Noordelijke huisgroep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kop-hals-rompboerderij
Een stolpboerderij
Een stelpboerderij
Een Oldambtster boerderij

De Noordelijke, Noord-Nederlandse of Friese huisgroep is een historisch boerderijtype, dat voorkomt in Noord-Nederland en Noordwest-Duitsland. We vinden boerderijen van dit type onder andere in Friesland, Noord-Holland, Groningen, op de Waddeneilanden en (sinds de negentiende eeuw) in delen van Drenthe en Overijssel. Ook in de Wieringermeer werden boerderijen van dit type gebouwd.

De boerderijen van dit type zijn ontstaan uit het prehistorische woonstalhuis of langhuis dat sinds de zestiende eeuw werd gecombineerd met de bouw van een grote schuur. Een kenmerk van deze boerderijen is dat de koeien met hun kop naar de muur staan. De constructie van deze boerderijen bestaat uit een dekbalkgebint: bij dit gebint wordt de staander met een korte pen in de liggende balk bevestigd en met toognagels vastgezet.

Typen[bewerken | brontekst bewerken]

Deze groep is onder te verdelen in vier subgroepen:[bron?]

Oud-Friese Langhuis[bewerken | brontekst bewerken]

Het oud-Friese langhuis kwam voor in Noord-Holland, Friesland, Groningen en het Duitse kustgebied. Het wordt vanwege de typerende veeopstelling doorgaans gerekend tot de Noordelijke huisgroep. De boerderij bestond gewoonlijk uit een woonhuis, een lager middendeel met een keuken en een melkruimte en daarachter een langgerekte stal met plek voor tien tot vijftig koeien. De Friese grupstal met dubbele rij koeien, steeds paarsgewijs (tussen twee stijlen) aangebonden met de koppen naar buiten geldt als het klassieke voorbeeld voor alle boerderijen van dit type. Beide rijen worden van elkaar gescheiden door een middengang met aan weerszijden een mestgoot.

Het gebouw had doorgaans een dekbalkgebint, maar bouwhistorisch onderzoek uit verschillende provincies heeft laten zien dat het woongedeelte van het langhuis rond 1600 vaak een ankerbalkgebint had. In een aantal oudere boerderijen in de noordelijke provincies en in het Waterland zijn soms nog restanten van langhuizen te vinden.

Kop-hals-rompboerderij (kop-rompboerderij)[bewerken | brontekst bewerken]

Kop-hals-rompboerderijen komen voor in Friesland en in Noordwest Groningen. Hierbij liggen de stallen aan de ene kant van de schuur en de deel aan de andere kant, in het midden is de hooi- en oogstberging aan het eind liggen de stallen voor paarden. In de eventuele hals had men ruimte voor een spoelruimte, dit waren dus de melkveebedrijven, de landbouwbedrijven hadden een kop-rompboerderij.

Stolp of stjelp[bewerken | brontekst bewerken]

Stolpboerderijen komen voor in Noord-Holland (Westfriese-stolp) maar ook in Zeeland (Schouwse-stolp) en het Duitse Noord-Friesland (Haubarg). Stelpboerderijen (→ Frysk: Stjelp) komen voor in de provincie Friesland. De Friese Sjelp heeft grofweg eezelfde indeling als een kop-hals-rompboerderij, maar in tegenstelling tot de kop-hals-romp-boerderij is bij de stjelp het woongedeelte onder hetzelfde dak gesitueerd. De Friese stjelp onderscheidt zich niet enkel qua indeling van de Westfriese stolp, ook de bouwwijze verschilt enigzins. Waar de Noordhollandse/Westfriese stolpen zich kenmerken door een min of meer pyramidevormig dak rustend op gebint van gewoonlijk 1 en zelden meer dan 2 vierkanten, is het dak van de Friese stjelp meer langwerpig van vorm en rust het op een gebint van gebruikelijk 3 of meer vierkanten. Een ander verschil is dat bij veel Noord-Hollandse stolpen het woongedeelte vaak voorzien is van een licht uitspringend dak en een eveneens uitspringende topgevel. Het woongedeelte van de Friese stjelp bevindt zich centraal voor het schuurgedeelte en is niet zelden voorzien van een lichte krimp (versmalling van het bouwvlak) waardoor er in de zijgevels meer plaats is voor hogere ramen van in het schuurgedeelte.

Oldambtster boerderij[bewerken | brontekst bewerken]

Oldambtster boerderijen komen voor in het oosten van Groningen. Dit zijn vaak grote boerderijen met aan de ene zijde ruimte voor stallen, aan de andere zijde de deel en in het midden was de ruimte voor de hooi- en oogstberging.

De Amelandse of Terschellingse ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Deze boerderijen hebben aan de ene kant de stal waarbij de koeien met hun kop naar het midden staan, maar men liep wel achter de koeien langs. Aan de andere kant van de boerderij was in het midden de deel en aan beide zijden daarvan een ruimte voor de hooi- en oogstberging.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Boerderijen per provincie van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.