Naar inhoud springen

Olivier Messiaen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Olivier Messiaen
Messiaen in Nederland (1986)
Messiaen in Nederland (1986)
Persoonsgegevens
Volledige naam Olivier Eugène Prosper Charles Messiaen
Geboren 10 december 1908
Overleden 27 april 1992
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris (1919)Bewerken op Wikidata
Leermeester(s) Noël Gallon, Jean Gallon, Maurice Emmanuel, Marcel Dupré, Paul Dukas, Charles-Marie Widor, Georges Falkenberg, Fernande DecruckBewerken op Wikidata
Beroep(en) organist, pianist, muziekdocent
Oriënterende gegevens
Instrument orgelBewerken op Wikidata
Stijl(en) opera, symfonieBewerken op Wikidata
Belangrijkste werken Saint François d'Assise, Éclairs sur l'Au-Delà..., Thème et variations, Quatuor pour la fin du temps, Trois Petites Liturgies de la Présence Divine, Quatre études de rythmeBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Academie van Kunsten van de Duitse Democratische Republiek, Le Jeune France, Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, American Academy of Arts and Sciences, Beierse Academie voor Schone Kunsten, American Academy of Arts and Letters, Académie des Beaux-Arts, Consilium ad exsequendam Constitutionem de Sacra LiturgiaBewerken op Wikidata
Documentatie­locatie SAPA Foundation, Zwitsers Archief voor de Podiumkunsten[1]Bewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen Grootkruis in het Legioen van Eer (1986), Grote Kruis van Verdienste van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland, Commandeur in de Kroonorde (1990), Bachprijs van de Vrije Hanzestad Hamburg (1979), Erasmusprijs (1971),[2] Léonie Sonning-muziekprijs (1977), Gouden medaille van de Royal Philharmonic Society (1975),[3] Berlijnse kunstprijs (1984), Whuri Sibelius-prijs (1971), Kyotoprijs voor kunst en filosofie (1985),[4] Ernst von Siemens Muziekprijs (1975),[5] eredoctoraat van de Universiteit van Sydney, Commandeur in de Orde van Kunst en Letteren (1980), erelid van de Internationale Vereniging van Kamermuziek, Royal Philharmonic Society Award (Large-Scale Composition) (1990),[6] Grootkruis in de Nationale Orde van Verdienste (1983), Commandeur in de Orde van de Eikenkroon (1982)Bewerken op Wikidata
Links
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
(en) Discogs-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek
De vijfjarige Olivier Messiaen met broertje Alain en moeder Cécile Sauvage
Messiaen in 1937
Titelblad Quatuor de (pour) la fin du temps, gespeeld in Stalag VIII A te Görlitz

Olivier Eugène Prosper Charles Messiaen (Avignon, 10 december 1908Clichy, 27 april 1992) was een Franse componist, organist en pianist. Hij geldt als een van de belangrijkste en invloedrijkste componisten van de twintigste eeuw, wiens onconventionele werk sterk beïnvloed is door de rooms-katholieke geloofsleer.

Leven en werk

[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn moeder was de dichteres Cécile Sauvage [fr]. Zijn vader Pierre Messiaen [fr], docent Engels afkomstig uit Zuid-Wervik, vertaalde Shakespeare in het Frans. Zijn jongere broer Alain Messiaen [fr] werd dichter.

Olivier Messiaen begon jong met componeren en ging op elfjarige leeftijd aan het Conservatoire de Paris studeren bij onder anderen Maurice Emmanuel, Charles-Marie Widor, Marcel Dupré en Paul Dukas. In 1931 werd hij op 22-jarige leeftijd aangesteld als organist-titularis van de Église de la Sainte-Trinité te Parijs, een post die hij tot aan zijn dood bekleedde. Hij had er de beschikking over een drieklaviers orgel, gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll. In 1936 was hij met onder anderen André Jolivet medeoprichter van de muziekbeweging La Jeune France.

