O'Brienklasse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
O’Brienklasse
Vlag
USS O’Brien (DD-51), de naamgever van de klasse
USS O’Brien (DD-51), de naamgever van de klasse
Geschiedenis
Kiellegging 1913
In dienst gesteld United States Navy: 1914-1915
US Coast Guard: 1924
Uit dienst gesteld verkocht aan slopers in 1936
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 1070 ton (standaard)
1190 ton (gevechtsklaar)
Afmetingen 93,1 m × 9,5 m × 2,9 m
Bemanning 101 koppen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 17.000 pk; 2 schroeven
Snelheid 29 knopen (ca. 54 km/u)
Bewapening 4× 4-inch (102mm)/50 kanon
8× 21-inch (533mm) torpedobuizen
Portaal  Portaalicoon   Marine
USS Ericsson bij de kustwacht (foto ca. 1925-1930)

De O'Brienklasse torpedobootjagers dienden in de Amerikaanse marine tijdens de Eerste Wereldoorlog. De klasse bestond in totaal uit zes schepen. Het waren de eerste torpedobootjagers met een waterverplaatsing van meer dan 1000 ton.

Het ontwerp was een doorontwikkeling van de eerdere Cassinklasse en Aylwinklasse. Het belangrijkste verschil was een grotere torpedobuis, deze nam toe van 18-inch naar 21-inch (53,3 cm) voor de O’Brienklasse. De acht torpedobuizen waren verdeeld over twee lanceerinstallaties elk met vier buizen. Verder waren de jagers bewapend met vier kanons met een kaliber van 4-inch (102mm).

Vier scheepswerven waren betrokken bij de bouw van de zes jagers. William Cramp and Sons bouwde er drie en Bath Iron Works, Fore River Shipyard en de New York Shipbuilding Company elk een. De kielen warden gelegd tussen september en november 1913 en de schepen kwamen in dienst bij de marine tussen juni 1914 en augustus 1915.

De schepen deden dienst op de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee tot de Verenigde Staten op 6 april 1917 de oorlog aan Duitsland verklaarde. Alle zes werden naar Queenstown, Ierland, gestuurd en hebben daar konvooien begeleid. Ze hebben diverse bemanningsleden van schepen gered die door Duitse U-boten zijn getorpedeerd. De USS Nichelson heeft in november 1917 geholpen bij de vernietiging van de U-58. In januari 1919 keerden de schepen terug naar de Verenigde Staten en werden in juni 1922 buiten dienst gesteld.

Twee jagers, de USS Ericsson en USS McDougal, werden door de Amerikaanse kustwacht overgenomen en hielpen de smokkel van drank tegengaan vanwege het alcoholverbod. In 1932 en 1933 kwamen de twee terug bij de marine. Medio 1936 zijn alle zes schepen verkocht aan slopers.

Schepen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]