Naar inhoud springen

Nieuwsaksische Schrijfwijze

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Nieuwsaksische Schrijfwijze (Nedersaksisch: Nysassiske Skryvwyse, NSS) is een spellingsrichtlijn voor het hele Nedersaksische taalgebied, voor zowel de Nederlandse als de Duitse kant van de grens. Terwijl veel andere Nedersaksische spellingen kijken naar correcte weergave van lokale uitspraak, heeft de NSS maximale wederzijdse leesbaarheid en duidelijkheid als doel.

Voordelen van deze spelling zijn onder meer:

  • ondubbelzinnigheid
  • wederzijdse leesbaarheid
  • gelijkheid voor alle dialecten aan weerszijden van de grens
  • vrijheid om eigen persoonlijke uitspraak te gebruiken
  • herkenbaar woordbeeld over alle dialecten
  • herkenbare taalweergave

De NSS kan worden gezien als een uitgebreide versie van de Algemeyne Schryvwys’ (Algemene Schrijfwijze) van Reinhard Franz Hahn, die nu ook geschikt is gemaakt voor andere, niet-Noord-Nedersaksische varianten. De NSS neemt ook onderdelen van andere op uitspraak gebaseerde spellingsvoorschriften en de Middelsaksische spelling uit de Hanzetijd.

Deze spelling is opgesteld door de "warkgruppe AS 2.0" (werkgroep AS 2.0), een groep taalliefhebbers van de Veluwe en Twente in Nederland en uit Oost-Westfalen en Sleeswijk-Holstein in Duitsland.

Doel en achtergrond

[bewerken | brontekst bewerken]

Doel van de Nieuwsaksische Schrijfwijze is versimpeling en stimulans van grensoverschrijdende communicatie. Dit wordt bereikt door een middenweg te zoeken en woorden van hun lokale uitspraakmarkeringen te ontdoen.

Terwijl de meeste mensen aan beide kanten van de grens vaak het credo "schrijf het zoals je het uitspreekt" aanhouden (wat meestal inhoudt: "schrijf het alsof het Nederlands of Duits is."), helpt de NSS de taal schrijven zodat het begrijpelijk is voor mensen die niet bekend zijn met de Nederlandse of Duitse manier van schrijven. Lezers mogen hun eigen uitspraak toepassen.

Huidige Nedersaksische spellingsregels volgen meestal ofwel Hoogduitse of Standaardnederlandse spellingsvoorschriften, met kleine aanpassingen om lokale Nedersaksische uitspraak tegemoet te komen. Weinig mensen houden zich hier strikt aan of weten überhaupt van het bestaan van deze spellingsvoorschriften af.

Duitsers gebruiken meestal een spelling gebaseerd op het Hoogduits, terwijl Nederlanders het Nedersaksisch vanuit het Standaardnederlands benaderen. Dit hindert wederzijds leesbegrip onnodig. Beide spellingssystemen zijn niet ontworpen voor de Nedersaksische taal, waardoor er gaten ontstaan die schrijvers naar eigen inzicht en creativiteit opvullen. Aan de Nederlandse kant resulteert dat vaak in een keur aan diakritische tekens en dubbele of zelfs driedubbele klinkerreeksen.

Het volgende voorbeeld uit Twents-Nedersaksisch toont het verschil van de NSS in vergelijking met andere, min of meer algemeen aanvaarde schrijftradities, zoals de Sass'sche Schriefwieze (Sass, bedoeld voor Noord-Nedersaksisch in Duitsland) en de Standaard Schriefwieze (bedoeld voor het Twents in Nederland).

  • Nederlands: "De soldaat schreef aan zijn moeder dat hij snel thuis zou zijn."
  • Twents, in Sass: "Den Suldaat schreev an sien Moder, dat he gau wedder to Huus kömm."
  • Twents, in de Standaard Schriefwieze: "'n Soldoat skreef an zien moo dat e gauw wier thoes köm."
  • Twents, in de NSS: "Den soldåt skreev an syn moder dat hee gauw wyr te huus köm."