In 1940 werd hij bij Verdun krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. In het gevangenkamp te Görlitz schreef hij voor enkele lotgenoten die professionele instrumentalisten waren (een violist, een cellist en een klarinettist, met hemzelf als pianist) het introspectieve Quatuor pour la fin du temps, dat een van zijn meestgespeelde werken werd.

Messiaen was een overtuigde rooms-katholiek van West-Vlaamse afkomst. Zijn grootste inspiratiebron was de schoonheid van Gods schepping en dan met name het gezang van vogels. Dit verklaart ook zijn affiniteit met de heilige Franciscus van Assisi, aan wiens persoon hij de omvangrijke opera Saint François d'Assise heeft gewijd. Messiaen trok regelmatig de natuur in om vogelzang te noteren. In veel van zijn composities heeft hij vogelzang verwerkt. Titels als Abîme des Oiseaux (uit het 'Quatuor pour la fin du temps') en Oiseaux exotiques spreken voor zich. Hij heeft ook de zang van een groot aantal vogels getoonzet voor piano (Catalogue d'oiseaux). Ook in een van zijn laatste orkestwerken (Éclairs sur L'Au-delà...) zijn geluiden van vooral Australische vogelsoorten verwerkt.

Muzikale vernieuwing

[bewerken | brontekst bewerken]

Messiaen ontwikkelde een persoonlijke muzikale taal, die hij uiteenzette in zijn Traité de mon langage musical. Daarin zijn vooral melodische en ritmische vernieuwingen te onderscheiden. Melodisch staan de modes à transpositions limitées (beperkt transponeerbare modi) centraal. Dat zijn toonreeksen die zichzelf overlappen als ze minder dan een octaaf getransponeerd worden.

Op het gebied van het ritme introduceerde hij ingewikkelde structuren uit Griekenland, India en het Verre Oosten, en hanteerde hij diverse eigen innovaties. Belangrijk zijn de valeur ajoutée (toegevoegde waarde) en de rythmes non-rétrogradables. Hij kende aan elke letter van het alfabet een toonhoogte en lengte toe. Het geheel noemde hij zijn langage communicable.

Composities en invloed

[bewerken | brontekst bewerken]

Hij had een bijzondere voorkeur voor de ondes-Martenot, een elektronisch muziekinstrument, een vroege vorm van de synthesizer. Jeanne Loriod, de zuster van Messiaens tweede echtgenote Yvonne Loriod, was een van de bekendste bespelers van dit instrument.

Messiaen heeft veelvuldig gecomponeerd voor groot orkest. Een van zijn belangrijkste werken is de Turangalîla-symfonie (1947-1949), een meditatie over de vreugde van de liefde. De naam komt uit het Sanskriet en betekent zoveel als 'liefdeslied en hymne van vreugde, tijd, beweging, ritme, leven en dood'. Het van levensvreugde overlopende, tiendelige stuk is geschreven voor een orkest uitgebreid met solopiano en ondes-Martenot (die beide een aantal opvallende cadensen spelen), en vereist 8 à 11 slagwerkers.

Het oratorium La Transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ (1965-1969) wordt uitgevoerd door een zeer groot gemengd koor, circa 100 zangers, zeven instrumentale solisten en een orkest van meer dan honderd man.

Nog omvangrijker is de enige opera die Messiaen geschreven heeft Saint-François d'Assise (1975-1983), die door negen solisten wordt uitgevoerd, begeleid door een honderdkoppig koor en een zeer groot orkest, met als ongewone elementen drie piccolo's, een basklarinet, contrabasklarinet en contrabasfagot, contrabastuba, en drie ondes-Martenot. De rijk van gevarieerde instrumenten voorziene slagwerksectie bestaat uit vijf spelers. De opera behandelt het leven van Franciscus van Assisi na diens bekering. In de structuur zijn twee belangrijke elementen te herkennen: het door Richard Wagner geïntroduceerde Leitmotiv en anderzijds de vogelzang, altijd prominent bij Messiaen aanwezig.

