Nieuwe Testament

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Nieuwe Testament is een verzameling religieuze geschriften behorend tot het christendom. Het vormt het tweede deel van het heilige boek van de christenen, de Bijbel. Hoewel precieze datering moeilijk is, wordt algemeen aangenomen dat de geschriften van het Nieuwe Testament dateren uit de tweede helft van de eerste eeuw tot het begin van de tweede eeuw na Christus. De naam is een vertaling van het Latijnse Novum Testamentum, wat een vertaling is van het Griekse Ἡ καινὴ διαθήκη (Hē kainḕ diathḗkē), "Het Nieuwe Verbond" of "Het Nieuwe Testament". De vroege christenen gebruikten deze benaming oorspronkelijk om hun relatie met de god van Israël aan te geven. Als brontekst voor de meeste hedendaagse vertalingen wordt het Novum Testamentum Graece gebruikt.

De geschriften van het Nieuwe Testament beschrijven de daden en woorden van Jezus, die de Messias (de Christus) genoemd wordt. Uit het geloof in hem als Messias is het christendom voortgekomen. Verder bevat het Nieuwe Testament een geschrift over de geschiedenis van de eerste christelijke gemeenschappen en een reeks brieven op naam van apostelen of familie van Jezus. Het Nieuwe Testament vormt daarmee de voornaamste basistekst van het christelijk geloof. Binnen dat geloof worden behalve de bijbelteksten van het Oude Testament ook die van het Nieuwe Testament als het Woord van God d.w.z. geïnspireerd door God beschouwd. Veel orthodoxe christenen, maar met name fundamentalisten beschouwen het Oude en Nieuwe Testament letterlijk als het Woord van God.

Inhoud[bewerken]

De 27 'boeken' (geschriften) van het Nieuwe Testament worden als volgt ingedeeld.[1]

De kruisiging van Jezus, 1512-1516, door Mathis Gothart Grünewald

Evangeliën[bewerken]

De evangeliën zijn de eerste vier boeken: het Evangelie volgens Matteüs (circa 75-90 n.Chr.), het Evangelie volgens Marcus (circa 65-70 n.Chr.), het Evangelie volgens Lucas (circa 80-90 n.Chr.) en het Johannes (circa 90-110 n.Chr.). De evangeliën geven elk een beschrijving van het leven van Jezus Christus, zoals zijn geboorte, onderwijs, wonderen, conflicten, kruisiging, sterven, dood en opstanding. Deze evangeliën worden traditioneel toegeschreven aan leerlingen (c.q. apostelen) van Jezus Christus, of aan leerlingen van apostelen. In de wetenschappelijke bijbeluitleg staat men hier kritisch tegenover. De schrijvers van de evangeliën gebruikten verscheidene bronnen. De basis van, bijvoorbeeld, het Evangelie naar Matteüs wordt gevormd door grote delen van het Evangelie naar Marcus en mogelijk door een verloren gegaan geschrift (bron Q).[2]

De beschrijving van het Evangelie volgens Johannes wijkt qua stijl en opzet duidelijk af van de andere drie evangeliën, die veel meer met elkaar gemeen hebben. Deze laatsten worden daarom de synoptische evangeliën genoemd.

Handelingen[bewerken]

Het vijfde boek, de Handelingen (circa 80-90 n.Chr.), begint met de Hemelvaart van Jezus Christus, gevolgd door de beschrijving van de uitstorting van de Heilige Geest (Pinksteren). Hierna volgt een uiteenzetting van het ontstaan en de groei van de eerste christelijke gemeenschappen. De tweede helft is gewijd aan de zendingsreizen van de apostel Paulus. Over het algemeen gaat men ervan uit dat dit boek geschreven is door Lucas, die mogelijk een leerling van Paulus was.

Het boek Handelingen begint met een beschrijving van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem en eindigt met een beschrijving van de prediking van het evangelie door Paulus in Rome In deze opbouw is een programma te zien: het evangelie gaat vanuit de beslotenheid van het Joodse volk (gesymboliseerd door Jeruzalem) naar de heidenen (gesymboliseerd door de wereldstad Rome). Met andere woorden: het evangelie is er voor de Joden en de niet-Joden.

Brieven[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Auteurschap van de brieven van Paulus

De brieven worden meestal als volgt onderverdeeld:

Brieven op naam van Paulus

Deze tien brieven vormen de kern van het corpus van de brieven van Paulus. In het Nieuwe Testament zijn ze niet chronologisch geordend, maar naar lengte. De langste brief staat vooraan, en de kortste achteraan. In elk geval de onbetwiste brieven van Paulus zijn ouder dan de evangeliën, hoewel ze pas na de evangeliën in het Nieuwe Testament staan. In de bijbelwetenschap is het auteurschap van zeven brieven onbetwist, maar het auteurschap van de brieven aan de Efeziërs, de Kollosenzen en de tweede brief aan de Tessalonicenzen wordt in meerdere of mindere mate betwijfeld.