De Nieuwsaksische Schrijfwijze kan zowel breed als nauw worden toegepast. Enerzijds is er de overregionale maximale versie, waarin alle gesproken verschillen van alle dialecten zijn opgenomen. Anderzijds is er een reeks minimale versies, waarin bepaalde grafemen kunnen worden samengevoegd als de uitspraak van bepaalde klanken in een respectievelijk dialect is samengesmolten.

De Nieuwsaksische Schrijfwijze heeft drie hoofdprincipes:

  • etymologie
  • gelijkvormigheid
  • open en gesloten lettergrepen

en een aantal andere eigenschappen, die hieronder worden genoemd.

Principe 1: etymologie

[bewerken | brontekst bewerken]

In de maximale versie bepaalt de etymologie hoe een woord gespeld wordt. In de regionale minimale versies kan er van de etymologische spelling worden afgeweken, bijvoorbeeld in een dialect waar historisch verschillende fonemen tot een foneem versmolten zijn.

De e, die vanwege e-apocope in de noordelijke dialecten en in de dialecten rond het IJsselmeer wegvalt, blijft in schrift behouden. Dit vermindert de optische verschillen tussen de noordelijke en zuidelijk dialecten. Bovendien biedt dit een simpele en systematische oplossing voor de weergave van eindklankverscherping van klinkers in de noordelijke dialecten: wyse = [vi::z], breyve = [brɛ:ɪ̯v].

Principe 2: gelijkvormigheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Het principe van gelijkvormigheid betekent dat een woord waar mogelijk dialectintern en interdialectaal constant op dezelfde wijze geschreven wordt.

Eindklankverscherping

[bewerken | brontekst bewerken]

Aan het einde van een lettergreep worden obstruenten regelmatig stemloos. Dit hoeft in schrift niet te worden weergegeven. Men schrijft dus: tyd - tyden (en niet Tiet - Tieden zoals dat in de SASS gebeurt) en skryven - skrivt (en niet zoals in het Nederlands schrijven - schrijft).

Regelmatige assimilaties worden niet in schrift weergegeven. Men schrijft dus: bild - bilder, hand - handen/hände, ölven, seggen etc.

Uitzonderingen

[bewerken | brontekst bewerken]

Grondwoorden die op s, sj of een andere sibilant eindigen vormen een uitzondering hierop. Hier vervalt dat s van het achtervoegsel -st: nervöösup't nervööst, duusjendu duusjt.

Principe 3: open en gesloten lettergrepen

[bewerken | brontekst bewerken]

Klinkerlengte

[bewerken | brontekst bewerken]

Een lange monoftong wordt in een open lettergreep met een enkel teken geschreven, in een gesloten lettergreep dubbel. Men schrijft dus: maken - maakt, good - gode.

Uitzonderingen

[bewerken | brontekst bewerken]

De letters e, y en å vormen een uitzondering hierop:

  • een lange e kan ook in een beklemtoonde open lettergreep dubbel geschreven worden. Dat geldt vooral bij woorden met één lettergreep. Zo kan men bijvoorbeeld as alternatief op het noordelijke sey (DE See, NL zee) in de zuidelijke dialecten see schrijven.
  • y staat altijd voor een lange klinker, dit maakt het verdubbelen in gesloten lettergreep overbodig. Men schrijft dus: hyr en myn en niet hyyr of myyn.
  • ook de å staat altijd voor een lange klinker en zo is ook hier het verdubbelen in gesloten lettergreep overbodig. Men schrijft dus: stån en gån en niet ståån of gåån.

Medeklinkers aan het woordeinde

[bewerken | brontekst bewerken]

In de NSS is er geen medeklinkerverdubbeling aan het einde een woord, zoals dat in het Hoogduits gebeurt. Men schrijft dus: kan, nat en wil en niet kann, natt en will zoals SASS.