Olivier Messiaen en Prins Bernhard tijdens de uitreiking van de Erasmusprijs (1971)

In 1942 werd Messiaen benoemd tot docent compositie aan het Conservatoire de Paris, waar hij meer dan veertig jaar les gaf. Hij was een geliefde docent, die in zijn muziekanalyseklas studenten uit vele landen onderwees. Tot zijn leerlingen behoorden Pierre Boulez, Iannis Xenakis, Karlheinz Stockhausen, Witold Lutosławski, George Benjamin, Kent Nagano, Toru Takemitsu en Ton de Leeuw. In 1971 werd aan Messiaen de Erasmusprijs uitgereikt. Hij was commandeur van het Franse Legioen van Eer.

In het kader van zijn honderdste geboortejaar is in 2008 in Nederland veel muziek van Messiaen uitgevoerd. In juni van dat jaar waren er in het Amsterdamse Muziektheater opvoeringen van de vijf uur durende opera Saint François d'Assise en in het Concertgebouw van de Turangalîla-symfonie.

Vernietigde en verloren gegane werken zijn gemarkeerd met onuitgegeven.

  • Le Banquet eucharistique (1927-1928; onuitgegeven)
  • Fugue in d (1928; onuitgegeven)
  • Simple chant d'une âme (1930)
  • Les Offrandes oubliées (1930)
  • Le Tombeau resplendissant (1930)
  • Hymne (Hymne au Saint-Sacrement) (1932)
  • L'Ascension (1932-1933)
  • Poèmes pour Mi, voor sopraan en orkest (1937; zie ook 'zang')
  • Chants des déportés, voor koor en orkest (1945)
  • Turangalîla-symfonie (1946-1948)
  • Trois petites liturgies de la Présence Divine, voor vrouwenkoor en orkest (1943-1944)
  • Réveil des oiseaux, voor piano en orkest (1952-1953)
  • Chronochromie (1959-1960)
  • Sept Haï-kaï, voor piano en orkest (1962)
  • La ville d'en haut
  • La Transfiguration de Notre-Seigneur Jésus-Christ, voor 7 instrumentale solisten, koren en orkest (1965-1969)
  • Des Canyons aux étoiles..., voor piano en orkest (1971-1974)
  • Un Vitrail et des oiseaux, voor piano en orkest (1987)
  • La Ville d'En-Haut, voor piano en orkest (1987)
  • Éclairs sur L'Au-delà... (1987-1991)
  • Un sourire (1989)
  • Concert à quatre, voor solisten en orkest (1990-1991; onvoltooid maar gecompleteerd door Yvonne Loriod)