Er zijn nog drie brieven op naam van Paulus, de zogeheten Pastorale brieven (circa 100 n.Chr.):

Deze drie brieven hebben veel gemeenschappelijke kenmerken, en zijn waarschijnlijk onder de gezaghebbende naam van Paulus geschreven om nieuwe problemen in de christelijke gemeenschappen het hoofd te bieden.

Hebreeën (circa 80-100 n.Chr.)

Hoewel de Brief aan de Hebreeën niet claimt door Paulus geschreven te zijn, werd deze in de vroege periode van het christendom wel aan Paulus toegeschreven. Zo kreeg dit anonieme werk een apostolische origine.[3] In de derde eeuw schreef Origenes al over deze brief: "Mannen uit vroege tijden hebben de brief al overgeleverd als van Paulus, maar wie de brief schreef, weet alleen God."[4]

Katholieke of Algemene brieven

De afdeling Katholieke (of: Algemene) brieven bevatten zowel brieven als verhandelingen in briefvorm die aan de kerk als geheel werden gericht. De term 'katholiek' (Grieks: καθολική, katholikē) die al in de oudste manuscripten werd gebruikt, betekent hier eenvoudig 'universeel' of 'algemeen'.

De latere dateringen worden meestal gegeven door historisch-kritische bijbeluitleggers.

Openbaring[bewerken]

Het laatste boek van het Nieuwe Testament, de Openbaring van Johannes, is overwegend apocalyptisch, zoals ook het boek Daniël uit het Oude Testament en buiten-Bijbelse boeken als I Henoch en 4 Ezra. In zinnebeeldige taal wordt er een voorstelling gegeven van hoe het er aan het einde der tijden aan toe zal gaan. In de wetenschap gaat men er meestal niet vanuit dat deze Johannes dezelfde is als de auteur van het vierde evangelie.

Betekenis[bewerken]

De titel van het tweede deel van de christelijke Bijbel is Het Nieuwe Testament. Het woord 'testament' betekent hier 'verbond' of 'convenant'. Deze benaming heeft dit deel van de Bijbel, omdat er volgens het christelijk geloof sprake is van een nieuw verbond. God heeft zijn enige Zoon Jezus Christus naar de mensen gestuurd. De Zoon heeft door zijn leven, sterven en opstanding de dood overwonnen en zo heeft God door de Zoon een nieuw verbond met hen gesloten. Was het oude verbond nog beperkt tot het volk van Israël, het nieuwe verbond geldt voor alle volken. Volgens de opvatting van de kerk door de eeuwen heen is dit hoofdthema van het nieuwe verbond (oftewel het christelijk geloof) op gezaghebbende wijze uitgedrukt in de verzameling geschriften die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen. Van deze geschriften neemt men namelijk aan dat ze door apostelen of leerlingen van apostelen zijn geschreven, en daarmee apostolisch gezag hebben.

In de wetenschappelijke bestudering van de geschriften van het Nieuwe Testament betekent het feit dat deze in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, niet meer dan dat er later grote betekenis aan is toegekend. Vanuit het historische perspectief gezien zijn de individuele geschriften immers niet met het oog op het Nieuwe Testament geschreven. Het Nieuwe Testament als verzameling geschriften komt historisch later dan de geschriften zelf, en mag daarom geen rol spelen bij de wetenschappelijke uitleg van de bedoeling van de auteur van een geschrift. Moderne, historisch-kritische nieuwtestamentici bestuderen de afzonderlijke geschriften van het Nieuwe Testament dan ook in de context van de antieke literatuur, en niet vanuit latere theologie of een geloofsstandpunt.

Over de betekenis van de inhoud van het Nieuwe Testament bestaat verschil van mening. Moderne gelovigen kennen het Nieuwe Testament niet automatisch gezag toe. Niet-gelovigen beschouwen het Nieuwe Testament hooguit als een menselijke verzameling geschriften met betekenis voor de wereldliteratuur. Aanhangers van andere religieuze stromingen kunnen soms aan het Nieuwe Testament een bepaalde religieuze waarde toekennen. Zo beschouwen moslims de Bijbel (waaronder dus ook het Nieuwe Testament) als gedeeltelijk vervalst. Zij zien Jezus als één van de profeten zoals die in het Oude Testament voorkwamen.

