Niet-coderend DNA

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Utricularia gibba heeft slechts 3% niet-coderend DNA.[1]

Niet-coderend DNA (Engels: non-coding) bestaat uit componenten van DNA die geen eiwit coderen.

Aandeel niet-coderend DNA in het genoom[bewerken]

De hoeveelheid niet-coderend DNA in het genoom verschilt sterk tussen de organismen. Het menselijk genoom bevat ruim 98% niet coderend DNA[2], terwijl Utricularia gibba van de blaasjeskruidfamilie slechts 3% niet-coderend DNA heeft. Van Polychaos dubium bevat het genoom meer dan 200 keer zoveel niet-coderend DNA dan het menselijk genoom[3] en bevat het genoom van Takifugu rubripes ongeveer 90% niet-coderend DNA.[4]

Bij de eukaryoten bestaat in het algemeen het grootste deel van het genoom uit niet-coderend DNA.[5] Het genoom van prokaryoten heeft 5 - 20% niet-coderend DNA.[6] De grootste verschillen in de grootte van het genoom tussen organismen berusten op de verschillende hoeveelheden niet-coderend DNA.

Delen van het niet-coderende DNA bij Utricularia gibba worden bij de plant verwijderd door deleties, waardoor deze weinig niet-coderend DNA heeft.

Functies van niet-coderend DNA[bewerken]

Sommige niet-coderende DNA's vormen tijdens de transcriptie niet-coderend RNA, zoals transfer RNA, ribosomaal RNA en regulerende RNA's. Ook zijn ze onder andere betrokken bij centromeren en telomeren. Verder komen er pseudogenen als niet-coderend DNA voor, kopieën van genen die door mutatie niet meer functioneel zijn. In het kader van de evolutietheorie zijn ze het uitgangsmateriaal voor nieuwe genen met nieuwe eigenschappen.

Begin 21e eeuw hebben onderzoekers moleculaire stoptekens, klokken, schakelaars en versterkers in het niet-coderende DNA ontdekt. Deze reguleren wanneer en hoe de eiwitten die gespecificeerd worden in het coderende DNA gebruikt moeten worden.[7]

Gebleken is dat kleine verschillen in het niet-coderende DNA leiden tot grote verschillen in het uiterlijk van organismen die met dezelfde eiwitten zijn gemaakt.[8] Hiermee lijken (delen) van het zogenaamde junk-DNA belangrijk te zijn voor de wijze waarop de geproduceerde eiwitten verwerkt worden in de cel. In 2012 werd duidelijk dat het meeste 'junk'-DNA wel degelijk belangrijke functies heeft en zelfs essentieel is voor een goed functioneren van de processen in de cel.[9]

Tot het niet-coderend DNA behoren verder:

Zie ook[bewerken]