Werken voor harmonieorkest

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Oiseaux exotiques, voor piano en harmonieorkest (1956-1958)
  • Couleurs de la Cité céleste, voor piano en harmonieorkest (1963)
  • Et exspecto resurrectionem mortuorum (1964)
  • Esquisse modale (1927; onuitgegeven)
  • Variations écossaises (1928; onuitgegeven)
  • Le banquet céleste (1928)
  • L'Hôte aimable des âmes (1928; onuitgegeven)
  • Offrande au Saint Sacrement (1928-1930)
  • Prélude (1929)
  • Diptyque (1930)
  • Apparition de l'Église éternelle (1932)
  • L'Ascension (1933-1934; transcriptie van het orkestwerk. Het derde deel is nieuw gecomponeerd.)
  • La Nativité de Seigneur (1935)
  • Les Corps glorieux (1939)
  • Messe de la Pentecôte (1949-1950)
  • Livre d'Orgue (1951)
  • Verset pour la fête de la Dédicace (1960)
  • Monodie (1963)
  • Méditations sur le Mystère de la Sainte Trinité (1969-1972)
  • Livre du Saint Sacrement (1984-1985)
  • La Dame de Shalott (1917; onuitgegeven)
  • Huit Préludes (1928-1929)
  • La Tristesse d'un grand ciel blanc (1925; onuitgegeven)
  • Fantaisie burlesque (1932)
  • Pièce pour le tombeau de Paul Dukas (1935)
  • Rondeau (1943)
  • Visions de l'Amen, voor twee piano's (1943)
  • Vingt Regards sur l'Enfant Jésus (1944)
  • Cantéyodjâya (1949)
  • Quatre études de rythme (1949):
    • Île de Feu I et II
    • Neumes rythmiques
    • Mode de valeurs et d'intensités
  • Catalogue d'oiseaux (1956-1958)
  • Prélude (1964)
  • La Fauvette des jardins (1970)
  • Petites Esquisses d'oiseaux (1985)
  • Thème et Variations, voor viool en piano (1932)
  • Fantaisie, voor viool en piano (1933)
  • Fêtes des belles Eaux, voor 6 ondes-Martenot (1937)
  • Deux Monodies en quart de ton, voor ondes-Martenot (1938; onuitgegeven)
  • Quatuor pour la fin du temps, voor viool, klarinet, cello en piano (1940-1941)
  • Musique de scène pour un Œdipe, voor ondes-Martenot (1942; onuitgegeven)
  • Quatre feuillets inédits, voor ondes-Martenot en piano (niet gedateerd)
  • Le merle noir, voor fluit en piano (1951)
  • Pièce, voor piano en strijkkwartet (1991)
  • Deux Ballades de Villon, voor zang en piano (1921; onuitgegeven)
  • Trois mélodies, voor zang en piano (1930)
  • La Mort du nombre, voor 2 stemmen, viool en piano (1930)
  • Vocalise, voor zang en piano (1935)
  • Poèmes pour Mi, liederen voor sopraan en piano (1936; zie ook orkestwerken)
  • Chants de terre et ciel, voor sopraan en piano (1938)
  • Harawi, voor sopraan en piano (1945)
  • Messe voor 8 sopranen en 4 violen (1933; onuitgegeven)
  • O sacrum Convivium voor koor a capella (1937)
  • Chœurs pour une Jeanne d'Arc, voor gemengd koor (1942; onuitgegeven)
  • Cinq Rechants, voor 12 gemengde stemmen a capella (1948-1949)
  • Saint François d'Assise (1975-1983)

Muziektheoretische werken

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Techniques de mon langage musical, 2 delen, Leduc, Parijs, 1944.
  • Les 22 concertos pour piano de Mozart, 1 deel, Séguier, Parijs, 1990.
  • Traité de rythme, de couleur et d’ornithologie, 7 delen, Leduc, Parijs, 1949-1992.

