Naar inhoud springen

Obelix & Co.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Obelix & Co.
Obelix & Co.
Originele titel Obélix et Compagnie
Stripreeks AsterixBewerken op Wikidata
Volgnummer 23
Scenario Rene Goscinny
Tekeningen Albert Uderzo
Land FrankrijkBewerken op Wikidata
Pagina's 48
Eerste druk 1976
Uitgever Hachette
ISBN 9782012100831
Vorige De grote oversteek
Volgende Asterix en de Belgen
Lijst van albums van Asterix
Portaal  Portaalicoon   Strip

Obelix & Co. is een stripverhaal uit de Asterix-serie van René Goscinny en Albert Uderzo uit 1976. Het verhaal is een parodie op het kapitalisme.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Het verhaal begint als Absolutus, een jonge en ambitieuze centurio, met een legioen aankomt in kamp Babaorum om de huidige bezetting af te lossen. Meteen laat de nieuwe bevelhebber duidelijk uitschijnen het de Galliërs flink lastig te willen maken, wat de oude bevelhebber, Zoïssetus, hem ten stelligste (vergeefs) afraadt. Asterix neemt de aflossing in ogenschouw en holt enthousiast terug naar het dorp. Als Obelix vraagt wat er aan de hand is, reageert hij ontwijkend. Ook de andere dorpelingen gedragen zich zo. Zelfs Kostunrix reageert met 'hehe' als Hoefnix toegeeft dat het in ieder geval niet de vis is die 'kersvers' is, waarbij hij, niet van zin er zich nog wat van aan te trekken, op een overdreven wijze eender reageert.

Kort daarop gaat Asterix naar Baborum om de Romeinen uit te dagen hem achterna te komen. Wanneer Asterix dit komt vertellen wil Obelix meteen in actie schieten, wat hij mag doen, want het dorp viert Obelix' verjaardag door hem te trakteren op een contingent "kersverse" Romeinen. Na het 'feest' trekt Absolutus zich terug met zijn mannen en neemt hij uiteindelijk het advies van zijn voorganger alsnog ter harte.

Wanneer Caesar te horen krijgt hoe één man (Obelix) zijn troepen zo te kijk weet te zetten, wil hij er onmiddellijk actie tegen ondernemen. Zijn senatoren overwegen de troepen te sturen (wat men liever niet zou doen, want de grenzen zouden onbewaakt blijven), dan een commissie samen te stellen (en dit opdelen in subcommissies, wat ze verder willen bespreken bij een etentje, tot ergernis van Caesar), tot een jonge Romeinse aristocraat, Caius Adolescentus, het idee oppert om de Galliërs te overwinnen door ze tot het kapitalisme te laten verleiden, zodat ze door de rijkdom vadsig worden en niet meer aan vechten zullen denken. Hij wijst op de aanwezige veteranen, dis ook al vadsig en decadent zijn. Caesar ziet hier wel wat in en geeft hem onbeperkt krediet. Als Adolescentus bij kamp Babaorum arriveert likt het legioen nog steeds zijn wonden.

Adolescentus komt Obelix in het bos tegen en besluit zijn menhir te kopen en hij moedigt Obelix aan meer te produceren, zodat Adolescentus nog meer menhirs aan zal kunnen schaffen, waarbij hij steeds mer betaalt. Omdat Obelix niet snel genoeg kan leveren, neemt hij andere Galliërs in dienst, en bovendien heeft hij dorpsgenoten nodig om op everzwijnen te jagen. Adolescentus vindt dat Obelix als zakenman wel wat beter gekleed mag gaan en als de reizende koopman Vorunprix komt, kopen de Galliërs protserige kleren. Asterix vindt dat er wat aan moet gebeuren en overreedt andere Galliërs om ook menhirs te produceren. Uiteindelijk loopt de helft van het dorp er belachelijk bij, is de andere helft elkaar aan het bekampen in de everzwijnenjacht, en is iedereen stinkend rijk.

Intussen vraagt de centurio zich af wat er met de gekochte menhirs moet gebeuren. Adolescentus zegt dat ze van Caesar zijn en dus worden ze naar Rome verscheept. In de oudheid was het heel normaal spullen te verkopen die volkomen nutteloos zijn en al gauw ontstaat er een menhirrage. Spoedig produceert de Romeinse fabrikant Philippus ook menhirs. Caesar verbiedt dat, maar Philippus zegt dat dan zijn slaven werkloos wordenUiteindelijk beginnen ook Grieken, Egyptenaren en andere volken menhirs te maken en de prijs van menhirs daalt spectaculair. De piraten raken hun schip kwijt doordat alle geënterde schepen geladen zijn met menhirs, die te zwaar zijn voor hun schip. De rage duurt niet lang: de markt voor menhirs raakt verzadigd en de Romeinen weten niet meer wat ze ermee aan moeten en willen ze zelfs niet meer gratis, of als ze er geld voor krijgen, of als bijkomend geschenk bij de aankoop van een slaaf.

Ten slotte dreigt een financiële crisis in Rome en Caesar eist dat Adolescentus stopt met menhirs kopen, anders laat hij hem voor de leeuwen werpen. De Galliërs reageren verbaasd en vervolgens woedend op het nieuws dat de Romeinen geen menhirs meer kopen en zijn na een flinke onderlinge knokpartij weer de oude. Ten slotte vallen ze gezamenlijk het Romeinse kamp Babaorum aan. Als dank voor zijn verjaardagscadeau aan het begin van het verhaal geeft Obelix een rondje: hij kijkt rustig toe.

Asterix vraagt na afloop wat de bewoners nu met hun geld kunnen. Panoramix heeft gehoord dat er een crisis is ontstaan in Rome, de sestertius is gedevalueerd en hun geld is niets meer waard. Het verhaal eindigt zoals gebruikelijk met een feestmaal.

