Olie uitfaseren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het uitfaseren van olie is een proces dat is ingezet om de huidige op aardolie gebaseerde economieën te veranderen in economieën die niet op aardolie en olieprijzen gebaseerd zijn en waarvan de energieconsumptie niet of minder afhankelijk is van aardolie.

Proces[bewerken]

Teerzanden in de provincie Alberta, Canada

Het gebruik van duurzame energie en toepassing van energiebesparing om het totale gebruik van energie te verminderen, wordt gepresenteerd als een goede methode om broeikasgassen in de atmosfeer te verminderen. Door de uitfasering van olie wordt een land minder afhankelijk van deze grondstof en kan een land een vooraanstaande rol spelen in de ontwikkeling en toepassing van technieken voor duurzame ontwikkeling, de ontwikkelde technieken dragen bij aan de export en tevens wordt de internationale economische concurrentiekracht versterkt door efficiënter te werken.

De roep om meer olie of het zoeken naar alternatieven begon in de jaren zeventig met de oliecrisis. In de jaren vijftig had de Amerikaanse geofysicus M. King Hubbert al zijn theorie van de hubbertpiek ontwikkeld, de piek die de olieproductie begin jaren zeventig volgens hem zou bereiken. Hierop, en op andere rekenmethoden, is het begrip Peak Oil gebaseerd. De exploratie van olie en gas loopt achter bij de productie ervan, waardoor de vervanging van de voorraden negatief wordt; er wordt meer geproduceerd dan gevonden, wat een terugloop in de reserves inhoudt.

De uitfasering van olie is een geleidelijk proces en bij het zoeken naar alternatieven wordt vaak eerst gezocht naar moeilijker winbare koolwaterstoffen. Hiervan zijn de teerzanden (voornamelijk bekend uit de Canadese provincie Alberta) en olieschalies de bekendste.

In de roep om minder olieafhankelijkheid is ook kernenergie weer in beeld gekomen. Her en der gaan in de politiek stemmen op om deze manier van energieopwekking weer meer toe te passen. Dit stuit op verzet van groeperingen die de gevaren van kernenergie belangrijker vinden dan de energieopwekking die erbij gedaan wordt. Een ander argument tegen kernenergie is de duurzaamheid van de methode. Net zoals olie en gas is ook kernenergie een energiebron die eindig is, doordat radioactieve elementen als uranium en thorium gevonden moeten worden in ertsen.

Schonere energiebronnen zijn windenergie, zonne-energie en waterkracht. Ook thermische energie en getijdenenergie worden gebruikt. De ontwikkeling van deze energiebronnen is echter nog niet vergevorderd en een geheel op deze energiebronnen gebaseerde economie zal duur kunnen uitvallen. Of deze kosten hoger zal uitvallen dan de kosten van de opwarming van de Aarde is lopend debat.

Gevolgen[bewerken]

De uitfasering van olie heeft gevolgen voor de landen die eraan meewerken. Energie is een eerste levensbehoefte en een land dat hetzij zelfvoorzienend is in die energie, hetzij het zich kan permitteren niet afhankelijk te zijn van – vaak instabiele – olieproducerende landen (waarvan de grootste zijn verenigd in de OPEC), heeft een sterkere positie. In het (recente) verleden zijn veel oorlogen en conflicten ontstaan om olie en gas. Zo draaide Rusland in 2005 de kraan van gastoevoer naar de Oekraïne dicht, als pressiemiddel tegen de naar de Europese Unie lonkende Oekraïners. Ook de Amerikaanse aanval op Irak in april 2003 wordt wel gezien als een inval die met oliebelangen verband hield.[1]

Energieonafhankelijkheid betekent in deze context de wens om energie lokaal te produceren om de afhankelijkheid van leveranties, met bijkomende problemen, te verminderen. De keuze van de productiemethoden waarnaar momenteel wordt omgeschakeld zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de kosten.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]