Engelse literatuur

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Yves Balmer et Anne-Sylvie Barthel-Calvet, Religious literature in Messiaen’s personnal library, in: Andrew Shenton (ed.), Messiaen the theologian, Aldershot: Ashgate, 2010, pp. 15-28.
  • Vincent P. Benitez, A Creative Legacy: Messiaen as Teacher of Analysis, College Music Symposium 40 (2000): 117–139.
  • Vincent P. Benitez, Pitch Organization and Dramatic Design in Saint François d’Assise of Olivier Messiaen, PhD diss., Bloomington: Indiana University, 2001, 462 p.
  • Vincent P. Benitez, Simultaneous Contrast and Additive Designs in Olivier Messiaen’s Opera Saint François d’Assise, Music Theory Online 8.2 (August 2002). http://mto.societymusictheory.org/
  • Vincent P. Benitez, Aspects of Harmony in Messiaen's Later Music: An Examination of the Chords of Transposed Inversions on the Same Bass Note, in: Journal of Musicological Research 23, no. 2 (2004): 187–226.
  • Vincent P. Benitez, Narrating Saint Francis's Spiritual Journey: Referential Pitch Structures and Symbolic Images in Olivier Messiaen's Saint François d'Assise, in: Poznań Studies on Opera, 2004, 363–411.
  • Vincent P. Benitez, Olivier Messiaen: A Research and Information Guide, New York and London : Routledge, 2008, 352 p.; 2nd ed. New York and London: Routledge, 2018, 382 p.
  • Vincent P. Benitez, Messiaen and Aquinas, in: Andrew Shenton (ed.), Messiaen the theologian, Aldershot: Ashgate, 2010, pp. 101–126.
  • Vincent P. Benitez, Olivier Messiaen's Opera, Saint François d'Assise. Bloomington, IN : Indiana University Press, 2019, 328 p.
  • Lilise Boswell-Kurc, Olivier Messiaen’s Religious Wartime Works and their Controversial Reception in France (1941-46), PhD diss., New York University, 2001, 529 p.
  • Siglind Bruhn, Messiaen’s Language of Mystical Love, New York, Garland, 1998, 271 p.
  • Siglind Bruhn, Messiaen’s Explorations of Love and Death, Hillsdale/NY, Pendragon Press, 2008, 288 p.
  • Siglind Bruhn, Messiaen's Interpretations of Holiness and Trinity: Echoes of Medieval Theology in the Oratorio, Organ Meditations, and Opera, Hillsdale/NY, Pendragon Press, 2008, 230 p.
  • Siglind Bruhn, Messiaen's Contemplations of Covenant and Incarnation, Hillsdale/NY: Pendragon Press, 2008, 296 p.
  • Wai-Ling Cheong: Messiaen's Chord Tables: Ordering the Disordered. Tempo 57/2003, no. 226 (October): 2–10.
  • Wai-Ling Cheong: Neumes and Greek Rhythms: The Breakthrough in Messiaen's Birdsong, Acta Musicologica 80/2008, no. 1:1–32.
