Nulwoning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een nulwoning, energieneutrale woning, balanswoning of CO2-neutrale woning of NOM woning is een woning die met een normaal leefpatroon en een hoog comfort niveau over een heel jaar gezien evenveel energie opwekt als hij verbruikt. Een nulwoning hoeft niet autonoom te zijn: 's zomers kan bijvoorbeeld de hoeveelheid energie teruggeleverd worden aan het elektriciteitsnet die 's winters daaruit verbruikt wordt.

Voor het maken van een nulwoning begint men met het energie gebruik te minimaliseren. Dit kan bereikt worden door vergaande isolatie, luchtdichtheid met balansventilatie en aardpijp (EWT), drievoudig glas, een zuidelijke oriëntatie van de woning en het gebruik van energiezuinige apparaten (passiefhuis-concept). Vervolgens gaat men op een energie-efficiënte manier de woning verwarmen en voorzien van warm water. Dit door het gebruik van bijvoorbeeld een warmtepomp, thermische collectoren en warmtebuffers.

Het eigen verbruik van de de energievraag dat samenvalt met opwek op de/in de woning wordt direct geneutraliseerd door opwek. De overige energie wat van buiten de woning komt wordt CO2 geneutraliseerd met hernieuwbare energie. (bijvoorbeeld zonnepanelen en/of een windmolen ). Als er vrijwel geen opwek is, zoals in de winter bij opwek met zonnepanelen of als het windstil is bij opwek door wind, wordt de elektrische energie uit het net onttrokken. Het overschot aan energie wordt teruggeleverd naar het elektriciteitsnetwerk en getransporteerd daar naar waar vraag is.

Bij een concept waarbij de geleverde energie aan de woning niet groen gecertificeerd is naar Garantie van Oorsprong is bepalend of CO2 neutraliteit bereikt kan worden, door de energiemix van de centrale energievoorziening.

CBS heeft hieromtrent voor 2013 vastgesteld dat de emissie 0,48 kg/kWh is volgens de integrale methode en 0,62 kg/kWh volgens de referentieparkmethode. Daarna heeft de CBS geen gegevens meer hierover gepubliceerd. In 2015 doet zij wel een melding over de gegevens met betrekking tot 2013 dat ondanks het hogere rendement van nieuwe gascentrales is de CO2-emissie per eenheid geproduceerde elektriciteit toegenomen. Dit heeft vooral te maken met een toename van de inzet van steenkool. Kolencentrales hebben een CO2-emissie per joule gebruikte brandstof die veel hoger is dan aardgascentrales. De integrale methode gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De referentieparkmethode gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.

Bij een huurwoning dat energieneutraal wordt gemaakt met een energieprestatievergoeding bevindt zich deze opwek op of aan de woning.

Bij een woning dat voorzien wordt met zonnepanelen voor CO2 neutralisatie van de warmtevoorziening presteert een woning met aardgas beter dan elektrische verwarming met een warmtepomp, vanwege de CO2 prestatie van de centrale elektriciteitsvoorziening. Deze oplossing wordt niet beschouwd als CO2 neutrale oplossing omdat aardgas de woning ingebracht wordt, terwijl de elektrische energie naar oorsprong dat het huis ingebracht wordt ook een redelijke CO2 belastingswaarde kan hebben.

De uitgangspunten voor het realiseren van een nulwoning zijn gebaseerd op de trias energetica.