Objectpermanentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Objectpermanentie is het vermogen om een beeld (van een persoon of een object) in het geheugen vast te houden, zonder het te zien. Bij baby's ontwikkelt objectpermanentie zich ongeveer na 7 tot 9 maanden. [1]

Ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Tussen de leeftijd van 7 en 9 maanden oud ontwikkelt een baby objectpermanentie. Voor die tijd werkt het geheugen heel anders: als het kindje iets niet ziet, dan is het er voor het kindje ook niet. Wanneer de objectpermanentie begint te ontwikkelen, zal het kindje beelden van personen of objecten onbewust gaan opslaan in het geheugen. Hierdoor kan hij/zij zich ook als het onderwerp niet fysiek in beeld is nog steeds een voorstelling maken van het onderwerp. [2]

Verlatingsangst[bewerken | brontekst bewerken]

Een spelletje kiekeboe

Zodra een kind beschikt over objectpermanentie, kan het kind ook verlatingsangst ontwikkelen. Voor het ontwikkelen van de objectpermanentie zou er niet veel aan de hand zijn wanneer een onderwerp de kamer verlaat. Nu het kind wel een beeld heeft van bijvoorbeeld een persoon, maar deze persoon niet meer fysiek in de ruimte is, kan het kind zich gaan realiseren dat deze persoon er niet meer is. Dit kan leiden tot angsten of spanningen.

Het spelen van kiekeboe kan helpen bij verlatingsangst. Hierdoor leert het kind dat iemand er ook is als diegene niet te zien is. [3]