  • Christopher Dingle, The Life of Messiaen, Cambridge, Cambridge University Press 2005.
  • Christopher Dingle, Olivier Messiaen's Later Works: Structure and Technique, Aldershot (Hampshire), Ashgate 2006.
  • Christopher Dingle / Nigel Simeone (edd.), Olivier Messiaen : Music, Art and Literature, Aldershot (Hampshire) / Burlington (Vermont): Ashgate, 2007, 358 p.
  • Christopher Dingle: Messiaen's Final Works, Farnham/UK, Ashgate 2013 ISBN 978-0-7546-0633-8.
  • Jennifer Donelson, Musical Technique and Symbolism in Noël from Olivier Messiaen’s Vingt regards sur l’Enfant-Jésus : a Defense of Messien’s Words and Music, Ann Arbor: UMI Dissertation Services, 2008, 100 p.
  • Robert Fallon, Messiaen’s Mimesis : the Langage and Culture of the Bird Styles, PhD diss., University of California Berkeley, 2005.
  • Paul Griffiths, Messiaen, Olivier, in: Stanley Sadie / John Tyrell (edd.), The New Grove Dictionary of Music and Musicians, London: Macmillan 2001, vol. 16, p. 491.
  • Peter Hill, The Messiaen Companion, London, Boston, Faber and Faber, Peter, éd. 1995, 581 p.
  • Peter Hill / Nigel Simeone, Olivier Messiaen, New Haven / London, Yale University Press, 2005, XII & 435 p.
  • Peter Hill / Nigel Simeone, Olivier Messiaen : Oiseaux exotiques, Aldershot, Ashgate, 2007, 128 p.
  • Madeleine Hsu, Olivier Messiaen, the Musical Mediator : a Study of the Influence of Liszt, Debussy and Bartók, Madison, Teaneck/NJ, Fairleigh Dickinson University Press / London, Associated University Presses, 1996, 183 p.
  • Roger Nichols, Messiaen, Londres, Oxford University Press, coll. Oxford Studies of composers, 1975. 79 p.
  • Rebecca Rischin, For the End of Time: The Story of the Messiaen Quartet, Ithaca/NY, Cornell University Press, 2003, ISBN 0-8014-4136-6.
  • Andrew Shenton, Olivier Messiaen’s System of Signs, Aldershot, Ashgate, 2008, 196 p.
  • Andrew Shenton (ed.), Messiaen The Theologian, Aldershot, Ashgate, 2010, 290 p.
  • Nigel Simeone, Olivier Messiaen: A bibliographical catalogue of Messiaen’s works: first editions and first performances, Tutzing, Hans Schneider, 1998, XIX & 249 p.
  • Nigel Simeone, «Bien cher Félix»: Letters from Olivier Messiaen and Yvonne Loriod to Félix Aprahamian, éd. Nigel Simeone, Cambridge, Mirage Press, 1998, 55 p.
  • Richard Taruskin, Sacred Entertainments, in: Cambridge Opera Journal 15/2003, pp. 109–126.
  • Sander Van Maas, The Reinvention of Religious Music : Olivier Messiaen's Breakthrough Toward the Beyond, New York, Fordham University Press, 2009, XI-229 p.

