Oglala Lakota County

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oglala Lakota County
County in de Verenigde Staten Vlag van de Verenigde Staten
Locatie van Oglala Lakota County in South Dakota
Situering
Staat South Dakota
Tijdzone Mountain Standard Time (UTC−7)
Coördinaten 43°19'48"NB, 102°33'0"WL
Algemeen
Oppervlakte 5.430 km²
- land 5.423 km²
- water 7 km²
Inwoners (2010) 13.586
(3 inw./km²)
Overig
Zetel geen
FIPS-code 46113
Opgericht 1875
Foto's
Badlands-landschap in het noorden van Oglala Lakota County
Badlands-landschap in het noorden van Oglala Lakota County
Statistieken volkstelling Oglala Lakota County
Portaal  Portaalicoon   Verenigde Staten

Oglala Lakota County, voorheen Shannon County, is een van de 66 county's in de Amerikaanse staat South Dakota. Oglala Lakota County is 5.423 km² groot en ligt in het zuidwesten van de staat tegen de grens met Nebraska, in een ruig en dor deel van de Great Plains.

Het gebied wordt sinds de 18e bewoond door Lakota-indianen. Sinds de Louisiana Purchase in 1803 en de gestage kolonisatie midden 19e eeuw kwamen de leefgebieden van concurrerende indianenvolken onder druk te staan. Na conflicten verwees de Amerikaanse overheid de indianen naar reservaatgebieden. Shannon County, dat in 1875 werd opgericht in het Dakota-territorium, lag volledig in het Great Sioux Reservation en vanaf 1889 in het kleinere Pine Ridge Indian Reservation. Op 29 december 1890 greep er het bloedbad van Wounded Knee plaats, een van de laatste gewapende conflicten tussen de overheid en de indianen. In 1973 bezetten de American Indian Movement en Lakota meer dan 70 dagen het dorp Wounded Knee als protestactie.

In 2010 woonden er 13.586 mensen in Oglala Lakota County. De grootste plaats is Pine Ridge, dat 3.308 inwoners telt. De county heeft geen hoofdplaats; het bestuurscentrum is in Hot Springs in de naburige Fall River County. Oglala Lakota County heeft – met een per capita inkomen van 8.768 dollar – de armste bevolking in de 50 staten, die bovendien te kampen heeft met ernstige gezondheidsproblemen.

Geschiedenis[bewerken]

Precolumbiaanse periode[bewerken]

Het gebied wordt al enkele duizenden jaren bewoond door mensen. Zo'n 13.000 jaar geleden werd South Dakota bewoond door paleo-indianen geassocieerd met de Cloviscultuur, die joegen op mammoeten, mastodonten, paarden en Amerikaanse kamelen. In het Pine Ridge Indian Reservation zijn sporen gevonden van twee geslachte mammoeten. Toen de megafauna van de laatste ijstijd zo'n 11.000 jaar geleden uitstierf, ging de Cloviscultuur over in de Folsomcultuur. De jager-verzamelaars specialiseerden zich in de jacht op bizons. In het eerste millennium n.Chr. kwamen de prairies en de vallei van de Missouri in het oosten van de staat onder invloed van de culturen uit de Noordoostelijke Woudgebieden, getuige aardewerk, grafheuvels en handelswaar. Het westen behield zijn archaïsche bizoncultuur grotendeels.[1]

De 18e eeuw bracht grote veranderingen. De indianen kwamen in contact met Europeanen, het paard bereikte South Dakota vanuit het Amerikaanse Zuidwesten en vervolgens kregen de indianen vuurwapens in handen. Tegelijkertijd begonnen verschillende Siouxvolkeren, jagers-verzamelaars uit het huidige Minnesota, aan een westwaartse migratie en expansie.[2] De Lakota splitsten zich daarbij af van de Dakota.[3] De Siouxvolken dreven volken die teruggingen op de archaïsche cultuur, zoals de Crow en Cheyenne, verder westwaarts.[1] Toen in de jaren 1770 een pokkenepidemie de Arikara, Mandan en Hidatsa trof, staken verschillende Lakota-stammen de Missouri over en vestigden zij zich in de High Plains en de Black Hills, dat ze veroverden op de Cheyenne.[4] In de eerste helft van de 19e eeuw werd wat nu Oglala Lakota County is bewoond door Mnikȟówožu (Minnicoujou) en Oóhenuŋpa (Oohenumpa) Lakota . De Oglála-stam, waarnaar de county is vernoemd, leefde verder zuidwaarts, in wat nu West-Nebraska is.