Verdere eigenschappen

[bewerken | brontekst bewerken]

Aanpassen van leenwoorden en vreemde woorden

[bewerken | brontekst bewerken]

Leenwoorden, die niet meer als vreemd herkend worden, worden conform de uitspraak geschreven. Bij vreemde woorden blijft de spelling dichter bij de spelling van de herkomsttaal, indien deze in het Latijnse alfabet geschreven wordt. Vreemde woorden worden in het Nedersaksisch in de volgende gevallen echter ook aangepast:

  • Het principe van open en gesloten lettergrepen: lange klinkers in gesloten lettergreep worden ook in vreemde woorden met twee letters geschreven, bijvoorbeeld: kanaal, systeem en kultuur.
  • c wordt k bij de uitspraak /k/ en blijft c bij de uitspraak /ts~s/, bv. konferens(y) en kakao, maar citrone en centrum.
  • cc wordt ks bij de uitspraak /ks/ (aksent, aksepteren) en kk bij de uitspraak /k/ (akkumuleren, akkoord).
  • qu wordt bij de uitspraak /kv/ vervangen door kw, bv. kwaliteyt en frekwens(y).
  • bij de uitspraak /k/ wordt qu over het algemeen k, zoals in karantäne. Bij eigennamen en locaties kan de spelling met qu behouden blijven, bv. Quebec.
  • th en ph worden geschreven als t en f, men schrijft dus: teory, tema, telefoon en foto.
  • x wordt ks, zoals in eksempel en kontekst.

Hoofdlettergebruik bij zelfstandige naamwoorden

[bewerken | brontekst bewerken]

Hoofdletters worden alleen toegepast aan het begin van een zin en bij namen van personen en landen. Andere zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden krijgen geen hoofdletter - ook afleidingen van landen krijgen geen hoofdletters.

  • Het gebruik van komma's volgt de grammatica. Een komma wordt geplaatst tussen deelzinnen, bijvoorbeeld [hoofdzin, hoofdzin] of [hoofdzin, bijzin]. Wanneer het een korte deelzin betreft (~twee woorden), kan de komma weggelaten worden. Uitzonderingen: bij de vervoegingen un/en en or/oder/of wordt geen komma geplaatst.
  • Aanhalingstekens staan voor en achter een woord of zin en worden bovenaan geplaatst. Mogelijk zijn: "...", “...” en ”...”.

Concreet grafeemgebruik

[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de medeklinkers zijn er geen noemenswaardige verschillen op foneemniveau tussen de dialecten. Hier kan de overregionale spelling zonder grote problemen op alle dialecten worden toegepast.

Bij de klinkers zorgen dialectspecifieke uitzonderingen ervoor dat grafemen interdialectaal niet zomaar rechtstreeks overgenomen kunnen worden. Hier zijn een aantal kleinere aanpassingen voor enkele dialecten of dialectgroepen noodzakelijk.

Grafeem Gaat terug
op Oudsaksisch
Voorbeelden: Oudsaksisch Overregionale
Nieuwsaksische Schrijfwijze
SASS
(DE-Noord-Nedersaksisch)
Gronings
(NL-Noord-Nedersaksisch)
Münsterlands
(DE-Westfaals)
Standaard Schriefwieze
(Twents, NL-Westfaals)
Nederl.
cognaten
Duitse
cognaten
p p panna
opan
ūp, upp
panne
oapen
up
Pann
apen
up, op
paan, pane
open
op
Pan
uopen
up
panne
oopn
op
pan
open
op
Pfanne
offen
auf
b b beki
berg
beake, bekke
berg, barg
Beek
Barg

baarg
Biëk
Biärg
bekke
bearg
beek
berg
Bach
Berg
t t tīd
tan
fat
tyd
ten
vat
Tiet
laten
Fatt
tied
loaten
vat
Tied
laoten
Fat
tied
loatn
vat
tijd
laten
vat
Zeit
lassen
Fass
d d + th thiustri
dar
d
düüster
moder
d
düüster
Moder
Raat
duuster
mouder
road
düüster
Moder
Raod
duuster
moder
road
duister
moeder
raad
düster
Mutter
Rat
k k kind
brekan