Franse literatuur

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Martine Cadieu, À l’écoute des compositeurs. Entretiens, 1961-1974, (Igor Stravinsky, Luciano Berio, Pierre Boulez, Olivier Messiaen, Iannis Xenakis), Paris, Éditions Minerve, 1992, 283 p.
  • Pascal Arnault, Messiaen… Les sons impalpables du rêve, Lillebonne : Millénaire III, 1997, 187 p.
  • Philippe Olivier, Messiaen ou la lumière, Paris, Hermann, 2008, 194 p.
  • Yves Balmer / Thomas Lacôte / Christopher Brent Murray: Le modèle et l'invention: Olivier Messiaen et la technique de l'emprunt, Symétrie, Lyon, 2017, 617 p.
  • Jean Boivin, La Classe de Messiaen. Historique, reconstitution, impact, thèse de doctorat sous la direction de Jean-Jacques Nattiez, Université de Montréal, 1992, 3 vol.
  • Jean Boivin, La Classe de Messiaen, Paris : Claude Bourgois, coll. Musique, passé, présent, 1995, 482 p. ;
  • Anne Bongrain (ed.). Messiaen 2008: Messiaen au Conservatoire: contributions du Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris aux célébrations de la naissance d'Olivier Messiaen, Paris : CREC, 2008, 288 p.
  • Siglind Bruhn, Les Visions d’Olivier Messiaen, Paris, L’Harmattan, 2008, 346 p.
  • Antoine Goléa, Rencontres avec Olivier Messiaen, Paris, Juilliard, 1961, 285 p.
  • Serge Gut, Le groupe Jeune France. Yves Baudrier, Daniel-Lesur, André Jolivet, Olivier Messiaen. Paris, Honoré Champion, 1977, 158 p.
  • Harry Halbreich, Olivier Messiaen, Paris, Sacem-Fayard, 1980, 532 p.
  • Harry Halbreich: L’Œuvre d’Olivier Messiaen, Paris, Fayard, 2008, 595 p.
  • Dominique Hausfater, La Bibliothèque de Messiaen léguée au Conservatoire, in: Anne Bongrain (ed.). Messiaen 2008: Messiaen au Conservatoire: contributions du Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris aux célébrations de la naissance d'Olivier Messiaen, Paris : CREC, 2008, pp. 89-114.
  • Peter Hill / Nigel Simeone, Olivier Messiaen, trans. Lucie Kayas, Paris, Fayard, 2008, 592 p.
  • Lucie Kayas, Chronique d’une carrière d’enseignant exceptionnelle, in: Anne Bongrain (ed.). Messiaen 2008: Messiaen au Conservatoire: contributions du Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris aux célébrations de la naissance d'Olivier Messiaen, Paris : CREC, 2008, pp. 9-23.
  • Olivier Latry / Loïc Mallié: L’Œuvre d’orgue d’Olivier Messiaen : œuvres d’avant-guerre, Stuttgart, Carus-Verlag, 2008, 252 p.
  • Catherine Lechner-Reydellet, Messiaen : l’empreinte d’un géant, Paris, Séguier, 2008, 369 p.
  • Marie-Anne Lescourret, Musique et Messianisme, in: Galliano Ciliberti (ed.), La musica ricercata. Studi d'una nuova generazione di musicologi pugliesi, Bari, Florestano Edizioni, 2016, pp. 127-140, ISBN 978-88-99320-20-1.
  • Jürgen Maehder, Olivier Messiaen au seuil de la musique sérielle ─ ordre numérique et création, in: Carlo Ossola (éd.), Création, Renaissance, ordre du monde, Torino (Nino Aragno Editore) 2012, pp. 191–202.
  • Pierrette Mari, Olivier Messiaen, Paris, Seghers, coll. "Musiciens de tous les temps", 1965, 192 p.
  • Brigitte Massin, Olivier Messiaen : une poétique du merveilleux, Aix, Alinéa, 1989, 232 p.
  • Alain Perier, Olivier Messiaen, Paris, Seuil, coll. Microcosme. Solfèges, 1979, 191 p.
  • Michèle Reverdy, L’œuvre pour piano d’Olivier Messiaen, Paris, Leduc, coll. Au-delà des notes 1978, 100 p.
  • Michèle Reverdy, L’œuvre pour orchestre d’Olivier Messiaen, Paris, Leduc, 1988, 183 p.
  • Rebecca Rischin, Et Messiaen composa… : genèse du « Quatuor pour la fin du temps », trad. E. Akoka et G. Marlière, Paris, Ramsay, coll. L’Indicible 2006 (éd. orig. For the end of time : the story of the Messiaen Quartet, 2003), 249 p.
  • Claude Rostand, Olivier Messiaen, Paris, Ventadour, coll. Musiciens d’aujourd’hui, 1957, 47 p.
  • Claude Samuel, Permanences d’Olivier Messiaen : Dialogues et commentaires, Paris, Actes Sud, 1999, 484 p.
  • Claude Samuel, Entretiens avec Olivier Messiaen, Paris, Pierre Belfond, coll. Entretiens, 1967, 239 p.
  • Gaëtan Puaud, Olivier Messiaen, collection horizons n°77, Paris, bleu nuit éditeur, 2021, 176 p. ISBN 9782358840989