19e eeuw: Amerikaanse kolonisatie en Sioux-oorlogen[bewerken]

Territoriale evolutie van de indianenreservaten in het westen van South Dakota

In 1803 kochten de Verenigde Staten Louisiana (Louisiana Purchase), een gebied van ongeveer 2,1 miljoen km² ten westen van de rivier de Mississippi. Het enorme maar dunbevolkte gebied was van 1803 tot 1821 een territorium met een eigen overheid, achtereenvolgens als het Louisiana-district (1803-1804), het Louisiana-territorium (1804-1812) en het Missouri-territorium (1812-1821). Het werd opnieuw een politieke entiteit toen de federale overheid in 1861 in het resterende, noordelijke gebied het Dakota-territorium stichtte. Op 2 november 1889 werd dit territorium opgeheven en werden North Dakota en South Dakota formeel staten van de Verenigde Staten.

Vanaf de jaren 1830 trokken almaar meer Europese Amerikanen door het territorium. In 1834 werd een bonthandelspost opgericht in het zuidoosten van wat nu Wyoming is, Fort William en later Fort John en uiteindelijk Fort Laramie. Het werd meteen een belangrijke handelspost voor de Oglála en Sičháŋǧu (Sicangu) Lakota.[5] Intussen trokken kolonisten westwaarts door het gebied over het Oregon Trail, Mormon Trail en California Trail. In 1848 werd er goud gevonden in Californië, wat grote migraties op gang trok. Om de doorreizende kolonisten een conflictvrije doorgang te bieden, onderhandelde de Amerikaanse overheid met de indianenvolken in de regio. In het Verdrag van Fort Laramie (1851) werden de territoriale claims van de indianenvolken onderling bevestigd en garandeerden de indianen de veilige doorgang voor kolonisten. De Lakota maakten van de chaotische periode gebruik om hun claims kracht bij te zetten en verwierven zo het monopolie over de Black Hills.

Het verdrag bleek echter onhoudbaar: al snel streden de volken onderling, en de beloofde betalingen van de Amerikaanse overheid bleven uit. Het tweede Verdrag van Fort Laramie (1868) wees de Lakota het Great Sioux Reservation toe. Dat omvatte het westen van de huidige staat South Dakota. De Oglála werden ondergebracht in de Red Cloud Agency, vernoemd naar Oglála leider Red Cloud en de voorloper van het Pine Ridge-reservaat. Het Agency verhuisde van het zuidoosten van Wyoming naar het noordwesten van Nebraska, tot het in 1877 gevestigd werd in het zuidwesten van South Dakota. In 1876 echter verbraken de Verenigde Staten het verdrag na veelvuldige conflicten en in 1877 onteigenden ze de volledige Black Hills-regio. In 1889 en 1910 werd het grote reservaat verder opgedeeld, tot er vijf kleinere reservaatgebieden overbleven, waaronder het Pine Ridge Indian Reservation, officieel gesticht in 1889.

Tentenkamp van de Lakota bij Pine Ridge in november 1890
Amerikaanse soldaten begraven de bevroren lichamen van Lakota-indianen gedood bij het bloedbad van Wounded Knee.