ik
kind
breaken, brekken
Westföälsk ouk: braeken
ik
Kind
breken

ik
kind
breken

ik
Kind
briäken

ik
keend
brekn

ik
kind
breken

ik
Kind
brechen

ich
g g grōni
seggian
slag
gröön
seggen
slag
gröön
seggen
Slag
greun, gruin
zeggen
slag
gröön
ggen
Slag
greun
zegn
slag
groen
zeggen
slag
grün
sagen
Schlag
Grafeem Gaat terug
op Oudsaksisch
Voorbeelden: Oudsaksisch Overregionale
Nieuwsaksische Schrijfwijze
SASS
(DE-Noord-Nedersaksisch)
Gronings
(NL-Noord-Nedersaksisch)
Münsterlands
(DE-Westfaals)
Standaard Schriefwieze
(Twents, NL-Westfaals)
Nederl.
cognaten
Duitse
cognaten
w w + hw hwanēr
wind
werold
woneyr, woneer
wind
werld, wearld
wonehr
Wind
Welt
wanneer
wind
wereld
wän
Wind
Wiält
wonneer
weend
weerld
wanneer
wind
wereld
wann
Wind
Welt
wr wr wrāka
wrīvan
wråke
wryven
Wraak
wrieven
vroak
vrieven

wroake
wrievn
wraak
wrijven
Rache
reiben
v f + v findan
fugal

biovan
liof
vinden
voagel, vuggel
westföälsk ouk: vuagel
boaven
leyv, leev
finnen
Vagel

baven
leef
vinden
vogel

boven
laif
finnen
Vuëgel

buowen
laiw
veendn
voggel, vogel

boavn
leef
vinden
vogel

boven
lief
finden
Vogel

oben
lieb
s s + hs sand
storm
sian
s
fohs
sand
storm
wysen
muus
vos
Sand
Storm
wiesen
Muus
Voss
zaand
störm
wiezen
moes
vos
Sand
Stuorm
wisen
Muus
Fos
zaand
stoarm
wiezn
moes
vos
zand
storm
wijzen
muis
vos
Sand
Sturm
weisen
Maus
Fuchs
sk sk skip
wiskian
flēsk
skip
wisken
vleysk, vleesk
Schipp
wischen
Fleesch
schip
wissen
vlees
Schip
wisken
Fleesk
schip
wisken
vleis
schip
wissen
vlees
Schiff
wischen
Fleisch
sj (/ʃ~s/ in leenwoorden) sjokolade
duusj(e)
Schokolaad
Duusch
sukkeloaden
does
Schokelaor

sokkelaa
does
chocolade
douche
Schokolade
Dusche
j j jukkian
jār
jöäken, jokken, jökken
jår
jöken
Johr
jeuken
joar
jocken
Jaor
jökn
joar
jeuken
jaar
jucken
Jahr
h h hebbian
hūd
hebben
huud, hüüd
hebben
Huut
hebben
hoed, huud
häbben
Huut
hebn
hoed
hebben
huid
haben
Haut
Grafeem Gaat terug
op Oudsaksisch
Voorbeelden: Oudsaksisch Overregionale
Nieuwsaksische Schrijfwijze
SASS
(DE-Noord-Nedersaksisch)
Gronings
(NL-Noord-Nedersaksisch)
Münsterlands
(DE-Westfaals)
Standaard Schriefwieze
(Twents, NL-Westfaals)
Nederl.
cognaten
Duitse
cognaten
m m miluk
kuman

arm
melk
koamen, kummen
westföälsk ouk: kuamen
arm
Melk
kamen

Arm
melk
komen, kommen

aarm
Miälk, Melk
kuëmen

Arm
melk
komn

aarm
melk
komen

arm
Milch
kommen

Arm
n n + hn hnut

naht
winnan
hlōpan
nut, noat, nöät(e)
westföälsk ouk: nuat
nacht
winnen
loupen
Nutt, Nööt

Nacht
winnen
lopen
neut

nacht
winnen
lopen
Nuët

Nacht
winnen
laupen
not, noot

nacht
winn
loopn
noot

nacht
winnen
lopen
Nuss

Nacht
gewinnen
laufen
l l + hl hlōpan
līthan
fallan
kald
wal
loupen
lyden
vallen
kold
wal
lopen
lieden
fallen
koolt
Wall
lopen
lieden
valen
ld
waal, wale
laupen
liden
fallen
kolt
Wol
loopn
liedn
valn
koald
wal
lopen
lijden
vallen
koud
wal
laufen
leiden
fallen
kalt
Wall
r r + hr hrōpan
rīki
rian
ovar
ropen
ryk
leyren, leren, lyren
öäver, oaver
ropen
riek
lehren, lihren
över
roupen
riek
leren
over
ropen
riek
läern
üöwer
roopn
riek
leern, learn
oaver
roepen
rijk
leren
over
rufen
reich
lehren
über

