementen Nicolaïkerk. In 2006 werd het vijftigjarig bestaan van het hoofdorgel groots gevierd tijdens het tiendaagse KlankKleurenFestival.

De zuidertoren van de kerk herbergt een beiaard van de gebroeders Pieter en Francois Hemony uit 1649/1650. In de noordertoren hangt een luidklok uit 1573 met de naam Martinus van de klokkengieter Willem Wegewaert de Oude. In de zuidertoren hangen vier moderne luidklokken, in 1997 vervaardigd door Petit en Fritsen, met de namen Salvator, Maria, Nicolaas en Johannes. De teksten op de klokken zijn gedicht door Willem Barnard.

Opschrift[bewerken]

Boven de poortuitgang aan de zuidzijde, in 2016 naar de binnentuin van het Centraal Museum, staat het mogelijk twintigste-eeuwse Latijnse opschrift "Da tua dum tua sunt post mortem tunc tua non sunt"[1] (vertaling: Geef het uwe zolang het van u is/Na de dood dan is het niet meer van u.)