Dat de Black Hills onteigend werden, had veel te maken met de Black Hills-expeditie die luitenant-kolonel George Armstrong Custer in 1874 ondernam. Tijdens de expeditie vonden burgers goud, wat een goldrush in gang zette. De kolonisatie versnelde na de voltooiing van de eerste spoorlijnen vanuit het oosten in de jaren 1870. De bevolking van wat later South Dakota zou worden steeg van 4.837 in 1860 naar 11.776 in 1870 naar 98.268 in 1880. De eerste county's werden gesticht in het oosten in de jaren 1860; in de jaren 1870 volgde het westen van de staat. In 1875 werd Shannon County gesticht. De county werd vernoemd naar Peter C. Shannon, hogerechter van het territorium en onderhandelaar in zogenaamde land deals waarbij de indianen veel land verloren.[6] Shannon County kreeg geen eigen bestuur en het inwonersaantal bleef erg laag.

De aanhoudende schermutselingen en gevechten tussen Amerikaanse troepen enerzijds en indianen van de Lakota, Cheyenne, Arapaho, Kiowa en Comanche anderzijds kwamen bruusk ten einde in 1890. In oktober van dat jaar leerden indianenleiders Kicking Bear en Short Bull hun mensen de Ghost Dance aan, een nieuwe religieuze beweging met een rituele dans die de levenden met de doden zou herenigen, de blanken zou doen verdwijnen en vrede en welvaart zou brengen voor de indianen. De Amerikaanse overheid zag een bedreiging in de plotse opkomst van de beweging en stuurde troepen naar de reservaten. In het Pine Ridge-reservaat werd Kicking Bear gearresteerd. Elders werd Sitting Bull gearresteerd en gedood bij een schermutseling. Eind december 1890 vatten en verzamelden troepen een groep Ghost Dancers bij Wounded Creek. Toen de soldaten de indianen hun wapens afnamen, zou er een zijn afgegaan, waarna de soldaten massaal begonnen te schieten. Naar schatting 300 indiaanse mannen, vrouwen en kinderen werden gedood bij Wounded Knee Creek. Het allerlaatste gevecht tegen de indianen vond de dag erna plaats ten noorden van Pine Ridge. In de Amerikaanse publieke opinie was het neerslaan van de Lakota een goede zaak. Na Wounded Knee werden er verscheidene Medals of Honor uitgereikt aan de soldaten.

20e eeuw[bewerken]

In 1920, bij de eerste volkstelling door het United States Census Bureau in Shannon County, woonden er 2.003 mensen. In de loop van de 20e eeuw nam de bevolking stelselmatig toe, met periodes van snelle groei in de jaren 20, 60 en 70.

De federale overheid gaf in 1929 opdracht tot de oprichting van Badlands National Monument ten noorden van het Pine Ridge-reservaat. In 1939 werd het park officieel opgericht. In 1942 nam de Amerikaanse krijgsmacht unilateraal zo'n 540 km² van de indianen in Shannon County in gebruik als terreinen voor schietoefeningen en bomproeven. Het gebied keerde in de jaren 60 terug naar de Oglala Sioux Tribe, met de provisie dat het deel zou gaan uitmaken van het nationaal monument en dus onder beheer zou komen van de National Park Service. Beide partijen kwamen in 1976 overeen de Stronghold Unit en Palmer Creek Unit, samen ook South Unit genoemd, gezamenlijk te gaan beheren. Dat gebeurde en in 1978 werd het uitgebreide natuurpark officieel een nationaal park.[7]

Terwijl de bevolking toenam in de loop van de 20e eeuw, worstelde de county met aanhoudende armoede, wanbestuur en interne strubbelingen. Misdaad van blanken uit naburige county's op Lakota werd amper vervolgd. Bovendien werd de stamleiding, met vanaf 1972 Richard Wilson aan het roer, geplaagd door controverse. Wilson werd door tegenstanders beschuldigd van autoritair bestuur, corruptie, nepotisme, geweld tegen politieke tegenstanders en te nauwe banden met de gewantrouwde federale overheid. Wilsons tegenstanders hielden meer vast aan Lakota-tradities.

