Voedingsstof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Nutriënt)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een nutriënt of voedingsstof is een natuurlijk bestanddeel van voedsel of drank dat onontbeerlijk is voor de groei en ontwikkeling van een organisme. Voedingsstoffen zorgen voor de levering van energie en zijn belangrijk voor de opbouw van de cellen in de verschillende weefsels en voor de regulering van de lichaamsfuncties.[1] Het menselijk lichaam heeft ongeveer vijftig verschillende voedingsstoffen nodig.[2] Daarvan kan het lichaam de meeste niet of onvoldoende zelf maken; de zogenaamde essentiële voedingsstoffen.[1] Bij dieren geschiedt de opname van voedingsstoffen via de spijsvertering, planten nemen ze opgelost in het grondwater via hun wortels op en eencelligen en schimmels doen dit rechtstreeks via hun celmembraan.

Soorten nutriënten[bewerken]

Er worden twee categorieën nutriënten onderscheiden:

In het geval van dieren kunnen voedingsstoffen daarnaast worden verdeeld in macronutriënten en micronutriënten. Macronutriënten zijn de energieleverende voedingsstoffen: vetten, koolhydraten, eiwitten en alcohol. De micronutriënten zijn: vitaminen, mineralen en sporenelementen.[1]

Non-nutriënten[bewerken]

Natuurlijke bestanddelen zonder voedingswaarde worden non-nutriënten genoemd. Hieronder vallen de antinutrionele factoren (zoals trypsineremmers), bioactieve stoffen (secundaire plantenstoffen en andere secundaire metabolieten) en de natuurlijke toxines. Soms worden ook water en voedingsvezels tot de non-nutriënten gerekend.[1]

In het menselijk lichaam[bewerken]

Vitaminen, mineralen en water kunnen via de darmwand direct worden opgenomen in het bloed, voor transport naar de weefselcellen. Andere voedingsstoffen worden, voor zover nodig, eerst door het spijsverteringskanaal afgebroken (gesplitst in kleinere moleculen).[2]

Functies[bewerken]

De voedingsstoffen hebben verschillende functies:

  • Bouwstoffen dienen binnen een organisme voor de aanmaak van cellen (ten behoeve van onderhoud – vervanging van oude cellen – en groei) en van tussencelstof. Belangrijke bouwstoffen zijn water, eiwitten en mineralen. Water en eiwitten zijn vooral belangrijk voor de aanmaak van cellen. Mineralen zoals calcium zijn belangrijk voor de aanmaak van botweefsel.
  • Brandstoffen zijn de voedingsstoffen waaruit energie gehaald wordt voor het samentrekken van spiercellen en het versturen van elektrische signalen tussen zenuwcellen. Deze energie wordt gehaald uit de biologische oxidatie (verbranding) van koolhydraten en vetten, soms uit eiwitten.
  • Regulerende stoffen of beschermende stoffen zijn voedingsstoffen die allerlei belangrijke lichaamsprocessen regelen en sturen: vitaminen en mineralen. Hiervan heeft het lichaam slechts kleine hoeveelheden nodig.[2]

Reserves[bewerken]

Het menselijk lichaam heeft een systeem om voedingsstoffen op te slaan. Vet wordt onder de huid en rondom organen opgeslagen, koolhydraten in de spieren en in de lever. Ook sommige vitaminen worden in de lever opgeslagen. Botten zijn een opslagplaats voor calcium. Bij gebrek aan voedingsstoffen kan het menselijk lichaam van die reserves gebruikmaken.[2]

Herkomst[bewerken]

Natuurlijke voedingsstoffen kunnen ook kunstmatig worden nagemaakt: natuuridentieke stoffen. Voorbeelden van natuuridentieke stoffen die in voedingssupplementen gebruikt worden zijn L-Carnitine en trans-co-enzym Q10. Daarentegen komen D-Carnitine en cis-co-enzym Q10 niet in de natuur voor. De werkzaamheid van synthetische voedingsstoffen kan hoger of lager liggen dan die van natuurlijke stoffen.

Zie ook[bewerken]