Totstandkoming van de canon[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Canonvorming van het Nieuwe Testament voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Grieks fragment van het Evangelie volgens Lucas uit de Codex Bezae

Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 'boeken' (geschriften) die in de periode van de tweede helft van de eerste en het begin van de tweede eeuw na Christus zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Deze boeken zijn geschreven door verschillende auteurs. Ze hebben een verschillend karakter, zijn taalkundig ook verschillend en zijn vanuit diverse plaatsen en in diverse omstandigheden geschreven. Toch zijn er in deze 27 boeken ook overeenkomstige gedachten te vinden.

Over welke boeken in het Nieuwe Testament thuishoren, de zogeheten canon, zijn eeuwenlang veel discussies gevoerd. Niet bij alle Nieuwtestamentische boeken was dit in dezelfde mate het geval. Zo stond tegen het einde van de tweede eeuw een vrij groot gedeelte reeds praktisch vast, zoals de evangeliën, de Handelingen van de Apostelen en de meeste brieven van Paulus. De huidige canon, waar men het tegenwoordig wereldwijd over eens is, kreeg in 367 na Chr. een officieel karakter in de zogenaamde Paasbrief van Athanasius. Na die Paasbrief was er vooral nog discussie over het Bijbelboek Openbaring.

Verhouding ten opzichte van het Oude Testament[bewerken]

In het Nieuwe Testament wordt het Oude Testament vaak geciteerd. Soms wordt teruggegrepen op de Hebreeuwse tekst, soms op de tekst van de Septuaginta, soms wordt het Oude Testament op een wat vrije wijze aangehaald. In ieder geval zijn vele schrijvers van het Nieuwe Testament van oordeel dat ze gaan in het spoor van het Oude Testament, hoewel ze de heilige boeken van Israël natuurlijk nog geen 'Oude Testament' noemen. Vooral de taal en de gedachterijkdom van de Septuaginta heeft grote invloed gehad op de inhoud en verwerking van motieven in het Nieuwe Testament. Reeds in het eerste boek (Matteüs) treft de lezer talloze citaten uit het Oude Testament aan. De heilige boeken van de Joden dienden allereerst als legitimatie van de overtuiging dat Jezus de Messias was. Tevens diende het Oude Testament om een allesomvattende heilsgeschiedenis uit te werken die bij de schepping (Genesis) begon en zou eindigen bij de wederkomst (Openbaring).

Voor het christendom heeft het Oude Testament, het eerste gedeelte van de Bijbel, dus nog steeds betekenis. Christenen volgen echter niet alle wetten uit de Tora, omdat daarmee bepaalde groepen mensen uitgesloten worden (bijvoorbeeld de spijswetten). Met name in de Bijbelboeken Handelingen, de brieven van de apostel Paulus en de Brief aan de Hebreeën komt deze kwestie aan bod. Het Oude Testament is niet afgeschaft, maar vervuld door Jezus Christus. Augustinus drukte de verhouding tussen de testamenten als volgt uit: Novum in Vetere latet, Vetus in Novo patet: "Het Nieuwe is verborgen in het Oude aanwezig, de ware betekenis van het Oude komt in het Nieuwe aan het licht." Christenen erkennen een zekere voortgang in de openbaring: zaken die in Israël onder het oude verbond nog toegestaan of normaal waren (zoals polygamie), dienen getoetst te worden aan de leer van Jezus en de apostelen.

Centrale begrippen[bewerken]

Het Nieuwe Testament is geschreven door verschillende personen, in verschillende omstandigheden en vanuit verschillend perspectief. Toch valt het op hoe vaak centrale thema's terugkeren in de verschillende boeken. De Bijbelwetenschap houdt zich hiermee bezig. Een belangrijk thema is bijvoorbeeld het koninkrijk Gods of de plaats en betekenis van het geloof. Het is van belang om na te gaan hoe deze begrippen zich in het Nieuwe Testament ontwikkelen en welke inhoud eraan gegeven wordt.

Het Koninkrijk van God[bewerken]

Reeds in het Oude Testament wordt gesproken over het Koninkrijk van God. In het Nieuwe Testament begint Johannes de Doper zijn prediking met de boodschap van de nabijheid van het Koninkrijk van God. Ook Jezus herhaalt deze boodschap. In zijn Bergrede geeft Jezus een uitvoerige beschrijving van het Koninkrijk van God en de ,wet' van de Liefde. Ook bij de apostelen komt dit nadrukkelijk naar voren. Zie ook: Koninkrijk van God.

Externe links[bewerken]