In februari 1973 nodigden critici van Wilson activisten van American Indian Movement (AIM) uit om hun situatie te bespreken. Vanaf 27 februari bezetten ze gezamenlijk het dorp Wounded Knee. Ze eisten het ontslag van Wilson alsook nieuwe verdragsonderhandelingen met de federale overheid. Honderden indianen en activisten reisden naar Wounded Knee om de actie kracht bij te zetten. De overheid blokkeerde toegangswegen en stuurde zwaar bewapende troepen. Elektriciteit, stromend water en voedselaanvoer werden afgesneden. Meermaals werd er heen en weer geschoten. Hoewel de media amper toegang kregen, genoten de indianen brede steun voor hun actie, onder andere van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenactivisten. Na meer dan 2 maand werd het verzet gebroken en werden er 1200 demonstranten gearresteerd. De gebeurtenissen inspireerden indianen over het hele land en leidden geleidelijk tot verandering op het reservaat, zoals een herwaardering van inheemse tradities. Wilson bleef evenwel aan na het incident en bleef geplaagd door schandalen. In die periode stierven meer dan 50 politieke tegenstanders een gewelddadige dood. Uiteindelijk werd Wilson in 1976 niet herverkozen en verliet hij het reservaat.

Eind 20e eeuw werden er verschillende initiatieven ondernomen om inwoners nieuwe kansen te bieden. In 1971 richtte de Oglala Sioux Tribe van het Pine Ridge-reservaat Oglala Lakota College op. In 1982 kreeg Shannon County een officieel countybestuur; tot dan was het een van de laatste twee county's in de Verenigde Staten zonder countybestuur. De county besteedt wel nog altijd verschillende taken uit aan de naburige Fall River County.

21e eeuw[bewerken]

Op 4 november 2014 kozen de inwoners ervoor om de county te hernoemen naar Oglala Lakota County, naar de grootste bevolkingsgroep.[6] Het voorstel verscheen op het stembiljet dankzij de handtekeningen verzameld door een groep stamleden.[8] Het staatsparlement ratificeerde de beslissing op 5 maart 2015. De gouverneur riep 1 mei 2015 uit als de dag waarop de naamswijziging officieel in voege trad.[9]

Geografie[bewerken]

Landschap in de Palmer Unit van het Badlands National Park

De county heeft een oppervlakte van 5.430 km², waarvan 7,3 km² water is. Ter vergelijking: Noord-Holland en Zuid-Holland hebben een gezamenlijk landoppervlak van 5.486 km².

Oglala Lakota County heeft zoals veel county's in het westen van de Verenigde Staten een bijna rechthoekige vorm. De county grenst aan Pennington County in het noorden, Jackson en Bennett in het oosten, aan Dawes en Sheridan in Nebraska in het zuiden, aan Fall River in het westen en aan Custer County in het noordwesten.

De county ligt ten zuidoosten van de Black Hills in het zuidwesten van de staat. Oglala Lakota County omvat verschillende ecoregio's, van de droge vlaktes rondom de Black Hills over de ruige en dorre badlands en plateaus typisch voor het noordwesten van de Great Plains tot de meer bosrijke Pine Ridge-regio. In het uiterste zuidoosten beginnen de Nebraska Sandhills, met gras begroeide zandduinen.[10] De county watert grotendeels af naar de White River, een zijrivier van de Missouri. De White River ontspringt in Nebraska en meandert noordoostwaarts door Oglala Lakota County. Het uiterste noordwesten van de county watert af naar de Cheyenne, die de grens vormt met Custer County.

Pine Ridge ligt centraal in het uiterste zuiden van de county en is met 3308 inwoners het grootste dorp. 25 km ten noordwesten van Pine Ridge ligt Oglala, waar 1290 mensen wonen. In het oosten van de county liggen de gehuchten Batesland, Kyle, Manderson-White Horse Creek, Porcupine en Wounded Knee, waarvan Porcupine het grootst is. Zo'n 6000 inwoners wonen verspreid over het resterende platteland, in kleine gemeenschappen of op ranches buiten de door het Census Bureau gedefinieerde plaatsen.

