Olympische vlam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Olympisch vuur)
Naar navigatie springen Jump to search
Ingrid Berghmans met de olympische vlam in Brussel

De olympische vlam is een vuur dat ontstoken wordt tijdens de openingsceremonie van Olympische Spelen en blijft branden tijdens de gehele duur van de Spelen tot het tijdens de slotceremonie gedoofd wordt.

De moderne traditie[bewerken]

De moderne traditie van het Olympisch vuur werd bedacht door de Alkmaarse architect Jan Wils, de ontwerper van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Bij het stadion liet hij een 46 meter hoge toren bouwen, de Marathontoren. Het was zijn bedoeling dat iedereen in Amsterdam overdag rook uit de toren kon zien opstijgen en ‘s avonds vuur.

Tegenwoordig wordt het Olympisch vuur altijd aangestoken door een bekende sporter. In Amsterdam ging dat in 1928 anders. Een medewerker van het gasbedrijf mocht het vuur toen ontsteken. Hierna werd de brandende schaal naar boven getakeld.

Het vuur is afkomstig uit Olympia - de plaats van de antieke Spelen in Griekenland - waar men een fakkel heeft ontstoken door tijdens een ceremonie het zonlicht met spiegels op de fakkel te concentreren. Bij gebrek aan zonlicht of regen tijdens deze ceremonie wordt de fakkel echter met behulp van een vuurpotje ontstoken. Dit gebeurde in 2017 bij de ontsteking van de fakkel voor de Olympische Winterspelen van 2018 in Peyongchang. Toen regende het tijdens de ontsteking, waardoor men gedwongen was het vuur van de repetitie van maandag te gebruiken om de fakkel aan te steken.[1] Daarna wordt deze fakkel door een estafetteloop (maar gedeeltelijk ook met snellere vervoermiddelen) via een groot aantal landen naar het stadion van de Spelen gebracht, waar de laatste loper de eer te beurt valt om de olympische vlam te ontsteken. De eerste Spelen waar de olympische vlam brandde waren die van de IX olympiade in 1928 te Amsterdam; toen echter vond er nog geen estafette plaats. Dit gebeurde voor het eerst bij de Spelen van 1936 te Berlijn.

Bij de Paralympische Spelen brandt de paralympische vlam.

Atleten die de olympische vlam hebben ontstoken[bewerken]

Sergei Belov ontsteekt de vlam in 1980

De volgende personen hebben de olympische vlam voor de Zomerspelen ontstoken:

Plaats van de Spelen Spelen van Naam van de atleet/atleten
Berlijn 1936 Fritz Schilgen
Londen 1948 John Marc
Helsinki 1952 Hannes Kolehmainen & Paavo Nurmi
Melbourne 1956 Ron Clarke
Rome 1960 Giancarlo Peris
Tokio 1964 Yoshinori Sakaï
Mexico-Stad 1968 Norma Enriqueta Basilio de Sotelo
München 1972 Günter Zahn
Montreal 1976 Sandra Henderson & Stéphane Préfontaine
Moskou 1980 Sergei Belov
Los Angeles 1984 Rafer Johnson
Seoel 1988 Chung Sun-Man, Kim Won-Tak, Sohn Mi-Chung
Barcelona 1992 Antonio Rebello
Atlanta 1996 Muhammad Ali
Sydney 2000 Cathy Freeman
Athene 2004 Nikolaos Kaklamanakis
Peking 2008 Li Ning
Londen 2012 7 jonge sporters (Callum Airlie, Jordan Duckitt, Desiree Henry, Katie Kirk, Cameron MacRitchie, Aidan Reynolds, Adelle Tracey)
Rio de Janeiro 2016 Vanderlei de Lima

In de oudheid[bewerken]

De antieke Spelen waren verbonden aan Zeus, de Griekse oppergod. Voor zijn tempel in Olympia werden op het hoofdaltaar honderd ossen verbrand. Dit vuur werd brandende gehouden gedurende de Spelen. De vlam ervan werd, net als alle andere offers, aangestoken met het heilige vuur van de godin Hestia.