Nieuwlicht (Utrecht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klooster Nieuwlicht
Nummer ? - Utrecht - 20235537 - RCE.jpg
Plaats Utrecht
Kloosterorde Kartuizers
Gebouwd in 1392
Gesloopt in Vanaf 1580
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  36247
Manuscript dat in het bezit was van Nieuwlicht.
Manuscript dat in het bezit was van Nieuwlicht.
Portaal  Portaalicoon   Religie

Nieuwlicht is een voormalig klooster der kartuizers dat zich destijds bij de Nederlandse stad Utrecht bevond.

Nieuwlicht is omstreeks 1392 gesticht bij de rivier de Vecht ten noorden van Utrecht in het gerecht Roode Brug binnen de stadsvrijheid.[1] Het werd een belangrijk en voornaam klooster waar onder meer manuscripten werden vervaardigd. 145 handschriften en 68 gedrukte boeken uit het klooster zijn overgeleverd aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Hieronder zijn Hs. 41, de Confessiones van Augustinus, een handschrift met de Postilla in Prophetas van Nicolaus de Lyra (Hs. 252), en een getijdenboek van de Meesters van Zweder van Culemborg, Hs. 16 B 8.[2]

Eind jaren 20 van de 15e eeuw woedde het Utrechts Schisma; een strijd om de positie van bisschop tussen Zweder van Culemborg en Rudolf van Diepholt. Zweder had de steun van de paus, maar de wereldlijke macht in Utrecht gaf de voorkeur aan Rudolf. Daarop bezette Zweder een deel van het bisdom met een interdictie. De geestelijken die de Paus trouw waren en zich dus aan de interdictie hielden moesten daarop de streek verlaten. In 1426 viel ook Utrecht onder de interdictie. De monniken van Nieuwlicht moesten nu uit hun klooster vertrekken. Wanneer de monniken precies vertrokken is niet bekend. Later in 1427 werd Otto van Moerdrecht nog als prior aangewezen. Waarschijnlijk verliet dus niet iedereen het klooster. Een charter van 1428 getuigt van de aanwezigheid van nog minstens vijf personen, waaronder waarschijnlijk Otto van Moerdrecht. In 1432 werd het kloosterleven opnieuw opgepakt in Nieuwlicht. Otto van Moerdrecht vertok naar Brugge om daar prior te worden.[3]

Na de Reformatie is het klooster eind 16e eeuw grotendeels afgebroken, het poortgebouw en een boerderij bleven gespaard. Een aantal monniken verhuisde nog naar binnen de stadsmuren aan de Mariaplaats maar het convent kwam wegens een verbod op nieuwe aanwas gaandeweg tot een eind.

Het grondgebied van het klooster is gebruikt voor de stichting van de (inmiddels verdwenen) hofstede Chartroise.

Bronnen[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Andere benamingen voor het klooster waren: De kartuize van het Nieuwe licht van St. Salvator in Bloemendaal buiten de stad Utrecht, Nova Lux (Latijn voor Nieuw Licht), De Kartuizers en Chartroise.
  2. Koert van der Horst, Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek : samengesteld bij het 400-jarig bestaan van de Bibl. der Rijksuniv., 1584-1984, 1984, pp. 26-29. ISBN 9061943841.
  3. J.P. Gumbert, Die Utrechter Kartäuser und ihre Bücher im frühen fünfzehnten Jahrhundert. Leiden 1974. pp. 36-39