Administratief behoort het hele grondgebied tot het Pine Ridge Indian Reservation, dat ook het zuiden van Jackson County en het noordwesten van Bennett County omvat. Twee stukken land in het noorden worden door de National Park Service beheerd als onderdeel van het Badlands National Park. Slechts een gehucht, Batesland, is geïncorporeerd als town en heeft daardoor enige mate van zelfbestuur.

Demografie[bewerken]

Bevolkingsaantal en -dichtheid[bewerken]

Oglála-Lakota muzikanten uit Red Shirt

De bevolking werd in 2018 geschat op 14.309 inwoners. Volgens de volkstelling van 2010, de meest recente officiële telling door het United States Census Bureau, woonden er 13.586 personen in Oglala Lakota County. In het dunbevolkte South Dakota is het de 15e county.

De bevolkingsdichtheid bedraagt 2,5 inwoners per km². Dat is bijzonder laag naar West-Europese normen (de bevolkingsdichtheid van de dunstbevolkte gemeenten van België en Nederland, Daverdisse en Schiermonnikoog, bedraagt respectievelijk 25 en 23 inw./ km²), maar aanzienlijk meer dan bijvoorbeeld Harding County (0,2 inw./ km²) en niet veel lager dan South Dakota in zijn geheel (4,4 inw./ km²).

De grootste bewoonde plaatsen zijn Pine Ridge (3308 inwoners), Oglala (1290), Porcupine (1062), Kyle (846), Manderson-White Horse Creek (626), Wounded Knee (382) en de town Batesland (108). Andere gehuchten zijn Denby, Red Shirt, Rockyford en Sharps Corner. Binnen South Dakota is Pine Ridge de 24e ‘stad’ naar bevolkingsaantal en de 20e naar relatieve bevolkingsgroei tussen 2000 en 2010.[11]

Herkomst, taal en geloof[bewerken]

Doordat de county volledig binnen de grenzen van het Pine Ridge-indianenreservaat valt, is de bevolking uitzonderlijk homogeen. Volgens de volkstelling van 2010 is 96,0% van de inwoners indiaan, het hoogste percentage van alle Amerikaanse county's. Er zijn geen gegevens die staven tot welke bevolkingsgroepen of stammen de bewoners behoren. Overigens identificeert 2,9% zichzelf als blanke, terwijl 0,9% van twee of meer 'rassen' is en 0,1% Aziatisch-Amerikaans. 99,8% van de bewoners is geboren in de Verenigde Staten.

Volgens schattingen van de American Community Survey spreekt 75% van de bewoners ouder dan 5 jaar enkel Engels thuis. Zo'n 24% spreekt thuis een niet-Indo-Europese taal, zoals het Lakota (Sioux). Naar schatting 90% van die laatste groep beheerst het Engels goed.

De grootste geloofsgemeenschap vormt de Rooms-Katholieke Kerk, gevolgd door de anglicaans-protestantse Episcopaalse Kerk.[12]

Huisvesting en welvaart[bewerken]

Het per capita inkomen bedraagt 8.768 dollar, waarmee Oglala Lakota County de armste county van het land is. 40,7% van de bevolking leeft in armoede.[13] Het mediaan inkomen per huishouden bedraagt 27.804 dollar in 2017. De mediane woonst heeft een waarde van 18.700 dollar, terwijl dat voor de hele Verenigde Staten 193.500 dollar is. Grofweg de helft van alle woningen wordt bewoond door de eigenaars.[14]

Gezondheid[bewerken]

De bewoners van Oglala Lakota behoren tot de minst gezonde van de Verenigde Staten. Een derde heeft geen ziektekostenverzekering.[14] De county telt veel rokers en obesitaspatiënten en heeft een van de hoogste sterftecijfers.[15] Nergens in South Dakota zijn er meer patiënten met diabetes (17,3% van de bevolking) en seksueel overdraagbare aandoeningen (2,4%).[14] Met een levensverwachting van 66,81 jaar scoort Oglala Lakota County het slechtst van de hele Verenigde Staten.[16] Chronische armoede wordt aangehaald als belangrijkste oorzaak van de gezondheidsproblemen waarmee bewoners van indianenreservaten in de hele Verenigde Staten kampen.[17]

