Oek de Jong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oek de Jong
De Jong (2013)
De Jong (2013)
Algemene informatie
Volledige naam Oebele Klaas Anne (Oek) de Jong
Geboren 4 oktober 1952
Geboorteplaats Breda
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep Schrijver
Werk
Jaren actief 1975-heden
Onderscheidingen Busken Huetprijs 1998
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Oebele Klaas Anne (Oek) de Jong (Breda, 4 oktober 1952) is een Nederlandse schrijver.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Oek de Jong is de zoon van voormalig staatssecretaris Klaas de Jong Ozn. en Dies Windig. Zijn jeugd bracht hij door in Dokkum en Goes. Hij studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij debuteerde in 1975 met De onbeweeglijke Tze in het literair tijdschrift Hollands Maandblad. In 1977 verscheen De hemelvaart van Massimo, een verzameling korte verhalen waarvoor hij de Reina Prinsen Geerligsprijs kreeg. In 1979 volgde zijn doorbraak met Opwaaiende zomerjurken, een roman die met de Ferdinand Bordewijk Prijs bekroond werd. Zes jaar later, in 1985, verscheen Cirkel in het Gras. Deze roman was in vergelijking met de bildungsroman Opwaaiende zomerjurken van een heel ander slag, veeleer een ideeënroman.

Hierna volgde tussen 1985 en 1995 een stillere periode, die De Jong in interviews een "donkere tijd" noemde. In deze tijd maakte hij, met onder anderen Chris Rutenfrans en Yoeri Albrecht, deel uit van de "Platoclub" rond de schrijfster Andreas Burnier.[1] Hij gaf in deze periode gastcolleges aan de universiteiten van onder andere Amsterdam (1986) en Leiden (1993) en later in Berlijn (2000). Hij gaf les in het prozaschrijven (onder meer aan de nog niet gedebuteerde Joost Zwagerman en Marcel Möring). Daarnaast begon hij aan zijn dagboek en deed vrijwilligerswerk met geestelijk gehandicapten.

In 1993 verscheen De inktvis, een kleine bundel novellen, die bij critici minder weerklank vond dan zijn eerder werk. In een essay Niet-handelen, niet-weten deed De Jong een poging zijn verhalen te verklaren. Het werd opgenomen in Een man die in de toekomst springt, een bundel essays en reisverhalen die tussen 1995 en 1997 geschreven werd: In 1998 won dit boek de Busken Huetprijs. De Jong was van 1998 tot 2000 redacteur van De Revisor.

De grote roman Hokwerda's kind bracht hem in 2002 weer in de belangstelling en werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en de Gouden Uil. In 2012 verscheen de verhalenbundel Brief aan een jonge Atlas. Deze bundel bevat autografische verhalen die De Jong aan het begin van zijn schrijverschap schreef. In oktober van dat jaar 2012 verscheen Pier en oceaan, waaraan hij ruim acht jaar gewerkt had. Voor deze roman, die hij zelf zijn magnum opus noemde, kreeg hij de F. Bordewijk-prijs 2013, de Zeeuwse Boekenprijs en de Gouden Uil 2013.

In 2015 was hij samen met Jaap Goedegebuure de bezorger van De brieven van Frans Kellendonk. Uitgeverij Atlas Contact bracht in het najaar van 2016 de essaybundel Het visioen aan de binnenbaai uit.

Vanaf 2015 werkte hij opnieuw aan een grote roman, die in september 2019 verscheen onder de titel Zwarte schuur.[2]

Vertalingen en adaptaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • De eerste drie romans van De Jong zijn in verscheidene talen vertaald waaronder het Duits en Frans.
  • Hokwerda's kind is in 2006 op het toneel gebracht in een bewerking van Productiehuis Brabant in een regie van Madeleine Jutten-Matzer.

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • De hemelvaart van Massimo (verhalen, 1977)
  • Lui oog (novelle, 1979)
  • Opwaaiende zomerjurken (roman, 1979)
  • Cirkel in het gras (roman, 1985)
  • De inktvis (novellen, 1993)
  • Een man die in de toekomst springt (essays, 1997)
  • Zijn muze was een harpij (Frans Kellendonklezing en essay over W.F. Hermans, 1998)
  • Hokwerda's kind (roman, 2002)
  • De wonderen van de heilbot (dagboek, 2006)
  • Mevrouw Len (verhaal, 2009)
  • Proloog 1952 (relatiegeschenk VBK uitgeversgroep, 2010)
  • Brief aan een jonge Atlas (essays, 2012)
  • Pier en oceaan (roman, 2012)
  • Wat alleen de roman kan zeggen (essay, 2013)
  • Het visioen aan de binnenbaai (essays, 2016)
  • Zwarte schuur (roman, 2019)

Secundaire literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jaap Goedegebuure (red.), Een klievende roman, over Opwaaiende Zomerjurken. Amsterdam, Augustus, 2009.
  • Johan Goud (red.), Het leven volgens Oek de Jong: Terug naar een naaktheid. Zoetermeer, Klement, 2014.

Prijzen[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]