Duitse literatuur

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Siglind Bruhn, Musikalische Symbolik in Olivier Messiaens Weihnachtsvignetten. Hermeneutisch-analytische Untersuchungen zu den »Vingt regards sur l'Enfant-Jésus«, Frankfurt/Bern/New York (Peter Lang) 1998.
  • Siglind Bruhn: Messiaens musikalische Sprache des Glaubens. Theologische Symbolik in den Klavierzyklen „Visions de l’Amen“ und „Vingt Regards sur l’Enfant-Jésus“. Edition Gorz, Waldkirch 2006, ISBN 3-938095-04-0.
  • Siglind Bruhn: Olivier Messiaen, Troubadour. Liebesverständnis und musikalische Symbolik in „Poèmes pour Mi“, „Chants de terre et de ciel“, „Trois petites Liturgies de la présence divine“, „Harawi“, „Turangalîla-Sinfonie“ und „Cinq Rechants“. Edition Gorz, Waldkirch 2007, ISBN 978-3-938095-07-2.
  • Siglind Bruhn, Messiaens „Summa theologica“. Musikalische Spurensuche mit Thomas von Aquin in „La Transfiguration“, „Méditations“ und „Saint François d’Assise“, Edition Gorz, Waldkirch 2008, ISBN 978-3-938095-09-6.
  • Beate Carl, Olivier Messiaens Orchesterwerk »Des canyons aux étoiles«. Studien zu Struktur und Konnex, Kassel etc. (Bärenreiter) 1992.
  • Theo Hirsbrunner, Olivier Messiaen. Leben und Werk, Laaber (Laaber) 1988, 2. Edition 1999.
  • Theo Hirsbrunner, Deutsches und französisches Musikdenken am Beispiel von Schönberg und Messiaen, in: Archiv für Musikwissenschaft 55/1998, pp. 72-86.
  • Dietrich Kämper, Olivier Messiaen und die musikalische Avantgarde der fünfziger Jahre. Zur Rezeption der Etüde »Mode de valeurs et d'intensités«, in: Christoph von Blumröder (ed.), Kompositorische Stationen des 20. Jahrhunderts. Debussy, Webern, Messiaen, Boulez, Cage, Ligeti, Stockhausen, Höller, Bayle, Münster (LIT Verlag) 2004, pp. 24-34.
  • Stefan Keym, Farbe und Zeit ─ Untersuchungen zur musiktheatralen Struktur und Semantik von Olivier Messiaens »Saint François d'Assise«, Hildesheim (Olms) 2002.
  • Stefan Keym / Peter Jost (edd.), Olivier Messiaen und die »französische Tradition«, Köln (Dohr) 2013.
  • Anne Liebe, Zahl, Wort und Spiel im Klavierwerk von Olivier Messiaen (= Musikwissenschaftliche Publikationen, vol. 39), Olms Verlag, Hildesheim 2013, ISBN 978-3-487-14695-9.
  • Jürgen Maehder, Orchesterbesetzung und Klangfarbendisposition in Olivier Messiaens Orchesterwerken, in: Walter Kläy /Ivana Rentsch / Arne Stollberg (edd.), Dialoge und Resonanzen ─ Musikgeschichte zwischen den Kulturen. Theo Hirsbrunner zum 80. Geburtstag, München (text + Kritik) 2011, pp. 225-237.
  • Jürgen Maehder, San Francesco d'Assisi (Franz von Assisi), in: Christian Buhr / Michael Waltenberger / Bernd Zegowitz (edd.), Mittelalterrezeption im Musiktheater. Ein stoffgeschichtliches Handbuch, Berlin (De Gruyter) 2021, pp. 380-388.
  • Jürgen Maehder, The Early History of Laser Rays on the Opera Stage ─ München ─ London ─ Genève ─ (Paris) ─ Bayreuth, in: Roberto Illiano (ed.), ‘’Performing Arts and Technical Issues’’, Turnhout (Brepols) 2021, pp. 195-231.
  • Aloyse Michaely, Die Musik Olivier Messiaens. Untersuchungen zum Gesamtschaffen, Hamburg (Dieter Wagner) 1987.
  • Aloyse Michaely, Olivier Messiaens »Saint François d'Assise«. Die musikalisch-theologische Summe eines Lebenswerkes, Frankfurt (Stroemfeld) 2006.
  • Wolfgang Rathert / Karl Anton Rickenbacher / Herbert Schneider (edd.), Olivier Messiaen – Texte, Analysen, Zeugnisse. 2 voll. Olms, Hildesheim; vol. 1: Texte aus dem Traité de Rythme, de Couleur et d’Ornithologie. 2012, ISBN 978-3-487-14765-9; vol. 2: Das Werk im historischen und analytischen Kontext. 2013, ISBN 978-3-487-14766-6.
  • Almut Rößler, Beiträge zur geistigen Welt Olivier Messiaens. Mit Original-Texten des Komponisten, Gilles & Francke, Duisburg 1984, ISBN 3-921104-87-4.
  • Thomas Daniel Schlee / Dietrich Kämper (edd.), Olivier Messiaen: La Cité céleste – Das himmlische Jerusalem. Über Leben und Werk des französischen Komponisten, Köln, Wienand, 1998, ISBN 3-87909-585-X.


Zie de categorie Olivier Messiaen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.