Hoewel de verkoop van alcohol verboden is in het indianenreservaat, lijden veel bewoners aan alcoholisme. Ze kochten hun drank voorheen in het gehucht Whiteclay aan de andere zijde van de staatsgrens,[18] maar de slijterijen daar verloren hun licenties in 2017. Het probleem heeft zich sindsdien deels verschoven naar smokkelpraktijk en alcoholtoerisme naar verder gelegen plaatsen zoals Rushville.[19] Eén op 4 kinderen geboren in het Pine Ridge-reservaat lijdt aan een foetaal alcoholspectrumsyndroom.[20]

De county wordt beschouwd als een voedselwoestijn, een plek met lage inkomens en hoge armoedecijfers waar – in landelijke gebieden – een significant aandeel van de bevolking op meer dan 10 mijl van een supermarkt of groentewinkel woont.[21][22]

Openbare diensten[bewerken]

Onderwijs[bewerken]

Amerikaanse indianenreservaten ervaren verschillende problemen met onderwijsvoorziening. Vooral de financiering is een obstakel, omdat er geen eigendomsbelastingen geheven mogen worden.[23] Om toch onderwijs aan te bieden, bestaan er voor kleuter-, lagere en secundaire scholen meerdere financieringsmechanismen die resulteren in verschillende schooltypes. Oglala Lakota County heeft 4 types scholen: publieke, private, BIA- en grant-scholen.[24]

  • Grant-scholen worden gefinancierd door het Bureau of Indian Affairs (BIA) en bestuurd door een lokale raad. Het gaat om Little Wound Schools in Kyle, Loneman School in Oglala, Porcupine School in Porcupine en Wounded Knee School in Manderson.
  • BIA-scholen worden op gelijkaardige manier via andere wetgeving gefinancierd en bestuurd, maar met een grotere rol voor de bestuurders van het indianenreservaat. In Oglala Lakota County gaat het om het Pine Ridge School District met een basisschool en high school in Pine Ridge.[25]
  • Publieke scholen worden betaald en bestuurd door de overheid met het doel onderwijs aan te bieden aan kinderen die anders onvoldoende toegang hebben. Het Oglala Lakota County School District telt vier basisscholen en biedt de mogelijkheid om het middelbaar onderwijs af te maken via afstandsonderwijs.[26] Er wordt een nieuwe high school gebouwd voor beroepsonderwijs, de eerste zulke school in indiaans gebied in South Dakota.[27][28]
  • Tot slot zijn er particuliere scholen, zoals de katholieke Red Cloud Indian School, met een basisschool in Porcupine en een basis- en high school bij Pine Ridge.[29] De Lakota Waldorf School is een kleine vrije of steinerschool bij Kyle.

Hoger onderwijs wordt aangeboden door Oglala Lakota College, een community college van en voor de Lakota-indianen. Het college heeft elf leslocaties, waarvan zes in Oglala Lakota County. De administratieve hoofdzetel bevindt zich zo'n 8 km ten zuidwesten van Kyle. De meest gekozen opleiding is Native American Studies.[14] De dichtstbijzijnde universiteit bevindt zich buiten de county, in Rapid City.

Gezondheidszorg[bewerken]

De Indian Health Service, een afdeling van het Amerikaans ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zaken, baat in Oglala Lakota County een ziekenhuis met 45 bedden en 16 artsen uit in Pine Ridge, alsook een wijkgezondheidscentrum in Kyle en een dokterspost in Manderson.[30]

In 2016 opende bij Whiteclay, net ten zuiden van Oglala Lakota County, een verzorgingshuis met 60 bedden voor indianen van eender welke stam. Het tehuis werd in Nebraska gebouwd omdat er in South Dakota sinds 1988 een moratorium bestaat op nieuwe rusthuisbedden. De bouw werd betaald door de Oglala Sioux Tribe met een lening van de Shakopee Mdewakanton Sioux Community uit Minnesota. Het rusthuis wordt uitgebaat door Native American Health Management en gefinancierd door Medicaid en de Indian Health Service.[31]