Oude lange klinkers

[bewerken | brontekst bewerken]
Grafeem Gaat terug
op Oudsaksisch
Proto-Germaans Oudsaksisch Overregionale
Nieuwsaksische Schrijfwijze
SASS
(DE-Noord-Nedersaksisch)
Gronings
(NL-Noord-Nedersaksisch)
Münsterlands
(DE-Westfaals)
Standaard Schriefwieze
(Twents, NL-Westfaals)
Nederl.
cognaten
Duitse
cognaten
å ā ēƀanđaz
đēđiz
āvand
dād
åvend
dåd
Avend
Daat
oavend
doad
Aomd

oavnd
doad
avond
daad
Abend
Tat
ey, e / ee ē1 skērjan~skē

lēʒaz
skāra
kāsi

skeyre, skere
keyse, kese
leyg, leeg
Scheer
Kees
leeg
scheer, schere
kees, keze
leeg
(Schäer)
kaise
laig
scheer
kees
leeg
schaar
kaas
laag
Schere
Käse

ey, e / ee ē2a saip(j)ōn
raipan~raipaz
seype, sepe
reyp, reep
Seep
Reep
zaip(e)

Sepe
Reep
zeep, zepe
reep
zeep
reep
Seife
Reif
ey, e / ee, y ē2b stainaz
ƀainan
stēn
bēn
steyn, steen
beyn, been
Steen
Been
stain
bain
Stene
Been
steen
been
steen
been
Stein
Bein
ay, ey ē3
laiđjanan
ʒailaz

lēdian
gēl
bayde, beyde
layden, leyden
gayl, geyl
beide
leiden
geil
baaide
laaiden
gaail
baide
laien
gail
beide
leidn
geil
beide
leiden
geil
beide
leiten
geil
ey, e / ee, y ē4 leuƀaz
fleuganan
ʒeutanan
liof
fliogan
giotan
leyv, leev
vleygen, vlegen
geyten, geten
leef
flegen
geten
laif
vlaigen
gaiten
laiw
flaigen
gaiten
leef
vleegn
geetn
lief
vliegen
gieten
lieb
fliegen
gießen
y ī ʒlīđanan
swīnan
glīdan
swīn
glyden
swyn
glieden
Swien
glieden
zwien
gliden
Swien
gliedn
zwien
glijden
zwijn
gleiten
Schwein
o / oo ō1 fōtz, fōtuz
xrōpanan
fōt
hrōpan
voot
ropen
Foot
ropen
vout
roupen
Foot
ropen
voot
roopn
voet
roepen
Fuß
rufen
ö / öö laut van ō1 sōkjanan
fōljanan
sōkian
fōlian
söken
völen
söken
föhlen
zuiken, zuken
vuilen, vulen
söken
fölen
zeukn
veuln
zoeken
voelen
suchen
fühlen
ou ō2 ʒrautaz
kaupjanan
grōt
kōpian
grout
koupen, köypen
groot
kopen, köpen
groot
kopen
graut
kaupen
groot
koopn
groot
kopen
groß
kaufen
öy umlaut van ō2 nauđiʒaz

nöydig
löyper
nödig
Löper
neudeg

naidig
Laiper
neudig
leuper
nodig
loper
nötig
Läufer
u / uu ū mūsz
skūƀōjanan
mūs
skūvan
muus
skuven(, sküven)
Muus
schuven
moes
schoeven(, schuven)
Muus
schuwen
moes
schoevn
muis
schuiven
Maus
schieben
ü / üü umlaut van ū + iu xlūđjanan

hlūdian
thiustri
lüden
düüster
lüden
düüster
luden
duuster
lüden
düüster
luden
düüster
luiden
duister
läuten
düster