Belangrijke personages

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast de gebruikelijke personages en de aanwezigheid van Caesar, kent de reeks de grootste vermelding van andere dorpelingen, en volgende andere personages:

Adolescentus
Jonge Romeinse politicus die probeert de Galliërs uit te kopen door een handel in menhirs te starten. Hij hoopt dat ze even decadent worden als de Romeinen. Zijn naam verwijst naar 'adolescent'. Frans: Gaius Saugrenus.
Absolutus
Centurio met aanvankelijk hoge ambities tot Obelix hem die letterlijk uit het hoofd helpt. Zijn naam verwijst naar 'absoluut'. Frans: Absolumentexclus.
Zoïssetus
Centurio van Babaorum die door Absolutus en zijn legioen afgelost wordt. Zijn naam betekent letterlijk 'zo is het dus'. Frans: Biscornus.
Vorunprix
De reizende koopman die het dorp aandoet in het album. Obelix koopt alles uit en de man erbij, die uiteindelijk voor Obelix gaat werken. Zijn naam betekent letterlijk 'voor een prijs'. Frans: Uniprix.
Hendrix
Galliër van wie Obelix een everzwijn koopt, en nadien aanneemt als menhirhouwer. Frans: Analgésix
Fantastix, Frederix, Dubbeldix, Felix, Mentrix, Slamix
Galliërs die voor Obelix als jager en nadien als menhirhouwer aan de slag gaan. Frans: Monosyllabix, Petitélégrafix, Linguistix, Arrierboutix, Harenbaltix, Choucroutgarnix.
Philippus
Romeins fabrikant van eigentijdse en inheemse koopwaar, die een tegengolf inzet tegen de Gallische menhir met een Romeins equivalent, en hiermee Rome op de rand van een burgeroorlog brengt. Zijn naam komt van een bekende Nederlandse fabrikant. Frans: Malentendus.
  • De jonge Romein Adolescentus is een karikatuur van de latere Franse president en gaullist Jacques Chirac. Net als Adolescentus spreekt hij veel te vaak in zakentaal, wat voor de leek soms onverstaanbaar is, maar wel een succesvolle werking kent.
  • Het verhaal beschrijft op parodiale wijze een productlevenscyclus van de menhir. Eerst worden de menhirs door Adolescentus met veel reclame op de markt gebracht (introductie). Vervolgens maakt Adolescentus winst en treden Romeinse concurrerende menhirmakers toe (groei), en daarna Egyptenaren, Feniciërs etc. De markt verzadigt en de prijzen zakken (verzadiging). Uiteindelijk wil niemand meer menhirs ook al worden ze weggegeven (uitloop), en dat is het moment waarop Caesar de stekker eruit trekt, in een poging een crash - tevergeefs - te vermijden.
  • De Romeinse slaven staken door een blokkade op te werpen, wat in Frankrijk wel vaker voorkomt, wanneer hun eigen economische belangen bedreigd worden.
  • Laurel & Hardy hebben een bijrolletje als Romeinse soldaten. Ze laden menhirs uit net zoals ze een piano uitlaadden in hun film The Music Box en Hardy beklaagt zich bij te hebben getekend.
  • De dronken legionair[bron?] in het begin van het album is een karikatuur van Pierre Tchernia, die in diverse andere Asterix-albums een cameo heeft. De twee soldaten die hem wegdragen zijn Uderzo en Goscinny zelf. De drie heren kennen een lange samenwerking, waarbij Tchernia de drijvende kracht was achter de eerste reeks tekenfilms.
  • De zakelijke taal in het verhaal wordt steevast op "Eehh?" onthaald, waarna men een pidgin aanwendt om in eenvoudige termen uiteen te zetten waar iets op staat. Dit is een steek naar Chirac, die vaak in "stadhuistaal" spreekt in plaats van gewonemensentaal.
  • Hoewel in dit album het verhaal wil dat enkel Obelix jarig is, is het ook de verjaardag van Asterix, zoals in onder meer Asterix en Latraviata later wordt bevestigd.
  • Kostunrix wil met vissen betalen bij de koopman Vorunprix. Deze prefereert echter vers geld. In de vertaling omdat dat niet stinkt, naar een uitspraak van keizer Vespasianus.
  • Wanneer de andere dorpelingen zich op de menhir-hype storten, geven ze hun nieuwe zaken elk een slogan, die naar een persoonlijk kenmerk verwijzen (en waar eveneens over geschertst wordt); zo promoot Hoefnix 'ijzersterke' menhirs, zijn die van Kostunrix 'vers', en zijn de menhirs van Nestorix van 'het aloude adres ervoor'.
  • De volgende plaatsnamen komen voor:
    • Lugdunum: het huidige Lyon, waar zijde wordt geproduceerd;
    • Samarobriva: het huidige Amiens, waar fluweel wordt vervaardigd;
    • Vesontio: het huidige Besançon, waar zandlopers worden vervaardigd;
    • Lutetia: het huidige Parijs, vanwaar Vorunprix diverse rollen modieuze rollen kledingstof meebrengt.
  • Pagina 36 (plaat 32) is de duizendste pagina van Asterix. Derhalve draagt de pagina de handtekeningen van beide auteurs en de tekst "Albo Notamba Lapillo". "Albo notanda lapillo" verwijst naar de Franse uitdrukking "à marquer d'une pierre blanche", wat "gedenkwaardig" wil zeggen. De verschrijving van notanda is een woordspeling is op het Franse woord voor voetnoot: "note en bas". Boven de Latijnse grap staat een M, het Romeinse cijfer voor 1000.
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Asterix 23 1976 De grote oversteek Asterix en de Belgen