Openbaar vervoer[bewerken]

Lokaal openbaar vervoer wordt aangeboden door de openbaarvervoersdienst van de Oglala Sioux Tribe, die in 2009 werd opgestart. In 2012 bestond de vloot uit 10 minibussen met telkens zitplaats voor 16 tot 22 passagiers.[32]

Bij Pine Ridge ligt de Pine Ridge Airport, een klein vliegveld in handen van de Oglala Sioux Tribe, vanwaar men naar Rapid City Regional Airport kan vliegen. Dat is meteen de dichtstbijzijnde luchthaven met bestemmingen aan de west- en oostkust. Op de Chadron Municipal Airport in Chadron (Nebraska), op 1 uur rijden van Pine Ridge, vertrekken er vluchten naar Denver.

Het dichtstbijzijnde spoorwegstation is in Fort Morgan (Colorado), zo'n 4 uur rijden vanuit Pine Ridge.

Media[bewerken]

In de county verschijnt het weekblad The Lakota Country Times, dat de officiële krant is voor zowel Oglala Lakota als Bennett County. Indian Country Today, de grootste nieuwssite voor inheemse Amerikanen, werd in 1981 in Oglala Lakota County opgericht als het gedrukte weekblad The Lakota Times.

Vanuit Porcupine zendt de radiozender KILI uit, het eerste Amerikaanse radiostation in handen van indianen. De nonprofitzender, die zowel in het Lakota (Sioux) als Engels uitzendt, bedient de Lakota-reservaten Pine Ridge, Cheyenne River en Rosebud. De christelijke zender KJCD-LP is gevestigd in Pine Ridge. The Alleycat, een radiostation uit Chadron (Nebraska), zendt eveneens uit vanuit Pine Ridge, op de roepletters KVAR en KVKR.

Bestuur en politiek[bewerken]

Lokaal bestuur[bewerken]

De county valt volledig binnen de Pine Ridge Indian Reservation, dat de belangrijkste lokale overheidstaken uitvoert. Door de overlap is het countybestuur overbodig voor veel taken die elders wel door county's worden uitgeoefend. De county moet evenwel instaan voor taken die niet aan het reservaat mogen toebehoren, zoals bovenlokale verkiezingen, belastingen om onderwijs te financieren en een sheriff. Door deze situatie – en door de beperkte financiële middelen die een county in indianengebied heeft – is het bestuur slechts minimaal uitgebouwd.

Elke county kiest een raad van 3, 4 of 5 commissarissen. Zij worden per kiesdistrict verkozen voor een termijn van 4 jaar. De huidige commissarissen van Oglala Lakota County zijn Arthur Hopkins, Anna Takes The Shield, Arlin Whirlwindhorse, Wendell Yellow Bull en Lyla Hutchison.[33]

Lokale politietaken worden verdeeld onder de politiedienst van de Oglala Sioux Tribe enerzijds en de sheriff van de county anderzijds. De stampolitie handhaaft de regels en wetten van het reservaat, terwijl de sheriff instaat voor niet-tribale zaken.[34] Het sheriff's office telt geen andere medewerkers dan de sheriff.[35][34]

Bovenlokale verkiezingen en politiek[bewerken]

Terwijl de meeste county's in de omgeving overwegend Republikeins stemmen, stemt Oglala Lakota overtuigend Democratisch, een tendens die in de meeste indiaanse plaatsen valt waar te nemen. Sinds 1984 heeft altijd minstens 75% van de kiezers Democratisch gestemd in presidentsverkiezingen. Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004 en 2008 was Shannon County de meest Democratisch-gezinde county van het land. 85% van de kiezers stemden in 2004 op John Kerry en 89% in 2008 op Barack Obama. In 2012 haalde Obama er 86,4% van de stemmen. In 2016 won Hillary Clinton, die bij de voorverkiezing in Oglala Lakota County de duimen moest leggen voor Bernie Sanders, 93,4% van de stemmen. Tijdens de meest recente verkiezingen, de congres- en gouverneursverkiezingen van november 2018, stemde de county opnieuw overweldigend Democratisch.

Volgens gegevens uit september 2019 zijn er 5.511 geregistreerde Democraten in Oglala Lakota County versus 527 geregistreerde Republikeinen. 65 inwoners zijn lid van een andere partij, zoals de Libertarische Partij (13 leden). 1.923 inwoners noemen zichzelf onafhankelijk of hebben geen partijvoorkeur.[36]

Oglala Lakota County wordt in het Amerikaans Congres vertegenwoordigd door de twee Republikeinse senatoren van South Dakota, John Thune en ex-gouverneur Mike Rounds, alsook door Republikein Dusty Johnson, die verkozen is namens het at-large congresdistrict van South Dakota. Op staatsniveau weten de bewoners zich vertegenwoordigd door de Democratische Red Dawn Foster uit Pine Ridge in de Senaat van South Dakota en door Republikein Steve Livermont uit Martin en Democraat Peri Pourier uit Pine Ridge in het Huis van Afgevaardigden.

De volgende verkiezingen grijpen plaats in 2020, met een primary op 2 juni en de algemene verkiezing op 3 november 2020.[37]

Economie[bewerken]

Arbeid[bewerken]

Het historisch centrum van het Oglala Lakota College is een van de kleinschalige toeristische trekpleisters in het gebied.
Een natuurgids leidt scholieren rond in de Stronghold Unit van het Badlands National Park.

In april 2016 bedroeg de beroepsbevolking 3.453 personen, waarvan zo'n 8% werkloos was.[38] De meeste werknemers zijn actief in de sectoren onderwijs (837 werknemers), overheid (618) en gezondheidszorg en welzijn (524). De sectoren met de grootste bruto verkoopopbrengst in 2016 waren retail (52,5 miljoen dollar), diensten (8,3 miljoen dollar) en openbare nutsvoorzieningen (7,3 miljoen dollar).[38] De meest beoefende beroepscategorieën van inwoners zijn administratieve ondersteuning (443 werknemers), onderwijzend personeel en bibliotheekmedewerkers (381) en horecapersoneel (313).[14] Van alle werkende mensen verplaatst 77% zich met de wagen naar het werk, 12% te voet en 2% met het openbaar vervoer; zo'n 5% werkt van thuis uit.[39]

Landbouw[bewerken]

Volgens het ministerie van Landbouw telde Oglala Lakota County 174 boerderijen in 2012, goed voor 4.456 km² landbouwgebied. Daarvan werd 87% ingezet als weiland. In 2007 hadden landbouwproducten uit de county een marktwaarde van bijna 20 miljoen dollar. Vee was goed voor 73% van alle landbouwverkoop. Ook in 2007 ontvingen boerderijen 1,7 miljoen dollar overheidssteun.[38]

Toerisme[bewerken]

Hoewel de streek rijk is aan toeristische bezienswaardigheden, zoals Badlands National Park, Wind Cave National Park, Mount Rushmore en Crazy Horse Mountain, is er amper toerisme in Oglala Lakota County.[40] Van alle belastbare verkoop uit toerisme in South Dakota, wordt 3,4% gegenereerd in Oglala Lakota County. Trekpleisters zijn het gedenkteken en de begraafplaats van het bloedbad van Wounded Knee (het enige momument ingeschreven in het National Register of Historic Places) en de cultureel-historische centra van het Oglala Lakota College en de Red Cloud Indian School.[38] De twee meest zuidelijke en minst toeristische delen van Badlands National Park, de Stronghold Unit en Palmer Creek Unit, liggen op grondgebied van Oglala Lakota County. Bij het betreden van het park vanuit het zuiden is er een klein bezoekerscentrum, open in de zomermaanden. In het uiterste westen van de county baat de Oglala Sioux Tribe een casino en hotel uit, Prairie Winds Casino & Hotel, de enige middelgrote accommodatie in de county.

Bekende inwoners[bewerken]